ECLI:NL:CRVB:2025:1051

ECLI:NL:CRVB:2025:1051, Centrale Raad van Beroep, 07-07-2025, 24/1734 ZW-V

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 07-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 24/1734 ZW-V
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Verzet gegrond. Er is geen reden om er aan te twijfelen dat geen afhaalbericht op het huisadres van appellante is achtergelaten. Dat betekent niet dat de aangevallen uitspraak niet op regelmatige wijze op het adres van appellante is aangeboden, maar dat bezien moet worden of appellante voldoende snel heeft gereageerd toen zij via de verzending per gewone post op 26 juni 2024 op de hoogte geraakte van de gegeven uitspraak. Zoals appellante heeft toegelicht is zij binnen drie weken na de ontvangst naar haar gemachtigde gegaan die pro forma beroep heeft ingesteld. De termijnoverschrijding is daarmee verschoonbaar.

Uitspraak

Datum uitspraak: 7 juli 2025

24/1734 ZW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 31 mei 2024, 23/7310 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[X] e/v [Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 16 januari 2025 heeft de Raad het namens appellante door mr. Ö. Sahin, advocaat, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Namens appellante heeft mr. Sahin verzet gedaan.

Het verzet is behandeld op de zitting van 26 mei 2025. Mr. Sahin is verschenen via een videoverbinding. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

1. De uitspraak van de Raad van 16 januari 2025 berust op de overweging dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

2. In verzet voert de gemachtigde van appellante aan dat het beroepschrift tijdig is ingediend bij de Raad. De uitspraak van de rechtbank is toegezonden per aangetekende brief. Dat die brief is aangeboden is niet gebleken omdat geen afhaalbericht op het adres van appellante was achtergelaten. De uitspraak is vervolgens bij gewone brief toegezonden aan appellante op 26 juni 2024, die deze brief op 2 juli 2024 heeft ontvangen waarna zij binnen zes weken hoger beroep heeft ingesteld. Appellante wijst in dat verband op de teruggelopen betrouwbaarheid in de postbezorging. De Raad heeft er in de uitspraak van 16 januari 2025 op gewezen dat appellante via de PostNL-app ervan op de hoogte kon zijn dat er post naar haar was verstuurd. Appellant stelt echter dat zij niet over die app beschikte en dat het gebruik daarvan ook niet van burgers hoeft te worden verwacht.

Uit de overgelegde informatie blijkt niet dat er door de postbezorger een afhaalbericht is achtergelaten in de brievenbus van appellante. Verder heeft appellante gewezen op diverse feiten en omstandigheden die een onderbouwing geven voor problemen in de postbezorging.

Er is geen reden om er aan te twijfelen dat geen afhaalbericht op het huisadres van appellante is achtergelaten. Dat betekent niet dat de aangevallen uitspraak niet op regelmatige wijze op het adres van appellante is aangeboden, maar dat bezien moet worden of appellante voldoende snel heeft gereageerd toen zij via de verzending per gewone post op 26 juni 2024 op de hoogte geraakte van de gegeven uitspraak. Zoals appellante heeft toegelicht is zij binnen drie weken na de ontvangst naar haar gemachtigde gegaan die pro forma beroep heeft ingesteld. De termijnoverschrijding is daarmee verschoonbaar. De grond over de PostNL-app behoeft daarmee geen bespreking.

Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 16 januari 2025 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

4. Er is aanleiding voor een proceskostenveroordeling van het verzet. Die kosten worden bepaald op een half punt voor het indienen van het verzet en een half punt voor het verschijnen ter zitting, in totaal één punt, dus € 907,-.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van N. El Khabazi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2025.

(getekend) H.G. Rottier

(getekend) N. El Khabazi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand