ECLI:NL:GHARL:2025:6197

ECLI:NL:GHARL:2025:6197, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 09-10-2025, Wahv 200.352.234/01

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 09-10-2025
Datum publicatie 15-10-2025
Zaaknummer Wahv 200.352.234/01
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0004581

Samenvatting

bezwaren tegen beslissing van de kantonrechter leiden niet tot buiten toepassing laten appelverbod

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 28 januari 2025, betreffende

wonende te [woonplaats] .

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

Daarna zijn nog meerdere e-mails van de betrokkene ontvangen, die in kopie naar de advocaat-generaal zijn toegestuurd.

De zaak is behandeld op de zitting van 25 september 2025. De betrokkene is verschenen.De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. P.A. Veenstra.

De beoordeling

1. Artikel 14 van de Wahv bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:

- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 110,-

- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld en de betrokkene de juistheid van die beslissing in hoger beroep betwist.

2. Van geen van deze situaties is hier sprake. De sanctie is € 100,- en de kantonrechter heeft het beroep ongegrond verklaard.

3. De betrokkene voert - kort samengevat en voor zover van belang - aan dat de appelgrens

€ 70,- was. Er dient te worden uitgegaan van de regelgeving die in 2023 van kracht was, omdat de sanctie in dat jaar is opgelegd, de juridische procedure in dat jaar is aangevangen en het uitblijven van een tijdig behandeling aan het Openbaar Ministerie is te wijten. Daarnaast voert de betrokkene aan dat de appelgrens een slap excuus is om niet in hoger beroep te kunnen. Hij heeft recht op een deugdelijk, onpartijdig, correct en feitelijk proces. Daarvan is geen sprake. De betrokkene benadrukt daarbij dat hij tijdig een wrakingsverzoek heeft ingediend.

4. De appelgrens is met ingang van 1 januari 2023 gewijzigd van € 70,- naar € 110,- (Staatsblad 2022, 345 en 2002, 364). De appelgrens van € 110,- gold dus al op het moment dat de gedraging werd geconstateerd. Dat op www.rechtspraak.nl mogelijk nog een onjuist grensbedrag werd genoemd, doet hier niet aan af. In de beslissing van de kantonrechter is overigens het juiste bedrag vermeld.

5. In artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) ligt het recht op toegang tot de rechter besloten. Wanneer een beroep wordt gedaan op schending van dit recht en dit beroep wordt gegrond bevonden, kan het wettelijk appelverbod buiten toepassing worden gelaten (vgl. het arrest van het hof van 12 juli 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:6402). Het recht op toegang tot de rechter is niet absoluut. Op dat recht kunnen legitieme beperkingen worden aangebracht, bijvoorbeeld in de vorm van ontvankelijkheidsvereisten (vgl. het arrest van het hof van 29 december 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:11439).

6. Niet gebleken is dat het recht op toegang tot de rechter is geschonden. De betrokkene is op voorgeschreven wijze opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter. Uit de beslissing van de kantonrechter blijkt dat de betrokkene is verschenen en ter zitting zijn standpunten heeft toegelicht.

De klachten van de betrokkene komen er in de kern op neer dat de kantonrechter een onjuiste beslissing heeft genomen en hebben geen betrekking op het recht op toegang tot de rechter. Het hof heeft begrip voor het feit dat het voor de betrokkene om een principiële zaak gaat en zijn wens om een beslissing van het hof op dit punt te krijgen. De bezwaren tegen de beslissing van de kantonrechter kunnen echter niet leiden tot het buiten toepassing laten van het appelverbod.

7. Gelet op het voorgaande dient het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Het hof komt daarom niet toe aan de beoordeling van de bezwaren van de betrokkene tegen de opgelegde sanctie.

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Van der Zee-Venema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand