Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 oktober 2025.
Namens de verdachte is beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. Beiden stellen zich op het standpunt dat de dagvaarding in hoger beroep nietig moet worden verklaard, nu de dagvaarding wederom naar het onjuiste adres van de verdachte is gestuurd.
Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep
De verdachte heeft weliswaar geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, maar hij heeft in zijn
politieverhoor een adres in Roemenië opgegeven waarnaar zijn gerechtelijke post gestuurd kan worden.
Uit de betekeningsstukken blijkt dat een afschrift van de dagvaarding met een vertaling voor deze zitting naar dit door de verdachte opgegeven adres is gezonden.
In het arrest van dit hof van 7 april 2025 staat nog een adres opgenomen, namelijk [adres] . Uit de betekeningsstukken blijkt niet dat een afschrift van de dagvaarding met een vertaling naar dit door het hof, klaarblijkelijk verbeterd gelezen, adres is gezonden.
Hieruit volgt dat de dagvaarding om in hoger beroep op de terechtzitting te verschijnen niet op de bij de
wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is uitgereikt. De dagvaarding dient op grond daarvan – nu de
verdachte niet ter terechtzitting is verschenen – nietig te worden verklaard.
Beslissing
Het hof:
Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. M.T.C. de Vries en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. M. Boelens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 oktober 2025.
De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.