ECLI:NL:GHARL:2026:5920

ECLI:NL:GHARL:2026:5920

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 14-09-2026
Datum publicatie 15-09-2026
Zaaknummer 21-000919-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Jeugdzaak. Vrijspraak van brandstichting op het dak van een school.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

[verdachte] , heeft beperkt hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter. Tegen de bewezenverklaring van het feit dat betrekking heeft op de Leerplichtwet en de straf die de kinderrechter voor dat feit heeft opgelegd, heeft [verdachte] geen hoger beroep ingesteld. Dit feit is daarom niet in hoger beroep aan de orde. De ten laste gelegde brandstichting is in hoger beroep wel aan de orde.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 september 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de kinderrechter.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat [verdachte] en zijn raadsman, mr. E. Albayrak, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De kinderrechter heeft, zoals volgt uit het hiervoor genoemde vonnis waartegen het hoger beroep gericht is:

Het hof komt in dit arrest – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – tot een andere beslissing over het bewijs dan de kinderrechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 18-279153-25:

hij op of omstreeks 25 mei 2025 te [plaats] , in de [gemeente] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/op een pand, te weten basisschool [slachtoffer] , gelegen aan of bij de [adres] , aldaar, opzettelijk brand heeft/hebben gesticht, door (isolatie)wol wat zich tussen en/of in/op de muur van voornoemd(e) basisschool/ pand bevond, in elk geval een brandbare stof, met een aansteker aan te steken en/of (een) stuk van die/dat brandende (isolatie)wol in het ventilatiesysteem/luchtbehandelingssysteem van dat pand heeft gegooid/laten vallen, althans opzettelijk open vuur in aanraking gebracht met een brandbare stof, tengevolge waarvan dat ventilatiesysteem/luchtbehandelingssysteem geheel of gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten de inventaris/inboedel van die basisschool/dat pand en/of voor die basisschool/dat pand, te duchten was;

Vrijspraak

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde brandstichting wettig en overtuigend bewezen kan worden. Bij het vaststellen van wat de rol was van [verdachte] is voornamelijk de verklaring van [medeverdachte 1] van belang. Die verklaring van [medeverdachte 1] is authentiek, omdat wat hij heeft verklaard ook belastend is voor hemzelf. Verder zijn [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] ook na de gestichte brand op het dak nog bij elkaar gebleven. Gelet hierop kan bewezen worden dat aan de zijde van [verdachte] sprake was van medeplegen. Ook als [medeverdachte 1] het stichten van brand zou hebben voorgesteld, dan hebben [medeverdachte 2] en [verdachte] – gelet op de voornoemde omstandigheden – daarmee ingestemd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde brandstichting. Op basis van de verklaringen van [medeverdachte 1] en dan met name de verklaring van [verdachte] en [medeverdachte 2] , lijkt het erop dat het [medeverdachte 1] is geweest die het vuur heeft veroorzaakt. [verdachte] heeft niet ontkend dat hij in de airco-unit op het dak samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] was. Het is de vraag hoe geloofwaardig de verklaringen van [medeverdachte 1] zijn. [medeverdachte 1] heeft op onderdelen duidelijk niet naar waarheid verklaard en [medeverdachte 1] heeft een motief om anderen te belasten zodat hij meer buiten schot blijft. Verder bevat het dossier onvoldoende voor betrokkenheid van [verdachte] als pleger of als medepleger bij de brandstichting. Dat [verdachte] samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op het dak was, wil namelijk nog niet zeggen dat er een gezamenlijk plan was om brand te stichten. Uit het dossier blijkt dus onvoldoende dat [verdachte] betrokken is geweest bij de brand die is ontstaan. Ook kan niet worden gezegd dat bij [verdachte] opzet was op de brand of samenwerking daartoe.

Het oordeel van het hof

Niet ter discussie staat dat er in de middag van 25 mei 2025 brand is gesticht en ontstaan op het dak van de [slachtoffer] in [plaats] . Ook staat niet ter discussie dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] toen samen op het dak van de school waren. De vraag die het hof moet beantwoorden is wie van hen brand heeft gesticht, wat de rol van de ander(en) was en of deze rol een strafbare rol is geweest.

Verklaringen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] (de verdachten)

Het hof heeft in verband daarmee als eerste gekeken naar de verklaringen die [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben afgelegd.

[verdachte] zelf heeft tijdens zijn verhoor bij de politie en op de zitting van de kinderrechter en het hof ontkend een strafbare rol te hebben gehad. Hij heeft verklaard dat hij samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op het dak van de school was. Volgens [verdachte] is [medeverdachte 1] de persoon die brand heeft gesticht. Hij heeft dit gedaan door een stuk wol aan te steken en in de luchtschacht te gooien. [medeverdachte 2] is als eerste weggegaan en daarna is [verdachte] weggegaan. [verdachte] heeft kort na de brand zijn tas in de bosjes verstopt, omdat hij in het politiesysteem als wapengevaarlijk stond vermeld en over de inhoud van de tas vragen gesteld hadden kunnen worden.

[medeverdachte 2] heeft tijdens zijn verhoor bij de politie ontkend een strafbare rol te hebben gehad. Hij was op het dak van de school in het hokje aan het roken met [medeverdachte 1] en [verdachte] . [medeverdachte 1] heeft in het hokje een klein stuk wol gepakt en dit in de fik gestoken. De wol zat aan de muur. Hij heeft later van [verdachte] gehoord dat [medeverdachte 1] een aansteker bij de wol hield, maar hij heeft het zelf niet gezien. Terwijl [verdachte] en [medeverdachte 1] nog in het hokje zaten, stond [medeverdachte 2] op het dak. Toen [medeverdachte 2] zag dat er rook uit kwam is hij meteen van het dak gegaan en is hij weggegaan op zijn fiets. Hij is als eerste van het dak gegaan.

[medeverdachte 1] heeft tijdens zijn eerste verhoor bij de politie verklaard dat hij samen met ‘ [naam 1] ’ en ‘ [naam 2] ’ op het dak van de school was en dat ‘ [naam 2] ’ de cabine met een aansteker in brand heeft gestoken. Zij zagen alleen rook en zijn toen weggegaan. Nadat de politie de volgende dag [medeverdachte 1] confronteerde met dat [verdachte] zelf had verklaard erbij te zijn geweest, heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij met [verdachte] en [medeverdachte 2] op het dak van de school was. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij aan het ‘chillen’ waren in een box en dat één van hen had bedacht om een brandje te stichten en dat zij er allemaal mee hebben ingestemd, omdat ‘zij het wel leuk vonden’. Dit is met een aansteker gedaan. Volgens [medeverdachte 1] waren in de box zijkanten en als die open gemaakt werden was daar dan iets blauws en wits en dat het witte in brand is gestoken omdat dat het snelst ging. Ze deden de box gelijk dicht. [medeverdachte 1] zag alleen rook en is toen weggegaan. Zijn telefoon is op het dak gevallen. [medeverdachte 1] heeft verklaard niet te willen zeggen wie de brand heeft aangestoken, maar wel dat hij het zelf niet heeft gedaan.

Op basis van deze verklaringen kan het hof niet vaststellen dat [verdachte] degene is geweest die de brand heeft aangestoken.

Camerabeelden en foto’s van de beelden

Naast deze verklaringen, heeft het hof de beelden in het dossier bekeken. Ook heeft het hof de foto’s van deze beelden gezien die in het dossier zijn opgenomen en de omschrijving van wat er op de beelden te zien is. Het hof kan op basis van de beelden niet vaststellen wie de brand heeft aangestoken.

Dit betekent dat het hof op basis van het voorliggende dossier (de verklaringen en de beelden) niet kan vaststellen dat [verdachte] de persoon is geweest die de brand heeft aangestoken. Daarmee kan hij in ieder geval niet als pleger van de brandstichting geworden aangemerkt.

