ECLI:NL:GHARL:2026:6735

ECLI:NL:GHARL:2026:6735

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 20-10-2026
Datum publicatie 20-10-2026
Zaaknummer 200.366.074
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Het hof is van oordeel dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat de moeder alleen het gezag over hen heeft. Daarnaast bepaalt het hof dat de hulpverlenende instantie de volledige regie moet hebben over het opstarten en opbouwen van het contact tussen de vader en de kinderen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.366.074

zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 562713

beschikking van 20 oktober 2026

over de zorgregeling en het gezag

in de zaak van

[verzoeker] (de vader)

die woont in [woonplaats] (gemeente [gemeentenaam] )

advocaat: mr. D. Rezaie

en

[verweerster] (de moeder)die woont op een bij het hof bekend adresadvocaat: mr. P.G.M. Lodder.

1. Samenvatting

De rechtbank heeft bepaald dat de moeder alleen het gezag over de kinderen heeft. De rechtbank heeft ook een omgangsregeling vastgesteld, waarbij de hulpverlenende instantie de volledige regie heeft over het opstarten en het opbouwen van het contact tussen de vader en de kinderen. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn [in] 2014 met elkaar getrouwd in [plaats] , Irak. Zij zijn de ouders van:

- [de minderjarige1] , geboren [in] 2014;

- [de minderjarige2] , geboren [in] 2016;

- [de minderjarige3] , geboren [in] 2020.

De vader, de moeder en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit.

3. De procedure bij de rechtbank

De ouders hebben de rechtbank verzocht om de echtscheiding tussen hen uit te spreken. De moeder heeft daarnaast verzocht om te bepalen dat zij alleen het gezag over de kinderen heeft. De vader heeft de rechtbank gevraagd om een zorgregeling vast te stellen.

De rechtbank heeft op 17 mei 2024 de raad voor de kinderbescherming (de raad) gevraagd onderzoek te doen naar het gezag en het contact tussen de vader en de kinderen. De rechtbank heeft verder iedere beslissing aangehouden.

De raad heeft op 25 oktober 2024 gerapporteerd.

De rechtbank heeft op 26 februari 2025 de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken en de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder vastgesteld. Daarnaast heeft de rechtbank een voorlopige zorgregeling vastgesteld, waarbij de vader één keer per week onder begeleiding via videobellen contact heeft met de kinderen. De rechtbank heeft de beslissingen over het gezag en de definitieve zorgregeling aangehouden in afwachting van een hulpverleningstraject.

De rechtbank heeft op 10 december 2025 bepaald dat de moeder alleen het gezag over de kinderen heeft. Daarnaast heeft de rechtbank een omgangsregeling vastgesteld tussen de vader en de kinderen, waarbij de hulpverlenende instantie de volledige regie heeft over het opstarten en opbouwen van het contact, zoals de vorm, duur en frequentie. Ten slotte heeft de rechtbank bepaald dat de ouders de eigen proceskosten betalen.

De rechtbank heeft bepaald dat de beslissingen over het gezag en de omgangsregeling mogen worden uitgevoerd, ook al is hoger beroep ingesteld (uitvoerbaar bij voorraad verklaard).

4. De procedure bij het hof

De vader is het niet eens met de beslissing van de rechtbank van 10 december 2025. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en het verzoek van de moeder over het gezag alsnog afwijst, zodat de ouders weer samen het gezag hebben. Daarnaast wil hij dat het hof een zorgregeling vaststelt, waarbij de kinderen ieder weekend van vrijdag uit school tot zondagavond bij de vader zijn en beide ouders verantwoordelijk zijn voor het halen en brengen van de kinderen.

De moeder is het wel eens met de beslissing van de rechtbank. Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank in stand laat en een beslissing neemt over de proceskosten (kosten rechtens).

De informatie die het hof heeft ontvangen

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:

het beroepschrift, ontvangen op 9 maart 2026;

het verweerschrift;

een bericht namens de moeder van 11 juni 2026.

[de minderjarige1] en [de minderjarige2] hebben op een brief geschreven aan het hof waarin zij hebben verteld wat zij vinden van het gezag en de omgangsregeling.

De zitting bij het hof was op 15 september 2026. Aanwezig waren:

mr. F. Mahboub, die waarneemt voor mr. D. Rezaie;

de advocaat van de moeder;

een vertegenwoordiger van de raad.

5. Het oordeel van het hof

Wat in de wet staat

Het gezag

De rechter kan na ontbinding van het huwelijk op verzoek van de ouders of van een van hen kan bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt als:

a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of

b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

De omgangsregeling

De rechter stelt op verzoek van de ouders of van één van hen, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling over de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.

Het standpunt van de vader

De vader voert aan dat niet is voldaan aan de gronden voor een gezagsbeëindiging. De vader heeft geen contact met de kinderen, omdat de moeder met de kinderen op een geheime locatie woont en de vader niet zomaar contact met haar mag zoeken. De vader heeft sinds 2022 telkens toestemming verleend voor de gezagsbeslissingen. Volgens de vader is er een risico dat ouderverstoting optreedt en dat de vader uit het leven van de kinderen verdwijnt. Het contact tussen de vader en de kinderen komt niet van de grond. De hulpverlenende instantie heeft gefaald in haar opdracht en kan daarom niet de volledige regie krijgen over het opstarten en opbouwen van het contact.

Het standpunt van de moeder

De moeder voert aan dat er jarenlang geen direct contact is tussen de ouders. Dit contact is niet mogelijk, mede door toedoen van de vader die zijn rol in de geweldssituatie ontkent. Daarnaast heeft sinds 2022 geen fysiek contact tussen de vader en de kinderen plaatsgevonden, waardoor de vader geen inzicht heeft in de belevingswereld van de kinderen. De hulpverleningsinstantie heeft contact gezocht met de vader om de omgangsregeling tot stand te brengen. Dit komt niet van de grond, omdat de vader alleen op zijn voorwaarden wil meewerken.

Het advies van de raad

De raad adviseert om de beslissing van de rechtbank in stand te laten. De kinderen zijn slachtoffer geweest van huiselijk geweld. De vader heeft geen zelfreflectie getoond en ziet niet in wat zijn handelen teweeg heeft gebracht. Het is niet gelukt om het contact tussen de vader en de kinderen tot stand te brengen. Er is daarmee geen basis voor gezamenlijk gezag en een omgangsregeling tussen de vader en de kinderen, zoals de vader verzoekt.

Het oordeel van het hof

Het hof is, net als de rechtbank, van oordeel dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat de moeder alleen het gezag over hen heeft en dat de hulpverlenende instantie de regie heeft over het contact tussen de vader en de kinderen. Het hof zal de beschikking van de rechtbank daarom bekrachtigen. Het hof neemt - na eigen onderzoek - de overwegingen van de rechtbank over en voegt daar nog het volgende aan toe.

Het gezag

Zoals de rechtbank heeft overwogen, hebben de ouders al jaren geen rechtstreeks contact met elkaar. De vader is in mei 2023 veroordeeld voor mishandeling van de moeder. De kinderen zijn opgegroeid in een gezin waarin sprake was van huiselijk geweld van de vader naar de moeder. Zij zijn daar getuige van geweest en om die reden zijn zij dus ook slachtoffer van huiselijk geweld. Sindsdien heeft de vader geen inzicht getoond in zijn handelen en de gevolgen die dit heeft gehad. De vader heeft niet aantoonbaar aan zichzelf gewerkt. Op de zitting in hoger beroep heeft de advocaat van de vader laten weten dat de vader op dit moment ook geen hulp ontvangt. De moeder is wel aan de slag gegaan met hulpverlening. In deze situatie kan niet van de moeder worden verwacht dat zij samen met de vader overleg heeft over gezagsbeslissingen. Bovendien weet de vader niet wat zich in het leven van de kinderen afspeelt. Het is daarom in het belang van de kinderen noodzakelijk dat de moeder alleen het gezag over hen heeft.

De omgangsregeling

De rechtbank heeft beslist dat het contact tussen de vader en de kinderen wordt vormgegeven onder regie van de hulpverlenende instantie. [naam1] heeft vervolgens geprobeerd contact te zoeken met de vader, zodat afspraken konden worden gemaakt over de contactmomenten. Daar liet de vader zien dat het contact alleen op zijn voorwaarden kan plaatsvinden. [naam1] heeft voorgesteld om de begeleide contactmomenten in [plaats1] of [plaats2] te laten plaatsvinden. De moeder heeft hiermee ingestemd. De vader wilde echter dat de kinderen naar de regio [plaats3] kwamen, zodat hij ze in zijn eigen woonomgeving kon zien. Volgens de vader heeft hij een aandoening en kan hij niet reizen. Hij heeft echter niet toegelicht welke aandoening hij zou hebben. De vader is niet verschenen op de zitting in hoger beroep, terwijl hij wel door zijn advocaat werd verwacht. Zijn advocaat kon geen antwoord geven op de vraag hoe hij naar het hof zou reizen, noch waarom hij niet zou kunnen reizen naar het contactmoment in [plaats1] of [plaats2] , maar wel verzoekt om een contactregeling vast te stellen waarbij de ouders samen verantwoordelijk zijn voor het halen en brengen van de kinderen. Uit de evaluatie van [naam1] blijkt daarnaast dat de vader geen actie heeft ondernomen en geen contact heeft opgenomen om afspraken te maken over de contactmomenten. Tegelijkertijd verwijt de vader [naam1] dat het contact niet van de grond is gekomen. Daarmee laat de vader zien dat hij alle verantwoordelijkheden buiten zichzelf legt. Er is geen sprake van zelfreflectie. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het belangrijk is dat de hulpverlenende instantie betrokken blijft bij het tot stand brengen van het contact en dat de hulpverlenende instantie de volledige regie moet hebben over het opstarten en opbouwen van het contact.

De proceskosten

De moeder heeft het hof gevraagd een beslissing te nemen over de proceskosten. Het hof bepaalt dat beide ouders de eigen proceskosten moeten betalen, omdat de rechtszaak gaat over de kinderen van de ouders.

6. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 10 december 2025;

bepaalt dat beide ouders de eigen proceskosten betalen;

wijst af wat verder is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Kuijpers, D.J.M. van de Voort en A.W. Beversluis, bijgestaan door mr. T.F. de Ruiter als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. T.F. de Ruiter

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand