[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
wonende te [adres] .
Het hoger beroep
De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 16 juli 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een geldboete van € 1.000,- en tot een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van acht maanden met een proeftijd van twee jaren. Verder heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder aan verdachte opgelegde voorwaardelijke straf, dient te worden afgewezen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. E. van de Pol, naar voren is gebracht.
Overwegingen met betrekking tot het onderzoek
Verdachte wordt, zakelijk weergegeven, verweten dat hij een personenauto heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek hoger is dan wettelijk is toegestaan.
Uit het dossier blijkt dat verdachte op 4 januari 2023 bij een aanrijding betrokken is geweest, nadat een andere bestuurder hem geen voorrang had verleend. Verdachte is naar aanleiding daarvan onderworpen aan een ademonderzoek, met als onderzoeksresultaat dat de ademanalyse van zijn adem 780 μg/l bedroeg. Verdachte heeft erkend dat hij op voornoemde datum een personenauto heeft bestuurd en betwist de juistheid van dit onderzoeksresultaat niet.
Wel heeft verdachte direct bij zijn eerste verhoor stellig ontkend dat hij alcohol heeft genuttigd in de 24 uur voorafgaand aan het besturen van de personenauto en dat hij een gisting-probleem met zijn maag heeft, waar nog verder onderzoek naar gedaan moet worden. Dit zou volgens de verdachte de gemeten waarde kunnen verklaren.
Verdachte heeft zich op eigen initiatief op 7 februari 2023 in het [ziekenhuis 1] te [plaats 1] laten onderzoeken op het zogeheten “auto-brouwerij syndroom” (hierna: ABS) Dit betreft, kortgezegd, een aandoening waarbij het lichaam koolhydraten/suikers omzet in ethanol/alcohol. Verdachte is vervolgens verwezen voor nader onderzoek en in het [ziekenhuis 2] nader onderzocht. Het dossier bevat uitslagen van beide onderzoeken, waaruit kan worden afgeleid dat de diagnose ABS niet kon worden gesteld.
Ter terechtzitting in hoger beroep van 16 juli 2025 heeft verdachte onder meer verklaard dat hij intussen een diëtist heeft geraadpleegd en een speciaal dieet volgt, en dat het probleem van vergisting in zijn maag zich sindsdien niet meer voordoet. Verdachte heeft daarbij ook verklaard globaal te weten welke (soorten) voeding de vergisting bij hem kunnen opwekken. Verder heeft verdachte verklaard te beschikken over een eigen ademanalyseapparaat om zichzelf te kunnen testen. Aangezien verdachte vrachtwagenchauffeur is en beroepsmatig naar en in Noorwegen rijdt, wordt hij ook daar regelmatig op het gebruik van alcohol gecontroleerd, maar er is geen positieve alcoholuitslag meer geconstateerd.
Het hof constateert dat de onderhavige zaak uitzonderlijk is, nu verdachte zich de nodige moeite heeft getroost en kosten heeft gemaakt om aan te tonen dat de gemeten alcoholwaarde in zijn adem niet is veroorzaakt door het gebruik van alcohol, maar dat deze het gevolg is van een medische aandoening. Deze aandoening is bij de twee verrichte medische onderzoeken echter niet bij verdachte gediagnostiseerd. Het hof heeft uit openbare bronnen evenwel ook begrepen dat het stellen van een diagnose bij deze aandoening niet altijd eenvoudig is, nu het vergistingsproces zich bij patiënten niet continu hoeft voor te doen en in opvlammingen kan plaatsvinden.
Mede gelet op de omstandigheid dat verdachte als vrachtwagenchauffeur afhankelijk is van zijn rijbewijs en de afdoening van de zaak voor hem daarom van groot gewicht is, is het hof tot de conclusie gekomen dat het onderzoek niet volledig is geweest. Het hof wenst nader door (een) deskundige(n) geïnformeerd te worden over de aandoening ABS in het algemeen en omtrent de vraag in hoeverre medische vervolgonderzoeken meer uitsluitsel zouden kunnen geven met betrekking tot (mogelijke) diagnostiek van verdachte.
Het hof wenst te worden voorgelicht naar aanleiding van de navolgende vragen:
Algemeen
Symptomen
Diagnostiek
a) wanneer de diagnose wordt gesteld.
b) wanneer de diagnose niet wordt gesteld.
- Wilt u vanuit uw deskundigheid nog iets toevoegen wat in bovengenoemde vragen niet aan bod is geweest, maar volgens u wel van belang is in deze zaak?
Het hof zal, gelet op dit nader te verrichten onderzoek, het onderzoek heropenen en de zaak verwijzen naar de raadsheer-commissaris teneinde een deskundige te benoemen om bovenstaande vragen te beantwoorden.
Het hof zal de advocaat-generaal en de verdediging in de gelegenheid stellen om binnen een termijn van zes weken eventuele nadere onderzoeksvragen in te dienen bij de raadsheer-commissaris.
De verdachte wordt tevens verzocht om binnen die termijn te laten weten of hij toestemming verleent om de medische onderzoeksresultaten van [ziekenhuis 1] te [plaats 1] en/of het [ziekenhuis 2] te delen met de te benoemen deskundige ten behoeve van de beantwoording van bovenstaande vragen.
Tenslotte ziet het hof ook aanleiding om zoals door de advocaat-generaal (subisidiair) is verzocht, de stukken van de strafzaak met parketnummer 96-040859-21 waar in de appelschriftuur van het openbaar ministerie aan wordt gerefereerd en waar de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder bij vonnis van 6 april 2021 opgelegde deels voorwaardelijke straf op ziet, aan het dossier te laten toevoegen.
BESLISSING
Het hof:
Heropent het onderzoek.
Stelt de stukken in handen van de raadsheer-commissaris, ten behoeve van het hiervoor beschreven nadere onderzoek.
Stelt de advocaat-generaal en de verdediging in de gelegenheid om uiterlijk op 10 september 2025 aanvullende onderzoeksvragen in te dienen.
Stelt de verdachte in de gelegenheid om uiterlijk op 10 september 2025 te laten weten of hij toestemming verleent om de medische onderzoeksresultaten van [ziekenhuis 1] te [plaats 1] en het [ziekenhuis 2] te delen met de te benoemen deskundige ten behoeve van de beantwoording van de onderzoeksvragen.
Verzoekt de advocaat-generaal op de stukken van de strafzaak met parketnummer 96-040859-21 waar in de appelschriftuur van het openbaar ministerie aan wordt gerefereerd en waar de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder bij vonnis van 6 april 2021 opgelegde deels voorwaardelijke straf op ziet, aan te leveren waarna deze aan het dossier zullen worden toegevoegd.
Schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd.
Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.
Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van de verdachte.
Aldus gewezen door
mr. M.B. de Wit, voorzitter,
mr. L.T. Wemes en mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, raadsheren,
in tegenwoordigheid van D.D. Drost, griffier,
en op 30 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.