Medeplegen

Daarnaast heeft het hof gekeken of [verdachte] samen met anderen (medeplegen) brand heeft gesticht, zodat hij daar wel voor verantwoordelijk is. Een medepleger is een verdachte die samen met iemand anders of meer anderen een strafbaar feit pleegt. Als medepleger kun je schuldig zijn, als duidelijk is dat je voldoende nauw en bewust hebt samengewerkt met anderen bij het plegen van dat strafbare feit. Ook als [verdachte] handelen niet bestaat uit het samen uitvoeren van het strafbare feit, maar uit bijvoorbeeld het geven van informatie, het op de uitkijk staan, het helpen bij de vlucht (handelingen die meestal bij ‘medeplichtigheid’ horen) kan toch sprake zijn van voldoende samenwerking van [verdachte] met anderen om van medeplegen te kunnen spreken. Zijn bijdrage moet dan wel belangrijk genoeg zijn. Om te beoordelen of iemand een medepleger is, wordt bijvoorbeeld gekeken naar de vraag hoe sterk de samenwerking was, wie welke taken had, welke rol de medepleger had bij de eventuele voorbereiding, uitvoering of afronding van het strafbare feit en hoe belangrijk zijn rol was.

Het hof vindt op basis van de stukken dat daaruit onvoldoende volgt dat tussen [verdachte] , [medeverdachte 2] , en [medeverdachte 1] sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Het hof kan niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat zij bijvoorbeeld een gezamenlijk plan hadden om brand te stichten. Alleen [medeverdachte 1] verklaart hierover en dat vindt het hof onvoldoende. Bij zijn verklaring bij de politie zijn namelijk best wat vraagtekens te zetten. Dat [verdachte] aanwezig was op het dak waar de brand werd gesticht, is naar het oordeel van het hof niet voldoende om wel tot het oordeel te komen dat sprake was van een gezamenlijke uitvoering van de brandstichting. Ook de inhoud van chatgesprekken van na de brandstichting die in het dossier zitten, bevatten onvoldoende informatie om vast te kunnen stellen wat de rol van [verdachte] was bij de brandstichting.

Omdat het hof onvoldoende kan vaststellen wat er precies is gebeurd, spreekt het [verdachte] vrij van de ten laste gelegde brandstichting.

Beslag

Onttrekking aan het verkeer

Wat betreft de in beslag genomen en niet teruggegeven aansteker (goednummer: PL0100-2025136477-1832350) komt het hof tot het volgende oordeel.

Op grond van artikel 36b, eerste lid, sub 3, van het Wetboek van Strafrecht kan onttrekking aan het verkeer van in beslaggenomen voorwerpen worden opgelegd, wanneer wordt vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan, ook als de verdachte daarvan wordt vrijgesproken en een ander daarvoor verantwoordelijk is.

Het hof stelt vast – zie hiervoor – dat op 25 mei 2025 brand op het dak van de school is gesticht. Verder vindt het hof het aannemelijk dat de in beslag genomen en op het dak aangetroffen aansteker is gebruikt bij het stichten van deze brand. Die aansteker is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu het feit daarmee is begaan. Het ongecontroleerde bezit daarvan is dan in strijd met het algemeen belang en de wet. Het hof beveelt daarom dat de aansteker wordt onttrokken aan het verkeer.

Teruggave aan rechthebbende

De in beslag genomen rugzak van het merk Vanguard (goednummer: PL0100-2025136477-1832779) wordt aan [verdachte] teruggegeven.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij (de eigenaar van de luchtbehandelingsinstallatie) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 25.454,- ingediend. De benadeelde partij is door de kinderrechter niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de kinderrechter gevorderde schadevergoeding.

[verdachte] wordt niet schuldig verklaard aan het ten laste gelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- aansteker (goednummer: PL0100-2025136477-1832350).

Gelast de teruggave aan [verdachte] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- rugzak, merk Vanguard (goednummer: PL0100-2025136477-1832779).

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door mr. I.M. Nusselder, mr. A.F. van Kooij en mr. R. Godthelp, in aanwezigheid van de griffier mr. A. Abdulkarim en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 14 september 2026.

Mr. Nusselder is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand