[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de militaire politierechter in de rechtbank Gelderland.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 juni 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.P.K. Ruperti, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De militaire politierechter in de rechtbank Gelderland heeft verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde feit.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de militaire politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 augustus 2021 tot en met 24 oktober 2021 te/op Curaçao en/of Aruba, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, in ieder geval éénmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (in ieder geval in totaal ongeveer) 51 (eenenvijftig) gram en/of eenheden cocaïne, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Standpunt advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit.
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Verdachte gebruikte op Curaçao 3-MMC en deze drug werd aan hem verstrekt door [medeverdachte 1] . Uit het dossier blijkt niet dat het om cocaïne ging.
Oordeel van het hof
Feiten en omstandigheden
Het hof gaat bij de beoordeling van de bewezenverklaring uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Medeverdachte [medeverdachte 1] is op 19 oktober 2021 in Curaçao aangehouden in het onderzoek Invenire Nexum. [medeverdachte 1] heeft op 20 oktober 2021 bij de Koninklijke Marechaussee verklaard dat hij de maanden daarvoor regelmatig drugs aan militairen heeft geleverd. De militairen benaderden hem doorgaans via WhatsApp en bestelden meestal ‘sos’. [medeverdachte 1] maakte op WhatsApp gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] .
Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de Koninklijke Marechaussee verklaard dat hij cocaïne gebruikte en dat hij zijn drugs bestelde bij de taxichauffeur van [bedrijf] . Het bestellen van de drugs gebeurde via WhatsApp en de dealer maakte gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] .
Medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] hebben bij de Koninklijke Marechaussee verklaard dat zij cocaïne kochten bij [bedrijf] .
Medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] hebben bij de Koninklijke Marechaussee verklaard dat met “sos” cocaïne wordt bedoeld.
Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft op 22 oktober 2021 een WhatsApp-bericht gestuurd met de tekst “Ja asap sos nodig”. [medeverdachte 2] heeft bij de Koninklijke Marechaussee verklaard dat hij met “Ja asap sos nodig” cocaïne bedoelde en dat [naam] en [naam] dat gingen ophalen voor hem en [verdachte] .
De verbalisant [verbalisant] heeft een uitdraai van een WhatsApp-gesprek tussen de nummers van verdachte en [medeverdachte 1] weergegeven. In het gesprek staat [medeverdachte 1] als “ [bijnaam medeverdachte 1] ” vermeld en [medeverdachte 1] maakt gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Het hof gaat ervan uit dat het gesprek is gevoerd door verdachte en [medeverdachte 1] .
De verbalisant zag een chatgesprek van 14 augustus 2021 waarbij verdachte naar [bijnaam medeverdachte 1] stuurt: “Joo maat kan je wat voor me regelen?”.
Op 14 augustus 2021 te 17:48 uur stuurt [bijnaam medeverdachte 1] naar verdachte: “Ja maat”.
Op 14 augustus 2021 te 18:00 uur stuurt [bijnaam medeverdachte 1] naar verdachte: “4x”.
Op 4 september 2021 te 15:28 uur stuurt verdachte naar [bijnaam medeverdachte 1] : “Maar is goed mandan alleen die 4x C”.
Op 4 september 2021 te 15:28 uur stuurt [bijnaam medeverdachte 1] naar verdachte: “Die 4 gram is 300 maar ik geef je voor 5 voor 300 jij kom aaltijd!”.
Op 4 september 2021 te 18:40 uur stuurt verdachte naar [bijnaam medeverdachte 1] : “Wil je 2 voor 90 doen dan? Wij kunnen die shit niet te lang in onze bezit houden man. en meer als 2 gaan we niet gebruiken”.
Op 24 september 2021 te 22:00 uur stuurt verdachte naar [bijnaam medeverdachte 1] : “Heyy mattie, kan je regelen voor me?”.
Op 24 september 2021 te 22:01 uur stuurt verdachte naar [bijnaam medeverdachte 1] : “Bij tankstation 4x”.
Op 25 september 2021 te 20:45 uur stuurt verdachte naar [bijnaam medeverdachte 1] : “Heyy mattie! Kan je weer voor me regelen maat? Heb 5x nodig”.
Op 2 oktober 2021 te 15:20 uur stuurt verdachte naar [bijnaam medeverdachte 1] : “Kan je weer regelen voor me? 5x weer?”.
Op 3 oktober 2021 te 19:12 uur stuurt verdachte naar [bijnaam medeverdachte 1] : “kan je regelen voor me bro? Heb 3x nodig”.
Op 8 oktober 2021 te 23:08 uur stuurt verdachte naar [bijnaam medeverdachte 1] : “3x”.
Op 8 oktober 2021 te 23:09 uur stuurt [bijnaam medeverdachte 1] naar verdachte: “nee 3 niet maat”.
Op 8 oktober 2021 te 23:09 uur stuurt verdachte naar [bijnaam medeverdachte 1] : “2 dan?”.
Op 14 oktober 2021 te 20:22 uur stuurt verdachte naar [bijnaam medeverdachte 1] : “Kan je weer voor me regelen vanavond?”.
Op 14 oktober 2021 te 20:35 uur stuurt verdachte naar [bijnaam medeverdachte 1] : “Kan je in meerdere voor me doen deze keer maat? Heb er 3 nodig als t kan”.
De militaire politierechter heeft verdachte in eerste aanleg voorgehouden dat het dossier veel appjes op verschillende dagen bevat, dat het in die appjes gaat over hoeveelheden en grammen en dat aan verdachte wordt gevraagd of [medeverdachte 1] ook andere dingen regelde voor verdachte. Verdachte heeft naar aanleiding daarvan verklaard dat het bij hoeveelheden en grammen gaat over de drug 3MMC. Dit haalde verdachte bij [medeverdachte 1] .
Nadere bewijsoverwegingen
Het hof stelt in dit verband voorop dat op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden kan worden vastgesteld dat daar waar in het dossier wordt gesproken over “sos” of “C” cocaïne wordt bedoeld.
Uit de verklaringen van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] volgt dat er cocaïne werd gekocht bij een taxichauffeur met de naam [medeverdachte 1] en dat er op enig moment ook cocaïne voor verdachte is opgehaald. Ook verdachte heeft verklaard dat hij drugs bij [medeverdachte 1] haalde. Het hof stelt vast dat “ [medeverdachte 1] ” [medeverdachte 1] betreft. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij cocaïne aan militairen leverde. Het hof acht niet aannemelijk geworden dat verdachte een andere drug dan cocaïne bij [medeverdachte 1] heeft besteld.
Uit de processtukken blijkt niet dat verdachte en medeverdachten op enig moment hebben vermoed dat er iets anders dan cocaïne was geleverd als zij cocaïne hadden besteld en de geleverde drugs hadden gebruikt. De stelling van de verdediging dat de bij herhaling geleverde verdovende middelen geen cocaïne betroffen, is op geen enkele manier onderbouwd. Dat de tenlastegelegde verdovende middelen niet zijn getest, staat een bewezenverklaring daarom niet in de weg.
Het hof is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Voorwaardelijk verzoek
De raadsman heeft, voor het geval het hof wettig en overtuigend bewijs aanwezig acht voor het tenlastegelegde feit, een voorwaardelijk verzoek gedaan om [medeverdachte 1] als getuige te horen.
Het hof acht het niet noodzakelijk om medeverdachte [medeverdachte 1] als getuige te horen. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de verdediging de verklaring van [medeverdachte 1] alleen in die zin heeft betwist dat [medeverdachte 1] aan verdachte 3MMC in plaats van cocaïne zou hebben verstrekt en dat zij die betwisting niet heeft onderbouwd. Bovendien vindt de verklaring van [medeverdachte 1] dat hij aan de militairen cocaïne, aangeduid met “sos” en “C”, heeft geleverd steun in verscheidene andere bewijsmiddelen, inclusief verklaringen van medeverdachten die net als verdachte de drugs hebben gebruikt. Er is geen aanknopingspunt dat er als er cocaïne was besteld en gebruikt iets anders dan cocaïne zou zijn geleverd. De bewijsvoering bevat voldoende steunbewijs voor de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] en in die bewijsvoering liggen factoren besloten die compensatie bieden voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid doordat zij steun geven aan de betrouwbaarheid van het betwiste onderdeel van de verklaring van [medeverdachte 1] . Het hof is dan ook van oordeel dat de omstandigheid dat de verdediging [medeverdachte 1] niet heeft kunnen ondervragen, niet in de weg staat aan het gebruik van de door hem afgelegde verklaring voor het bewijs. Het strafproces is als geheel eerlijk verlopen. Het hof wijst het verzoek af.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 augustus 2021 tot en met 24 oktober 2021 te/op Curaçao en/of Aruba, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, in ieder geval éénmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (in ieder geval in totaal ongeveer) 51 (eenenvijftig) gram en/of eenheden cocaïne, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 90 uren subsidiair 45 dagen hechtenis.
De raadsman heeft verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Het hof heeft in hoger beroep bij het bepalen van een eventueel op te leggen straf in aanmerking genomen de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en de omstandigheden die zich nadien hebben voorgedaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van cocaïne. Het is algemeen bekend dat het gebruik van verdovende middelen een gevaar oplevert voor de volksgezondheid en dat het gebruik van harddrugs indirect in relatie staat tot diverse vormen van criminaliteit. Het hof rekent het verdachte aan dat hij hieraan door het aanwezig hebben van cocaïne voor eigen gebruik heeft bijgedragen. Verdachte was militair en hij was ook toen al bekend met het beleid van Defensie op het gebied van drugs. Juist hij had ervoor moeten zorgen dat hij verre bleef van het aanwezig hebben van harddrugs.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 mei 2026, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor enig strafbaar feit is veroordeeld.
Het hof constateert dat de redelijke termijn van berechting in hoger beroep met bijna elf maanden is overschreden.
Het hof houdt voorts rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij heeft zijn inverzekeringstelling op Curaçao in een penitentiaire inrichting doorgebracht onder detentieomstandigheden die negatief afsteken ten opzichte van de detentieomstandigheden in Nederland.
Het hof bepaalt dat het vorenstaande in ogenschouw nemend aan verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd. Hoewel het bewezenverklaarde feit in beginsel de oplegging van een straf rechtvaardigt, is verdachte al zozeer door het bewezenverklaarde getroffen dat een verdere bestraffing redelijkerwijs geen strafdoel meer dient.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit arrest is gewezen door mr. R.H. Koning, mr. N.C. van Lookeren Campagne en mr. J.C.J. Legein, militair lid, in aanwezigheid van de griffier mr. M.E. Ruiter en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 18 juni 2026.
Mr. Legein is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 18 juni 2026.
Tegenwoordig:
mr. D.R. Sonneveldt, voorzitter,
mr. A. Hermelink, advocaat-generaal,
mr. L. Jansen, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.