ECLI:NL:GHAMS:2026:3041

ECLI:NL:GHAMS:2026:3041

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 01-10-2026
Datum publicatie 28-10-2026
Zaaknummer K25-230333
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Klaagschrift o.g.v. art. 12 Sv tegen de beslissing van de officier van justitie om geen strafvervolging in te stellen tegen onbekend gebleven supporters van de voetbalclub Maccabi Tel Aviv FC ter zake van het aanzetten tot haat/discriminatie/geweld, opruiing, vernieling, openlijke geweldpleging en belediging. Het hof gaat allereerst in op de ontvankelijkheid van klagers in het beklag. Het hof stelt voorop dat in zaken als deze van de Staat extra inzet mag worden verwacht. Naar aanleiding van de aangiften van klagers heeft de politie onderzoek verricht naar de feiten waarvan klagers aangifte hebben gedaan. De politie heeft getracht om de strafbare feiten, zoals opgenomen in de aangiften en getuigenverklaringen, aan een of meerdere incidenten vastgelegd op de camerabeelden te koppelen. Het hof stelt echter vast dat het door de politie verrichte onderzoek niet heeft geleid tot het verkrijgen van identificerende gegevens van de beklaagden. Het hof is verder van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de door klagers voorgestelde nadere onderzoeken redelijkerwijs zullen kunnen bijdragen aan de identificatie van de beklaagden of tot aanvullend bewijs. Het beklag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

afdeling strafrecht

beklagkamer

rekestnummer K 25/230333

Beschikking op het beklag van:

[stichting 1] , [stichting 2] en [stichting 3],

klagers,

domicilie kiezende op het kantooradres van hun gemachtigde:

mr. H. Raza, advocaat te Rotterdam.

1. Het beklag

Het hof heeft op 26 augustus 2025 het klaagschrift ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam om geen strafvervolging in te stellen tegen onbekend gebleven supporters van de voetbalclub [club 1] ter zake van het aanzetten tot haat/discriminatie/geweld, opruiing, vernieling, openlijke geweldpleging en belediging.

2. Het verslag van de advocaat-generaal

Bij verslag van 2 juli 2026 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven het beklag af te wijzen.

3. De voorhanden stukken

Het hof heeft kennisgenomen van:

- het klaagschrift;

- het verslag van de advocaat-generaal;

- de aangiften;

- het ambtsbericht van de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam van 9 januari 2026;

- de pleitaantekeningen van mr. H. Raza van de raadkamerbehandeling op 27 augustus 2026.

4. De behandeling in raadkamer

Het hof heeft op 27 augustus 2026 klagers in de gelegenheid gesteld het beklag toe te lichten.

Namens klagers is mr. H. Raza in raadkamer verschenen en heeft het beklag toegelicht en gehandhaafd.

De advocaat-generaal is bij de behandeling in raadkamer aanwezig geweest. In hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen heeft deze geen aanleiding gevonden de conclusie in het verslag te herzien.

5. De ontvankelijkheid van klagers in het beklag

In artikel 12, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is – kort gezegd – bepaald dat de rechtstreeks belanghebbende beklag kan doen bij het gerechtshof als een strafbaar feit niet wordt vervolgd.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan slechts degene die door het achterwege blijven van vervolging getroffen is in een belang dat hem bepaaldelijk aangaat worden aangemerkt als belanghebbende (Hoge Raad 7 maart 1972, NJ 1973, 35). Daarbij dient sprake te zijn van een objectief bepaalbaar, persoonlijk of kenmerkend belang. Bovendien brengt het relativiteitsvereiste met zich dat beoordeeld dient te worden of de overtreden strafbepaling beoogt dit specifieke belang van klager te beschermen.

Op grond van artikel 12, tweede lid, Sv kan ook een rechtspersoon rechtstreeks belanghebbende zijn als deze krachtens zijn doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden een belang behartigt dat door de beslissing tot niet vervolging of niet verdere vervolging rechtstreeks wordt getroffen.

Het hof heeft zich afgevraagd of [stichting 1] , [stichting 2] en [stichting 3] in de zin van artikel 12 Sv als rechtstreeks belanghebbenden kunnen worden aangemerkt.

[stichting 1]

Het bestuur van de [stichting 1] heeft via de raadsman de klacht ingediend.

Uit het klaagschrift blijkt dat de klacht en de aangifte is ingediend door de bestuurders van de stichting. Derhalve is de stichting rechtsgeldig vertegenwoordigd.

[stichting 1] richt zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden op het signaleren en bestrijden van islamofobe uitsluiting, discriminatie en ontmenselijking, het ondersteunen van slachtoffers, het verzamelen van meldingen en het toegankelijk maken van juridische en wetenschappelijke kennis.

Het hof is van oordeel dat de doelstelling en feitelijke werkzaamheden specifiek genoeg gericht zijn op de behartiging van in ieder geval de door de artikelen 137d Sr (aanzetten tot haat, discriminatie of geweld), 131 Sr (opruiing), en 266 Sr (eenvoudige belediging) te beschermen belangen. Derhalve is klager te beschouwen als rechtsreeks belanghebbende en ontvankelijk in zijn klacht.

[stichting 2]

Het bestuur van de [stichting 2] heeft via de raadsman de klacht ingediend.

Uit het klaagschrift blijkt dat de klacht is ingediend door [persoon 1] (voorzitter), [persoon 2] en [persoon 3] . De aangifte is ingediend door [persoon 1] en [persoon 2] voornoemd.

Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel, geraadpleegd op 24 juni 2026, volgt dat [persoon 1] geregistreerd staat als voorzitter van de stichting, [persoon 4] als secretaris en [persoon 5] als penningmeester.

[persoon 1] is gezamenlijk bevoegd met zijn andere hiervoor genoemde bestuurders ( [persoon 4] , secretaris en [persoon 5] , penningmeester) om de stichting gezamenlijk te vertegenwoordigen.

Bij een stichting met gezamenlijk bevoegd bestuur kan de stichting slechts rechtsgeldig worden vertegenwoordigd door de bestuurders die volgens de statuten gezamenlijk vertegenwoordigingsbevoegd zijn. Een klacht ex artikel 12 Sv dient daarom door die gezamenlijke bevoegden te worden ingediend of ondertekend, tenzij een rechtsgeldige volmacht is verleend. Het hof is van oordeel dat klager niet-ontvankelijk is, omdat ten tijde van de behandeling van het beklag een dergelijke volmacht ontbrak.

[stichting 3]

Het bestuur van de [stichting 3] heeft ook via de raadsman eenzelfde klacht ingediend. Uit de vestigingsgegevens van de stichting blijkt dat deze [stichting 3] is gevestigd in België.

De vereniging heeft blijkens haar statuten als doel een einde te maken aan de straffeloosheid van de daders, medeplichtigen (zowel natuurlijke als rechtspersonen), en alle organisaties die hebben bijgedragen aan de uitvoering van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide gepleegd tegen het Palestijnse volk. Om dit doel te bereiken stelt de vereniging zich ten doel om juridische stappen te ondernemen tegen elke persoon of organisatie die wordt verdacht van betrokkenheid of medeplichtigheid aan de bovengenoemde misdaden, zowel op nationaal als internationaal niveau. Ter terechtzitting heeft de raadsman toegelicht dat de werkzaamheden van de stichting zich niet beperken tot het ondernemen van juridische stappen tegen de Israëlische staat maar dat de feitelijke werkzaamheden breder zijn. Zo zijn er onder meer ook juridische stappen ondernomen tegen soldaten van Israel Defence Forces en een Israëlische rapper.

De stichting heeft haar statuten inmiddels aangepast. Uit de gewijzigde statutaire doelomschrijving, bezien in samenhang met de feitelijke werkzaamheden van de stichting zoals deze door de raadsman zijn toegelicht, blijkt dat de stichting zich daadwerkelijk en structureel inzet voor de bescherming van mensenrechten en fundamentele vrijheden van Palestijnen en het voeren van procedures van elke aard.

Het hof neemt hierbij mede in aanmerking hetgeen in de literatuur is opgemerkt over de ontvankelijkheid van niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) in procedures op de voet van artikel 12 Sv. Daaruit volgt dat aan de ontvankelijkheid van rechtspersonen die opkomen voor collectieve of ideële belangen niet zonder meer in de weg staat dat zij niet zelf rechtstreeks als individueel slachtoffer van het strafbare feit kunnen worden aangemerkt. Beslissend is of de rechtspersoon, gelet op zijn statutaire doelstelling en feitelijke werkzaamheden, een voldoende nauw en concreet verband heeft met het belang waarop het beklag betrekking heeft.

In het onderhavige geval is aan die eis voldaan. De statuten van de stichting, in samenhang bezien met de door haar verrichte feitelijke werkzaamheden en hetgeen de raadsman daaromtrent heeft aangevoerd, bieden voldoende grond voor het oordeel dat de stichting een voldoende eigen en rechtstreeks te achten belang heeft bij het beklag. Het enkele feit dat de stichting opkomt voor een collectief of ideëel belang staat aan haar ontvankelijkheid derhalve niet in de weg.

Het hof is dan ook met de advocaat-generaal van oordeel dat de stichting ontvankelijk is in het beklag.

6. De beoordeling van het beklag

Feiten en omstandigheden

Op 7 november 2024 werd in de [locatie] een voetbalwedstrijd gespeeld tussen [club 2] en [club 1] (hierna: [club 1] ) uit Israël. Zowel voorafgaand aan als na afloop van de wedstrijd zijn er rond de [locatie] en in de binnenstad van Amsterdam ernstige ongeregeldheden ontstaan. Deze ernstige ongeregeldheden hebben zowel in Nederland als buiten de landsgrenzen tot grote ophef geleid. De onrust in de Amsterdamse binnenstad begon reeds op 6 november 2024, de dag voor de wedstrijd, en is vervolgens steeds verder opgelopen. Deze onrust lijkt te maken hebben gehad met hooligangeweld, met de aanwezigheid en het gedrag van de [club 1] supporters in Amsterdam en met het bij een deel van de Nederlandse bevolking levend ongenoegen over de situatie in Israël en Palestina. Naar aanleiding van de ernstige ongeregeldheden is de politie, onder leiding van het Openbaar Ministerie, (grootschalige) opsporingsonderzoeken gestart. De onderzoeken richtten zich in eerste instantie op het opsporen van de personen die geweld tegen andere personen hadden gepleegd, maar ook op het opsporen van de personen die een spoor van vernielingen tegen goederen achterlieten.

Klagers hebben (gelijkluidende) aangiften gedaan van verscheidene ernstige incidenten waarbij supporters van [club 1] betrokken waren.

Op woensdag 5 november 2024 zouden [club 1] supporters betrokken zijn geweest bij het met stenen bekogelen van een woning aan het Rokin te Amsterdam, het verwijderen van een Palestijnse vlag, het aanvallen van een taxichauffeur, en meerdere gewelddadige confrontaties met pro-Palestijnse demonstranten. De politie was daarbij veelal aanwezig, maar verrichtte geen aanhoudingen.

Op donderdag 6 november 2024 verzamelden honderden [club 1] supporters zich op de Dam. Daarbij zouden zij agressief hebben gereageerd op mensen met pro Palestijnse symboliek, vuurwerk hebben afgestoken, en een pro-Palestijnse demonstrant met een zak patat hebben bekogeld. Ook hier werd volgens klagers alleen de demonstrant aangehouden, niet de [club 1] supporters. In de metro op weg naar het stadion [locatie] werd volgens de aangiften door supporters van [club 1] in het Hebreeuws gescandeerd: "Olé, olé, laat IDF winnen, de Arabieren doodmaken/vermoorden". Daarnaast stellen klagers in hun aangiften dat die dag onder meer de volgende leuzen zouden zijn gescandeerd: "Dood aan de Arabieren", "Wij zullen Gaza platbranden", "Wij zullen jullie meisjes verkrachten" en "Gaza is een kerkhof'. Verder verwijzen klagers in hun aangiften naar (gefilmde) incidenten waarop geweld door [club 1] supporters zichtbaar zou zijn, waaronder schoppen, achtervolgingen en bedreiging met een riem. Ook refereren klagers aan een incident op metrostation Amsterdam Centraal waarbij een vrouw die "Free Palestine" riep door een groep [club 1] supporters is bespuugd en geslagen.

Op vrijdag 8 november 2024 worden op Nieuwezijds Voorburgwal/Wijdesteeg te Amsterdam twee taxichauffeurs en hun taxi's met flessen bekogeld door [club 1] supporters waardoor de taxi's beschadigd raken.

Voor de weergave van de feitelijke uitgangspunten die (verder) van belang zijn voor de beoordeling verwijst het hof naar de inhoud van het verslag.

Beoordelingskader

Het hof heeft te beoordelen of de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen – al dan niet na nader onderzoek – zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. Daarnaast moet het hof beoordelen of er, gelet op alle omstandigheden, voldoende belang is bij het alsnog instellen van strafrechtelijke vervolging. Indien het antwoord op beide vragen bevestigend luidt, zal een bevel tot vervolging worden gegeven.

De overwegingen van het hof

Het hof overweegt dat dit een beklag van gewicht betreft. In zaken als deze mag van de Staat extra inzet worden verwacht. Op de autoriteiten rust immers een verhoogde verplichting om strafbare feiten met een discriminatoir karakter actief en zorgvuldig te onderzoeken. Ook het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en het Europese Hof van Justitie benadrukken dat nationale autoriteiten zich in “hate crime-zaken” actief moeten inspannen. Dat geldt ook voor Nederland. Bovendien raken dergelijke feiten niet alleen het individuele slachtoffer, maar ook de samenleving als geheel. Het hof betrekt dit bij haar oordeel.

Naar aanleiding van de aangiften van klagers is door de politie onderzoek verricht naar de feiten waarvan klagers aangifte hebben gedaan. In hun aangiften verwijzen klagers naar een groot aantal (gefilmde) incidenten waarbij gewelds- en provocerende handelingen, gedragingen en/of uitingen van/door [club 1] supporters zichtbaar/hoorbaar zijn. Ten aanzien van meerdere door klagers aangehaalde incidenten is door de betrokkenen bij de politie en het Openbaar Ministerie aangifte gedaan. De politie heeft onder meer een aanzienlijk aantal uren aan beeldmateriaal bestudeerd en geanalyseerd om verdachten van het tegen personen gepleegde geweld en de gepleegde vernielingen te identificeren. De politie heeft getracht om de strafbare feiten, zoals opgenomen in de aangiften en getuigenverklaringen, aan een of meerdere incidenten vastgelegd op de camerabeelden te koppelen. Het hof stelt echter vast dat het door de politie verrichte onderzoek niet heeft geleid tot het verkrijgen van identificerende gegevens van de beklaagden.

Namens klagers heeft de raadsman tijdens de behandeling in raadkamer verzocht om nader onderzoek te laten verrichten, zoals het opvragen van passagierslijsten van de vlucht(en) vanuit Amsterdam naar Israël en het verrichten van onderzoek aan de incheckgegevens van de toegangspoortjes van metrostation Amsterdam Centraal en het vergelijken van dergelijke gegevens met andere registraties.

Het hof is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de door klagers voorgestelde nadere onderzoeken redelijkerwijs zullen kunnen bijdragen aan de identificatie van de beklaagden of tot aanvullend bewijs.

Voorts heeft het Openbaar Ministerie toegelicht welke onderzoekshandelingen reeds zijn verricht. De artikel 12 Sv-procedure strekt echter niet tot het geven van een volledig overzicht of een verantwoording van al het door het Openbaar Ministerie verrichte onderzoek. Deze procedure is beperkt tot de beoordeling van het beklag en de vraag of vervolging dient plaats te vinden.

Het hof is gelet op het vorenstaande van oordeel dat er goede redenen zijn om in deze zaak geen vervolging te gelasten. Het beklag is ongegrond.

Het hof zal daarom als volgt beslissen.

7. De beslissing

Het hof wijst het beklag af.

Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op

1 oktober 2026 door mrs. P.J. van Eekeren, voorzitter, V.J.M. Goldschmeding en P.H.M. Kuster, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. B. Berberoğlu, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand