Datum uitspraak: 7 juli 2025
24/1473 WUBO-V, 24/1474 WUV-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 mei 2024, 23/1556.
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Indonesië (appellante)
de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in het artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht van 5 december 2024 heeft de Raad het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 mei 2024, 23/1556, niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellante heeft [gemachtigde] , belangenbehartiger, verzet gedaan.
Het verzet is behandeld op de zitting van 26 mei 2025. Partijen zijn niet verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 5 december 2024 berust op de overwegingen dat een belangenbehartiger een schriftelijke machtiging dient te overleggen en dat geen schriftelijke machtiging is overgelegd.
In verzet zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de belangenbehartiger niet in verzuim is geweest. Een verklaring voor het niet overleggen van de machtiging is niet gegeven.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van N. El Khabazi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2025.
(getekend) H.G. Rottier
(getekend) N. El Khabazi