ECLI:NL:CRVB:2026:1155

ECLI:NL:CRVB:2026:1155

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer 24/1642 WIA
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep. Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

24/1642 WIA, 24/2391 WIA

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:118, 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 25 juni 2024, 22/492 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

[appellante B.V.] . te [vestigingsplaats] (appellante)

de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid)

Datum uitspraak: 3 september 2026

PROCESVERLOOP

Het Uwv heeft hoger beroep ingesteld.

Namens appellante heeft mr. J.P.M. van Zijl, advocaat, een verweerschrift ingediend en incidenteel hoger beroep ingesteld.

De Raad heeft het Uwv om een reactie gevraagd naar aanleiding van de (tussen)uitspraken van 13 januari 2026. Hierop heeft het Uwv op 16 april 2026 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Vervolgens heeft het Uwv het hoger beroep ingetrokken.

Appellante heeft vervolgens het incidenteel hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en verzocht om schadevergoeding in verband met de overschrijding van de redelijke termijn. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de Raad de Staat als partij aangemerkt.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.

De Raad heeft partijen laten weten dat hij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb en artikel 8:110, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het incidenteel hoger beroep.

Appellante heeft het incidenteel hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 16 april 2026 volledig aan haar bezwaren tegemoet is gekomen.

Er is aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

De kosten van bezwaar zijn reeds door het Uwv bij besluit van 19 april 2022 vergoed en de rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak beslist ten aanzien van de proceskosten in verband met de procedure in beroep.

De proceskosten in hoger beroep worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.868,- (1 punt voor het verweerschrift en 1 punt voor het incidenteel hoger beroep).

Schadevergoeding redelijke termijn

De redelijke termijn is voor een procedure in drie instanties in zaken zoals deze in beginsel niet overschreden als die procedure in haar geheel niet langer dan vier jaar heeft geduurd. De behandeling van het bezwaar mag ten hoogste een half jaar, de behandeling van het beroep ten hoogste anderhalf jaar en de behandeling van het hoger beroep ten hoogste twee jaar duren, terwijl doorgaans geen sprake is van een te lange behandelingsduur in de rechterlijke fase in haar geheel als deze niet meer dan drie en een half jaar heeft geduurd. De omstandigheden van het geval kunnen aanleiding geven een langere behandelingsduur te rechtvaardigen. Verder is in beginsel een vergoeding van immateriële schade gepast van € 500,- per half jaar of een gedeelte daarvan, waarmee de redelijke termijn in de procedure als geheel is overschreden.

Als een tegemoetkomend besluit is genomen, eindigt de redelijke termijn op het moment dat dit besluit is bekendgemaakt.

In dit geval is het tegemoetkomend besluit op 16 april 2026 bekendgemaakt. Vanaf de datum van ontvangst door het Uwv van het bezwaarschrift op 5 november 2021 tot aan de bekendmaking van het tegemoetkomend besluit heeft de procedure vier jaar en ruim vijf maanden geduurd. In de zaak zelf noch in de opstelling van appellante zijn aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat in dit geval de totale lengte van de procedure meer dan vier jaar zou mogen bedragen. De redelijke termijn is dus met ruim vijf maanden overschreden. Dit leidt tot een schadevergoeding van € 500,-.

Van het totale tijdsverloop heeft de behandeling van het bezwaar minder dan zes maanden geduurd. Dit betekent dat de redelijke termijn alleen in de rechterlijke fase is overschreden. De staat wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade aan appellante tot een bedrag van € 500,-.

Ook is er aanleiding om de Staat de veroordelen in de proceskosten van appellante in verband met het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Deze kosten worden begroot op € 467,- (1 punt, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 0,5) voor het indienen van het verzoek.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

appellante van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 500,-.

Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van M.J.D. van Haren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 september 2026.

(getekend) S.B. Smit-Colenbrander

(getekend) M.J.D. van Haren

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand