ECLI:NL:CRVB:2026:1182

ECLI:NL:CRVB:2026:1182

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 10-09-2026
Datum publicatie 14-09-2026
Zaaknummer 24/2174 POL
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Beëindiging sollicitatieprocedure. Geen sprake van zorgvuldigheidsgebrek. De korpschef heeft met de gekozen procedure niet in strijd met zijn eigen wervings- en selectiebeleid gehandeld, aangezien in dit beleid expliciet staat vermeld dat voor sollicitaties naar tijdelijke werkzaamheden procesafwijkingen mogen worden afgesproken.

Uitspraak

SAMENVATTING

24/2174 POL

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 augustus 2024, 20/2539 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Korpschef van Politie (korpschef)

Datum uitspraak: 10 september 2026

Deze zaak gaat over de beslissing van de korpschef om een drietal sollicitatieprocedures met appellant te beëindigen. Volgens appellant is in het sollicitatieproces afgeweken van het vastgelegde wervings- en selectiebeleid, in strijd gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel en verschillende andere rechtsbeginselen en is hij op onterechte gronden afgewezen. Net als de rechtbank oordeelt de Raad dat de korpschef in redelijkheid heeft kunnen besluiten om de sollicitatieprocedures te beëindigen.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 2 juli 2026. Appellant is verschenen. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.E.H. Versteijlen en P. Terhoeve.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Appellant was werkzaam als Operationeel Specialist A bij de [naam eenheid] van de politie. In 2019 heeft hij op drie vacatures voor de functie van Liaison Officer (taakaccent mensenhandel) gesolliciteerd. Het ging om functies in [land 1] , [land 2] en [land 3] .

De sollicitaties van appellant zijn door een selectiecommissie in behandeling genomen. Op basis van een briefselectie heeft deze commissie besloten om appellant bij geen van zijn sollicitaties voor een gesprek uit te nodigen. In drie afzonderlijke e-mails van 24 juli 2019 is appellant hiervan op de hoogte gebracht en zijn de sollicitatieprocedures met hem beëindigd.

Met het besluit van 3 april 2020 (bestreden besluit) zijn, na bezwaar, deze beëindigingen gehandhaafd.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het feit dat de vacatures inmiddels vervuld zijn niet betekent dat appellant bij de afwijzing van zijn sollicitaties geen procesbelang meer heeft. Verder heeft de rechtbank overwogen dat de korpschef met de gekozen procedure niet in strijd met zijn eigen wervings- en selectiebeleid heeft gehandeld, aangezien in dit beleid expliciet staat vermeld dat voor sollicitaties naar tijdelijke werkzaamheden procesafwijkingen mogen worden afgesproken en uit de vacatureteksten blijkt dat het bij de functie van Liaison Officer om dergelijke tijdelijke werkzaamheden gaat. De rechtbank heeft verder overwogen dat de beslissing van een bestuursorgaan in een sollicitatieprocedure het resultaat is van een beoordeling van de capaciteiten van de betrokkene tegen de achtergrond van de functie-eisen. Het bestuursorgaan heeft hierbij beoordelingsvrijheid. De toetsing door de rechter dient daarom terughoudend te zijn en in beginsel beperkt te blijven tot de beantwoording van de vraag of het bestuursorgaan in redelijkheid tot zijn oordeel heeft kunnen komen. De rechtbank heeft in dit verband verwezen naar de uitspraak van de Raad van 31 maart 2022. De rechtbank heeft geoordeeld dat wat appellant heeft aangevoerd tegen de afweging van de korpschef om appellant af te wijzen voor de betreffende functies niet tot de conclusie leidt dat de korpschef niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten om de sollicitatieprocedures te beëindigen of dat de korpschef in strijd heeft gehandeld met het motiveringsbeginsel of het fair play-beginsel.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat hij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over het beëindigen van de sollicitatieprocedures in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesbelang

De korpschef heeft betoogd dat appellant geen procesbelang meer heeft bij de afwijzing van zijn sollicitaties, omdat de vacatures inmiddels zijn vervuld. De Raad is echter met de rechtbank van oordeel dat in dit geval voldoende procesbelang kan worden gevonden in het antwoord op de vraag of met het beëindigen van de sollicitatieprocedures in het verleden (al dan niet rechtmatig) inbreuk op de rechtpositie van appellant is gemaakt. De Raad heeft eerder geoordeeld dat als sprake is van een onrechtmatige inbreuk op iemands rechtspositie in het kader van een sollicitatieprocedure die maakt dat het bestreden besluit geen stand houdt, de korpschef daaraan op enigerlei wijze consequenties moet verbinden en dat die in een dergelijk geval bijvoorbeeld de vorm kunnen krijgen van een nadere plaatsingsinspanning voor betrokkene.

Behandeling van de beroepsgronden door de rechtbank

Voor zover het hoger beroep is gebaseerd op de opvatting van appellant dat de rechtbank in de aangevallen uitspraak ten onrechte niet alle onderdelen van zijn beroepsgronden heeft behandeld of deze gronden te minimaal heeft geïnterpreteerd, verwijst de Raad naar zijn vaste rechtspraak dat de bestuursrechter niet op alle aangevoerde gronden hoeft in te gaan, maar zich mag beperken tot de kern daarvan. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank geen wezenlijke aspecten van de beroepsgronden van appellant onbesproken gelaten. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd is in essentie een herhaling van wat hij in beroep naar voren heeft gebracht. De rechtbank heeft deze beroepsgronden afdoende besproken en met juistheid geoordeeld dat deze gronden niet slagen. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen worden grotendeels onderschreven zodat de Raad volstaat met een verwijzing daarnaar. De Raad ziet aanleiding aan die overwegingen nog het volgende toe te voegen.

