ECLI:NL:GHARL:2026:5933

ECLI:NL:GHARL:2026:5933

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 15-09-2026
Datum publicatie 15-09-2026
Zaaknummer 200.364.100
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBNHO:2025:10770

Samenvatting

Verzoek voorlopig getuigenverhoor, 196 Rv. Hoger beroep tegen afwijzing. Het hof wijst het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor in hoger beroep alsnog toe en vernietigt de beschikking van de rechtbank.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.364.100

zaaknummer rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem: 367110

beschikking van 15 september 2026

in de zaak van

1. Camping Vogelenzang B.V.

die is gevestigd in Vogelenzang (gemeente Bloemendaal)

2. Hagujo B.V.

die is gevestigd in Apeldoorn

hierna samen: Camping Vogelenzang c.s.

advocaat: mr. N.D. Niederer

en

Gemeente Bloemendaal

die zetelt in Overveen (gemeente Bloemendaal)

hierna: de gemeente

advocaat: mr. R.C. Geurtsen

1. Het verloop van de procedure in hoger beroep

Camping Vogelenzang c.s. heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam tegen de beschikking die de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, op 23 september 2025 heeft gegeven (hierna: de bestreden beschikking). Het gerechtshof Amsterdam heeft bij beschikking van 13 januari 2026 de zaak ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof).

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

het beroepschrift;

het verweerschrift;

de nagekomen producties 9 tot en met 13 van Camping Vogelenzang c.s.

Op 24 augustus 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen.

2. De kern van de zaak

Camping Vogelenzang c.s. heeft de rechtbank gevraagd om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen (artikel 196 Wetboek van Rechtsvordering; Rv). Zij wil informatie over de gewijzigde standpuntbepaling van de gemeente met betrekking tot de uitleg van planregels en over vertraging in de besluitvorming. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. Camping Vogelenzang c.s. heeft de rechtbank daarna gevraagd verlof te verlenen voor het instellen van hoger beroep tegen dit oordeel. De rechtbank heeft dit verlof op 28 oktober 2025 verleend, waarna Camping Vogelenzang c.s. hoger beroep heeft ingesteld.

Het hof zal beslissen dat de beschikking van de rechtbank niet in stand blijft en zal in plaats daarvan alsnog een voorlopig getuigenverhoor bevelen. Het hof verwijst de zaak naar rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Haarlem, voor het houden van dit voorlopig getuigenverhoor. Het hof licht hierna toe hoe het tot dit oordeel komt.

3. De toelichting op de beslissing van het hof

Camping Vogelenzang c.s. heeft negen bezwaren (grieven) aangevoerd op basis waarvan zij meent dat de rechtbank tot een onjuist oordeel is gekomen. Deze bezwaren lenen zich voor gezamenlijke bespreking en komen er in de kern op neer dat het verzoek in volle omvang ter toetsing aan het hof wordt voorgelegd.

De feiten

Het hof gaat bij de beoordeling uit van de feiten die de rechtbank heeft vastgesteld onder 2.1 tot en met 2.11 van de bestreden beschikking. Na de beschikking van 23 september 2025 hebben zich nieuwe feiten voorgedaan. Het hof stelt die feiten - voor zover voor de beoordeling relevant - als volgt vast.

Op 7 oktober 2025 heeft het College van Burgemeester en Wethouders van Bloemendaal (hierna: het college) per brief aan de leden van de gemeenteraad gereageerd op verschillende vragen die de fractie van Zelfstandig Bloemendaal eerder aan haar heeft gesteld. Op de vraag: “Hoe staat het college tegenover de bouw van 350 vakantiebungalows inclusief aanleg voorzieningen / wegen, etc. in relatie tot artikel 16 uit het bestemmingsplan?” antwoordt het college als volgt: “Wij verwijzen u voor het antwoord op deze vraag naar de raadsbrief van 18 juli 2024. Op dit moment is het standpunt nog ongewijzigd”. Voor de volledigheid merkt het hof op dat in de brief van 18 juli 2024 door het college aan Camping Vogelenzang c.s. werd meegedeeld dat het college - in afwijking van haar eerdere standpunt dat geen sprake is van een vergunningplicht - het standpunt inneemt dat (toch) sprake is van een vergunningplicht (zie rov. 2.6 van de bestreden beschikking).

Het college heeft op 4 november 2025 de aanlegvergunning, die op 16 juli 2024 door Camping Vogelenzang c.s. is aangevraagd voor reeds gerealiseerde en nog te realiseren grondwerken en aanleg van 19 kavels, verleend. De gemeente heeft, eveneens op 4 november 2025, meegedeeld dat in afwijking van haar eerdere standpunt (dat sprake is van een vergunningsplicht) toch geen vergunning nodig is voor de bouw van 350 vakantiewoningen. Dit standpunt komt overeen met het eerste standpunt van de gemeente met betrekking tot de uitleg van de planregels, zoals dat in januari 2024 bij Camping Vogelenzang c.s. bekend werd (zie rov. 2.2 van de bestreden beschikking). Op 7 november 2025 heeft het college deze uitleg (dat geen vergunningsplicht geldt) per brief bevestigd aan de gemeenteraad.

De gemeente heeft vervolgens verschillende handhavingsverzoeken ontvangen, onder meer van Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Holland, waarin de gemeente werd gevraagd handhavend op te treden tegen Camping Vogelenzang c.s. omdat het plaatsen van de vakantiewoningen in strijd is met (de lezing van die verzoekers van) de planregels. De gemeente heeft deze verzoeken op 26 maart 2026 afgewezen. Daartegen is bezwaar ingesteld. De bezwaarschriftencommissie heeft de gemeente geadviseerd het bezwaar gegrond te verklaren en om uit te gaan van de tweede uitleg van de planregels (dat wil zeggen: volgens de commissie is sprake van een vergunningsplicht). Bij brief van 11 augustus 2026 heeft het college aan de gemeenteraad meegedeeld dat het nog geen besluit heeft genomen, dat het dat op 25 augustus 2026 zal doen en dat het op dit moment niet van plan is om het advies van de bezwaarschriftencommissie te volgen.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemeente meegedeeld dat zij er niet van uitgaat dat de gemeente zal terugkomen van de huidige uitleg van de planregels die inhoudt dat geen vergunningplicht geldt. Zij heeft echter ook meegedeeld dit niet te kunnen garanderen.

Juridisch kader

Op grond van artikel 196 lid 1 Rv kan de rechter, indien het verzoek aan de eisen die de wet daaraan stelt voldoet en voordat een zaak aanhangig is, op verzoek van een belanghebbende een voorlopige bewijsverrichting bevelen. Op grond van artikel 196 lid 2 Rv wijst de rechter het verzoek toe, tenzij hij van oordeel is dat:

de informatie die verlangd wordt, niet voldoende bepaald is;

onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat;

het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde;

sprake is van misbruik van bevoegdheid; of

andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.

Het wettelijk uitgangspunt voor de beoordeling van het verzoek is dus ‘toewijzen, tenzij’.

Artikel 197 lid 2 Rv bepaalt in het algemeen wat het verzoek moet inhouden. Zo dient een verzoek onder meer te bevatten een kernachtige omschrijving van het geschil of de gebeurtenis waarop het verzoek betrekking heeft en de gronden van het verzoek (sub a; dit moet op straffe van niet-ontvankelijkheid in acht worden genomen) en de aard en het beloop van de vordering (sub b). Verzoekers dienen het feitelijk gebeuren waarover zij getuigen willen doen horen, zodanig te omschrijven dat voor de rechter die op het verzoek moet beslissen, voor de rechter voor wie het verhoor zal plaatsvinden, en voor de wederpartij voldoende duidelijk is op welk gebeuren het verhoor betrekking zal hebben. Niet is vereist dat de verzoeker al in het verzoekschrift nauwkeurig aangeeft welke feiten en stellingen hij aan zijn voorgenomen vordering ten grondslag wil leggen en omtrent welke feiten hij getuigen wil doen horen. Evenmin hoeft de verzoeker zich uit te laten over de precieze aard van de in te stellen vordering en, in voorkomend geval, de omvang van de geleden schade. Een voorlopig getuigenverhoor kan juist mede ertoe dienen degene die daarom verzoekt, in staat te stellen te beoordelen of het zinvol is een voorgenomen vordering in te stellen. In de procedure tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor ligt dan ook niet de toewijsbaarheid van de in het verzoekschrift aangeduide vordering ter toetsing voor. Voor toewijzing van een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor wordt bovendien niet de eis gesteld dat daarbij al feitelijk en concreet is vermeld welke getuigen op welk punt gehoord moeten worden. Dat verdraagt zich immers niet met de op opheldering van de feiten gerichte strekking van het verhoor, die meebrengt dat op voorhand nu juist niet duidelijk behoeft te zijn wat de getuigen kunnen verklaren over het feitelijk gebeuren waarop het verhoor betrekking zal hebben.

Het verzoek van Camping Vogelenzang c.s.

Camping Vogelenzang c.s. stelt zich op het standpunt dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door begin 2024 eerst aan haar mee te delen dat de gemeente de planregels aldus uitlegt dat geen sprake is van een vergunningplicht, een half jaar later te melden dat toch wel sprake is van een vergunningplicht en (pas) anderhalf jaar later toch weer uit te gaan van de uitleg dat geen vergunning benodigd is. Aan de standpuntwijziging medio 2024 lagen volgens Camping Vogelenzang c.s. oneigenlijke motieven ten grondslag. Camping Vogelenzang c.s. stelt (vertragings)schade te hebben geleden. Vanwege de grote onzekerheid die door de opstelling van de gemeente bestond over de realisatie van het verblijfsrecreatieterrein hebben meerdere kopers van de vakantiewoningen zich volgens Camping Vogelenzang c.s. teruggetrokken en van de koop afgezien. Ook heeft de gemeente onrechtmatig gehandeld door bij brief van 18 juli 2024 zonder recht te eisen dat binnen een week een aanvraag voor een omgevingsvergunning moest worden ingediend, althans heeft gedreigd met handhaving zonder tot handhaving over te gaan. Daarnaast meent zij dat de gemeente veel te lang heeft gewacht met het beslissen op de aangevraagde aanlegvergunning – zelfs nadat de gemeente de door de bestuursrechter opgelegde dwangsommen tot het maximum had verbeurd. Camping Vogelenzang c.s. wil de gemeente aansprakelijk stellen vanwege een onrechtmatige overschrijding van de wettelijke beslistermijn.

Camping Vogelenzang c.s. wil door middel van een voorlopig getuigenverhoor helderheid verkrijgen over de omstandigheden waaronder de gemeente in de periode 2024-2025 tot tweemaal toe heeft besloten haar standpunt omtrent de uitleg van de planregels te herzien. Daarnaast wil zij door middel van een getuigenverhoor bewijzen dat de gemeente doelbewust de besluitvorming omtrent de aangevraagde aanlegvergunning heeft vertraagd.

Camping Vogelenzang c.s. wil twaalf getuigen horen, omdat al deze getuigen volgens haar betrokken zijn geweest bij de uitleg van de planregels en/of bij de besluitvorming rond de aangevraagde aanlegvergunning. Zij heeft per getuige toegelicht op welke manier diegene betrokken is geweest in het proces. Ter onderbouwing van die betrokkenheid heeft zij verwezen naar verschillende door haar overgelegde producties. Het grote aantal te horen getuigen laat zich volgens Camping Vogelenzang c.s. verklaren door de veelheid aan betrokkenen bij het dossier ‘Camping Vogelenzang’. Zij wil voorkomen dat getuigen naar elkaar zullen wijzen en de verantwoordelijkheid steeds bij andere personen zullen neerleggen. De getuigen die Camping Vogelenzang c.s. wil horen zijn:

de heer [naam1] , [functie A] ;

de heer [naam2] , [functie B] ;

de heer [naam3] , [functie C] ;

mevrouw [naam4] , [functie D] ;

mevrouw [naam5] , [functie E] ;

mevrouw [naam6] , [functie F] ;

de heer [naam7] , [functie G] ;

mevrouw [naam8] , [functie H] ;

de heer [naam9] , [functie I] ;

de heer [naam10] , [functie J] en [functie K] ;

de heer [naam11] , [functie E] ;

mevrouw [naam12] , [functie B] .

Het hof stelt vast dat Camping Vogelenzang c.s. in haar verzoekschrift en beroepschrift niet van alle getuigen de woonplaats heeft vermeld. Wanneer wordt verzocht om getuigen te horen vereist artikel 197 lid 3 onder a Rv dat de namen en woonplaatsen van de personen die de verzoeker als getuigen wil horen in het verzoekschrift dienen te worden vermeld. De wet verbindt daaraan echter geen sanctie. Van belang is of het niet noemen van de woonplaats van met naam en functie aangeduide getuigen in strijd komt met de goede procesorde. Daarvan is hier geen sprake. In deze procedure heeft hoor en wederhoor plaatsgevonden en uit de processtukken blijkt dat voor de gemeente duidelijk is welke getuigen Camping Vogelenzang c.s. wil horen. Doordat ook de functies van de getuigen bekend is, ontstaat geen verwarring over de identiteit van de te horen getuigen. Daarom zal het hof voorbijgaan aan dit verzuim.

De bezwaren van de gemeente

De gemeente heeft - samengevat - aangevoerd dat Camping Vogelenzang c.s. onvoldoende belang heeft bij het verzoek en dat het verzoek onvoldoende is bepaald. Volgens de gemeente is het verzoek onder andere te vroeg ingediend, is onduidelijk op welk feitelijk gebeuren het verzoek betrekking heeft en waarover de getuigen kunnen verklaren, kan met een WOO-verzoek eenzelfde resultaat worden bereikt en is niet duidelijk welke schade Camping Vogelenzang c.s. stelt te hebben geleden en wat de concrete omvang daarvan is. Gelet op dit alles is volgens de gemeente sprake van een fishing expedition, wat volgens de gemeente ook al blijkt uit het grote aantal getuigen dat Camping Vogelenzang c.s. wenst te horen.

Het verzoek zal worden toegewezen, omdat geen sprake is van afwijzingsgronden

Het hof stelt vast dat het verzoek van Camping Vogelenzang c.s. ertoe strekt om haar de gelegenheid te bieden opheldering te verkrijgen over feiten en omstandigheden rond de (tot twee keer toe gewijzigde) standpuntbepaling van de gemeente over de planregels en over het beslissingsproces rond de aangevraagde aanlegvergunning, met het doel haar in staat te stellen haar processuele positie beter te beoordelen voordat zij een bodemprocedure tegen de gemeente start. Naar het oordeel van het hof is geen sprake van onvoldoende belang bij het verzoek en evenmin is het verzoek onvoldoende bepaald. Het ligt in de rede dat de herhaalde standpuntwisselingen van de gemeente over een klip en klare vraag – vergen de planregels een vergunning of niet – en het daarmee gepaard gaande lange tijdsverloop bij Camping Vogelenzang c.s. vragen oproepen over de feitelijke gang van zaken. De gemeente verwijst naar (de uitleg van) de Provincie Noord-Holland, maar dat verklaart nog niet dat de gemeente eerst niet, toen wel en vervolgens toch weer niet een vergunning nodig heeft geacht. Dat vertraging er nu eenmaal bij kan horen verklaart ook nog niet dat de beslissing van de gemeente over de aanlegvergunning zeer lang uitbleef, zelfs na het verbeuren van dwangsommen. Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep heeft Camping Vogelenzang c.s. ook enkele stukken overgelegd waaruit volgens haar volgt dat aanknopingspunten bestaan om te veronderstellen dat de gemeente doelbewust de ontwikkeling van het verblijfsrecreatieterrein heeft willen tegenwerken door onnodig lang te wachten met het beslissen op de aanvraag van de aanlegvergunning en door tot twee keer toe terug te komen op de uitleg van de planregels. Het is al met al voldoende duidelijk dat Camping Vogelenzang c.s. er belang bij heeft om opheldering te krijgen over wat er bij de gemeente feitelijk heeft plaatsgevonden, zoals hoe zorgvuldig de (wisselende) standpunten van de gemeente over de uitleg van de planregels tot stand zijn gekomen, om haar proces- en bewijspositie beter te kunnen beoordelen voor een eventueel nog aanhangig te maken geding. Het is vooralsnog ook voldoende aannemelijk dat onzekerheid over (de voortgang van) de voorgenomen ontwikkeling in verband met de wisselende standpunten en het tijdsverloop bij Camping Vogelenzang c.s. mogelijk tot schade heeft geleid. Anders dan de gemeente stelt, kan van Camping Vogelenzang c.s. niet worden gevergd dat zij meer objectieve aanknopingspunten aanreikt. Er is ook geen sprake van een verzoek op basis van uitsluitend “oneigenlijk motieven (…) volledig gebaseerd op speculaties en insinuaties en (…) op geen enkele wijze met concrete feitelijkheden en/of aanknopingspunten onderbouwd”, zoals de gemeente stelt.

Het verzoek is bovendien, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, niet ‘te vroeg’ ingediend, omdat Camping Vogelenzang c.s. duidelijk heeft onderbouwd waarom zij - ook zonder bestuursrechtelijk oordeel over de uitleg van de planregels - belang heeft bij haar verzoek. Het gaat haar immers mede om het (al verstreken) tijdsverloop en de wisseling van het standpunt van de gemeente. Bovendien ligt de toewijsbaarheid van de in het verzoekschrift aangeduide vorderingen niet inhoudelijk ter toetsing voor bij de beoordeling van het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor (zie rov. 3.8).

Het hof is verder van oordeel dat Camping Vogelenzang c.s. in dit geval met een WOO-verzoek niet hetzelfde resultaat kan bereiken als met een voorlopig getuigenverhoor. Met een WOO-verzoek wordt alleen inzage verstrekt in schriftelijke documentatie, terwijl mondeling uitgewisselde informatie buiten zo’n WOO-verzoek valt. Getuigen kunnen mogelijk juist daarover verklaren. Dat in dit geval aanknopingspunten bestaan om aan te nemen dat er naast schriftelijke correspondentie ook mondeling is gesproken over het ‘dossier Camping Vogelenzang’, blijkt bijvoorbeeld uit de brief van 21 april 2026 van het college aan de gemeenteraad. In die brief schrijft het college onder meer dat [functie E] [naam5] heeft gezegd dat zij persoonlijk geen schriftelijk contact heeft gehad met de provincie, maar alleen overleg heeft gehad via Teams en telefoon. Het hof is van oordeel dat Camping Vogelenzang c.s. naast de (openstaande) WOO-verzoeken nog voldoende belang heeft bij een voorlopig getuigenverhoor.

Het hof passeert verder het betoog van de gemeente dat Camping Vogelenzang c.s. niet duidelijk heeft gemaakt wat zij in een voorlopig getuigenverhoor precies van welke getuige wenst te horen. Die eis kan immers niet aan een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor gesteld worden (zie rov. 3.8).

Dat Camping Vogelenzang c.s. een groot aantal getuigen wenst te horen heeft te maken met het groot aantal betrokkenen bij dit ‘dossier’ bij de gemeente. De gemeente heeft bovendien niet betwist dat al deze voorgedragen getuigen (op enigerlei wijze) betrokken zijn geweest bij dit dossier. Daarom bestaat geen aanleiding te veronderstellen dat, zoals de gemeente nog heeft aangevoerd, Camping Vogelenzang c.s. met dit grote aantal te horen getuigen slechts een fishing expediton onderneemt. Het hof ziet, mede gelet op de onderbouwing van Camping Vogelenzang c.s. van haar belang per getuige, geen aanleiding om het getuigenverhoor ten aanzien van specifieke getuigen af te wijzen en zal daarom bepalen dat alle onder 3.11 genoemde getuigen door haar mogen worden gehoord.

De slotsom is dat het hof het verzoek tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor toewijst, omdat niet is komen vast te staan dat sprake is van een afwijzingsgrond.

Het hof verwijst de zaak naar rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem

Camping Vogelenzang c.s. heeft gevraagd om de zaak te verwijzen naar rechtbank Amsterdam om daar het voorlopig getuigenverhoor te laten plaatsvinden. Het hof stelt vast dat de bestreden beschikking is gewezen door rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem en gaat er vanuit dat Camping Vogelenzang c.s. per abuis rechtbank Amsterdam heeft genoemd in plaats van rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, en zal de zaak om die reden naar laatstgenoemde rechtbank verwijzen. Camping Vogelenzang c.s. zal zich moeten wenden tot die rechtbank om vastgesteld te zien waar en op welke dag en tijdstip het getuigenverhoor zal plaatsvinden.

De conclusie

Het hoger beroep slaagt. Omdat de gemeente in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof de gemeente veroordelen tot betaling van de proceskosten van Camping Vogelenzang c.s. bij het hof en bij de rechtbank. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak.

Het hof bepaalt dat Camping Vogelenzang c.s. binnen 14 dagen na de dag van deze uitspraak een kopie van deze beschikking aan de gemeente moet geven (artikel 198 lid 2 Rv).

4. De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem van 23 september 2025 en beslist als volgt:

beveelt een voorlopig getuigenverhoor tot het laten horen van de in rov. 3.11 genoemde getuigen;

verwijst de zaak naar rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, voor het houden van het voorlopig getuigenverhoor;

veroordeelt de gemeente tot betaling van de volgende proceskosten van Camping Vogelenzang c.s. tot aan de uitspraak van de rechtbank:

€ 714,00 aan griffierecht;

€ 1.228,00 aan salaris van de advocaat van Camping Vogelenzang c.s. (2,0 procespunten x het tarief € 614,00)

en tot betaling van de proceskosten van Camping Vogelenzang c.s. in hoger beroep, tot op heden begroot op:

€ 827,00 aan griffierecht;

€ 2.580,00 aan salaris van de advocaat van Camping Vogelenzang c.s. (2,0 procespunten x het toepasselijke tarief II);

bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag;

verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. G.R. den Dekker, M.H.F van Vugt en M. Wallart en is in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand