COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 24/436
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 28 september 2026
Rechters: mr. B. Bastein
mr. R.W.L. Koopmans
mr. M.J. Jacobs
Griffier: N.J. Vlug
Partijen
Rederij [naam] , te [vestigingsplaats] (de rederij)
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
(gemachtigde: mr. M.J.H. van der Burgt)
Beslissing
Het College:
Overwegingen
1. De rederij heeft voor het vissersvaartuig [scheepsnaam] een subsidie aangevraagd op grond van de Tijdelijke subsidieregeling vermindering gevolgen Brexit voor de visserij, titel 2.2., Ondersteuning tijdelijk stopzetten van visserijactiviteiten.
2. Het beroep van de rederij is gericht tegen de afwijzing van een subsidie voor vijf stilligperiodes. De rederij heeft het College op 11 september 2026 bericht dat zij zich neerlegt bij de afwijzing van de subsidie voor één stilligperiode. De minister heeft op 15 september 2026 een aanvullende subsidie van € 53.106,55 toegekend voor vier van de vijf stilligperiodes. Op 21 september 2026 heeft de rederij de griffier van het College telefonisch bericht dat zij haar beroep wil intrekken. De griffier heeft de rederij verzocht de intrekking schriftelijk (per e-mail) te bevestigen. Het College heeft geen bevestiging van de intrekking ontvangen en de rederij is niet op de zitting verschenen. Omdat de rederij zich kan vinden in de toegekende subsidie, heeft zij geen belang meer bij een inhoudelijke behandeling van haar beroep. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Wel moet de minister het griffierecht vergoeden dat de rederij heeft betaald, omdat de minister na het instellen van beroep zijn besluit heeft gewijzigd in het voordeel van de rederij.
w.g. B. Bastein w.g. N.J. Vlug