SAMENVATTING
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
25/1717 ANW
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 juli 2025, 24/7596 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 3 september 2026
In deze uitspraak volgt de Raad het oordeel van de rechtbank dat aan appellante terecht een uitkering op grond van de ANW is geweigerd. De overleden echtgenoot van appellante was op de datum van zijn overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd voor de ANW. Hij was ook niet verzekerd volgens de Marokkaanse socialezekerheidswetgeving.
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 23 juli 2026. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.E. Eind.
OVERWEGINGEN
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
Appellante, geboren in 1959, is getrouwd geweest. Haar echtgenoot [naam echtgenoot] , geboren in 1938, woonde in Marokko en is daar op [datum] 2024 overleden. In verband daarmee is zijn uitkering op grond van de AOW beëindigd. Na zijn overlijden heeft appellante een uitkering op grond van de ANW aangevraagd.
Met een besluit van 8 mei 2024 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Appellante heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met een besluit van 18 november 2024 (bestreden besluit) is het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De Svb heeft hierbij overwogen dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW en ook niet verzekerd was volgens de Marokkaanse socialezekerheidswetgeving.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellant
3. Appellante heeft aangevoerd dat haar echtgenoot een uitkering ontving toen hij in leven was. Appellante is ziek en verkeert in financiële moeilijkheden. Zij is invalide en wil daarom een nabestaandenuitkering ontvangen.
Het oordeel van de Raad
4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep van belang zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Voor het recht op een ANW-uitkering is vereist dat de echtgenoot op de datum van zijn overlijden verzekerd was voor de ANW.
Op de datum van overlijden was de echtgenoot van appellante geen ingezetene van Nederland en werkte hij ook niet in Nederland. De echtgenoot was dus op datum van overlijden niet verplicht verzekerd voor de ANW. Verder is niet in geschil dat hij ook niet vrijwillig verzekerd was voor de ANW.
Appellante kan ook geen recht op een nabestaandenuitkering ontlenen aan het sociale zekerheidsverdrag tussen Nederland en Marokko. Op grond van dat verdrag kan een nabestaande aanspraak maken op een ANW-uitkering in Nederland als de echtgenoot bij overlijden voor datzelfde risico was verzekerd in Marokko. De echtgenoot was echter niet verzekerd volgens de Marokkaanse socialezekerheidswetgeving. Op het aanvraagformulier heeft de CNSS wel aangegeven dat de echtgenoot verzekerd was maar uit nader van de CNSS verkregen gegevens blijkt dat hij niet verzekerd was voor socialezekerheidsregelingen in Marokko. De CNSS is gevraagd formulier MN/NM 205 in te zenden nu sprake zou zijn van verzekering van de echtgenoot in Marokko volgens formulier M/NL 203. Op het later ingezonden formulier MN/NM 205 heeft de CNSS ingevuld dat geen sprake is geweest van tijdvakken van verzekering in Marokko. Er zijn daarom onvoldoende aanknopingspunten die wijzen op het verzekerd zijn krachtens de Marokkaanse wetgeving van de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden in 2024.
Op de dag van zijn overlijden was de echtgenoot van appellante dus niet verzekerd voor de ANW. Het beroep van appellante op haar moeilijke financiële situatie slaagt niet. De financiële situatie van appellante kan op zichzelf niet leiden tot het toekennen van en ANW-uitkering. De aanvraag is terecht afgewezen.
Conclusie en gevolgen
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de weigering van de Svb om appellante in aanmerking te brengen voor een ANW-uitkering in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor het betaalde griffierecht.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos in tegenwoordigheid van A.A. Verweij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 september 2026.
(getekend) E.E.V. Lenos
De griffier is verhinderd te ondertekenen
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
Statue:
Confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos en présence A.A. Verweij en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 3 septembre 2026.
Les parties disposent d’un délai de six semaines á compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL2500 EH ‘s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
Algemene nabestaandenwet
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
(…)
nabestaande: de echtgenoot van degene, die op de dag van overlijden verzekerd is op grond van deze wet;
(…)
Artikel 13
1. Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene, die ingezetene is; geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland of op het continentaal plat in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen.
(…)
Artikel 14
1. Recht op nabestaandenuitkering heeft de nabestaande die:
een ongehuwd kind heeft, dat jonger is dan 18 jaar en niet tot het huishouden van een ander behoort; of
arbeidsongeschikt is (…)
(…)
Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
Artikel 22
1. Wanneer een werknemer op wie dit Verdrag van toepassing is, op het tijdstip van zijn overlijden verzekerd is krachtens de Marokkaanse wettelijke regelingen, en tijdvakken van verzekering volgens de Nederlandse wettelijke regelingen inzake uitkeringen aan nagelaten betrekkingen heeft vervuld, kan zijn weduwe op een pensioen krachtens laatstgenoemde wettelijke regelingen aanspraak maken.
(…)