Zorgvuldigheid van de sollicitatieprocedure; strijd met wervings- en selectiebeleid

Anders dan appellant is de Raad van oordeel dat de rechterlijke toets van eventuele procedurele gebreken in een sollicitatieproces niet zo ver gaat dat een afwijking van het door het bestuursorgaan gehanteerde wervings- en selectiebeleid zonder meer leidt tot onrechtmatigheid van de in dat proces tot stand gekomen beslissingen. Of sprake is van een afwijking van procedureregels die leidt tot een zorgvuldigheidsgebrek waardoor het afwijzingsbesluit niet in stand kan blijven, hangt af van de omstandigheden van het geval. In de situatie van appellant is van een dusdanige afwijking om de volgende redenen geen sprake.

Bij de samenstelling van de selectiecommissie is afgeweken van de in het wervings- en selectiebeleid neergelegde standaard dat in zo’n commissie ook twee nietleidinggevende medewerkers zitting hebben die het team vertegenwoordigen. De Raad heeft eerder overwogen dat het meest van belang is dat een selectiecommissie bestaat uit personen die inzicht hebben in de aard en wijze van uitoefening van de functie. Aan die maatstaf is in dit geval voldaan. Daar komt bij dat de aard van de liaison-functies juist met zich brengt dat er niet in een team in Nederland wordt samengewerkt. De functionaris is in het buitenland gestationeerd en moet daar min of meer zelfstandig en op afstand van de Nederlandse collega’s functioneren. Ook dat gegeven brengt met zich dat de Raad van oordeel is dat er in dit geval een goede reden was om de sollicitatiecommissie in afwijking van het wervings- en selectiebeleid samen te stellen. Er is bovendien geen enkele aanwijzing dat appellant door de samenstelling van de selectiecommissie is benadeeld of dat hierdoor de objectiviteit en kwaliteit van het selectieproces is ondermijnd. Om die reden schuilt er evenmin een zorgvuldigheidsgebrek in het feit dat appellant niet tevoren is geïnformeerd over de van het beleid afwijkende samenstelling van de selectiecommissie.

Voor zover appellant heeft betoogd dat ook van het wervings- en selectiebeleid is afgeweken, omdat door de selectiecommissie niet voor alle sollicitanten een volledig beoordelingsformulier is ingevuld, volgt de Raad het standpunt van de korpschef dat in de fase van de briefselectie nog geen sprake is geweest van een onderlinge vergelijking van de kandidaten maar, conform het beleid, slechts van een beoordeling of de kandidaten in beginsel voldeden aan de functievereisten. Bij appellant was dat niet het geval. In die fase van het sollicitatieproces is het uitwerken van beoordelingsformulieren met het oog op het inzichtelijk maken van de vergelijking tussen de kandidaten nog niet aan de orde en daarom beschouwt de Raad de werkwijze van de selectiecommissie niet als onzorgvuldig.

Naar het oordeel van de Raad levert het feit dat appellant niet tevoren is geïnformeerd over het gegeven dat bij de briefselectie ook aandachtspunten uit de Leidraad sollicitatieprocedure Landelijk Internationaal Rechtshulpcentrum en de daarbij behorende bijlage (een model beoordelingsformulier) een rol spelen evenmin een zorgvuldigheidsgebrek op. Appellant wordt niet gevolgd in zijn stelling dat deze aandachtspunten niet samenhingen met de onderdelen van de functieomschrijving in de vacatureteksten, zodat hij daar in zijn sollicitatiebrieven niet op heeft kunnen reflecteren. De Raad volgt het standpunt van de korpschef dat het uit de vacaturetekst in combinatie met de LFNP-functiebeschrijving, waarnaar in de vacaturetekst is verwezen, voor appellant duidelijk had kunnen en moeten zijn dat de betreffende aandachtspunten bij de selectie meegewogen zouden worden.

Verzoek tot schadevergoeding wegens reputatieschade

Appellant heeft verzocht om schadevergoeding vanwege de aantasting van zijn reputatie als gevolg van het bestreden besluit en het feit dat hij ook bij enkele andere interne sollicitaties is afgewezen. Op grond van artikel 8:88 van de Awb is de bestuursrechter alleen bevoegd tot het toekennen van schadevergoeding als de schade het gevolg is van een onrechtmatig besluit of een andere onrechtmatige handeling van een bestuursorgaan. In dit geval is het bestreden besluit niet onrechtmatig en maken eventuele beslissingen over andere sollicitaties geen deel uit van dit geding. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.

Conclusie en gevolgen

Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het beëindigen van de sollicitatieprocedures met appellant in stand blijft.

5. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

Deze uitspraak is gedaan door K.H. Sanders als voorzitter en B. Serno en J.P. Loof als leden, in tegenwoordigheid van S. Ploum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 september 2026.

(getekend) K.H. Sanders

(getekend) S. Ploum

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand