ECLI:NL:GHARL:2025:4165

ECLI:NL:GHARL:2025:4165, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-07-2025, 21-001867-24

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 07-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21-001867-24
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941 BWBR0008804

Samenvatting

Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

[verdachte] ,

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001867-24

Uitspraak van 7 juli 2025

TEGENSPRAAK

ONTNEMINGSZAAK

Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen van 16 april 2024 met parketnummer 05-256177-20 op de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,

wonende te [adres]

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van

€ 513.136,80 (hoofdelijk).

Betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen van 16 april 2024 in de hoofdzaak onder andere veroordeeld ter zake medeplegen van het op 28 juli 2020 opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

De rechtbank heeft bij beslissing van 16 april 2024 het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vastgesteld op € 513.136,80, en ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van datzelfde bedrag, waarbij is bepaald dat door de veroordeelde dient te worden voldaan een bedrag van € 513.136,80 (hoofdelijk).

Namens de betrokkene is hoger beroep ingesteld tegen beide uitspraken.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 juni 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot afwijzing van de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door betrokkene en zijn raadsman,

mr. W.J. Morra, naar voren is gebracht.

De beslissing waarvan beroep

Het hof verenigt zich niet met de beslissing waarvan beroep zodat die behoort te worden vernietigd en opnieuw moet worden rechtgedaan.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Betrokkene is bij arrest van dit hof van 7 juli 2025, gewezen onder parketnummer

21-001867-24, in de hoofdzaak ter zake van overtreding van de Wet wapens en munitie veroordeeld tot een taakstraf en vrijgesproken van de druggerelateerde feiten waarop de vordering tot ontneming was gebaseerd. Voorts is het hof in het geheel niet gebleken van aanwijzingen dat verdachte andere strafbare feiten heeft begaan door middel waarvan of waaruit verdachte voordeel heeft verkregen.

Gelet ontbreekt enige grondslag voor de oplegging van een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof verklaart daarom het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de vordering.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt de beslissing waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Aldus gewezen door

mr. G. Dam, voorzitter,

mr. E.W. van den Heuvel en mr. M.J. Ouweneel, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. G.C. Drenthe, griffier,

en op 7 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 7 juli 2025.

mr. F.A.M. Bakker, voorzitter,

mr. S. Dijkman, advocaat-generaal,

mr. H.A.C. Peters, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

Verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand