COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 24/796
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 augustus 2026
Voorzitter: mr. D. Brugman
Griffier: N.J. Vlug
Partijen
[naam] , te [woonplaats]
en
de minister van Klimaat en Groene Groei, vertegenwoordigd door mr. M. Schulte
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. [naam] heeft op 5 maart 2024 een aanvraag ingediend voor een Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) in verband met de installatie van een warmtepomp, vloerisolatie, gevelisolatie en glasisolatie. De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat niet wordt voldaan aan de definitie van een woning zoals beschreven in artikel 4.5.1 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies.
2 Het College moet uitgaan van de voorwaarden zoals die in de subsidieregeling zijn opgenomen. In dit geval is niet voldaan aan de voorwaarde van de Regeling dat de woning als zodanig bewoond moet zijn geweest voorafgaand aan de investeringen. Dat betekent dat de minister de aanvraag moest afwijzen. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die maken dat de minister had kunnen afwijken van de regeling. Het College merkt daarbij nog op dat de minister bij het maken van een subsidieregeling zelf (politieke) keuzes kan maken. Dat [naam] het niet eens is met die keuzes, maakt niet dat de afwijzing van de aanvraag op grond van die subsidieregeling juridisch niet klopt.
3 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. D. Brugman w.g. N. Vlug