ECLI:NL:GHDHA:2023:1833

ECLI:NL:GHDHA:2023:1833, Gerechtshof Den Haag, 20-09-2023, 22-000916-21.a

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 20-09-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22-000916-21.a
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2025:749
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan oplichting van vier slachtoffers, een en ander op de wijze zoals bewezen verklaard, waarbij een groot geldbedrag en een Rolex horloge zijn buit gemaakt. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan eenvoudig witwassen van geldbedragen die zijn buitgemaakt met voornoemde oplichtingsfeiten en het schuldwitwassen van een horloge. Ten slotte heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan deelneming aan een criminele organisatie, welke criminele organisatie het plegen van oplichtingsfeiten tot doel had. Gepubliceerd naar aanleiding arrest van de Hoge Raad.

Uitspraak

Gerechtshof Den Haag

Arrest

[verdachte],

€ 49.500 (p. 458);
geldbedrag van € 225,40 (goednummer 2298847) en/of autosleutel van een Bentley (goednummer 2298878);
(€ 31.500, p. 518 e.v.),
geldbedrag van € 225,40 (goednummer 2298847) en/of autosleutel van een Bentley (goednummer 2298878);

De oplichting van [slachtoffer 1] na de waarschuwing door diens bank

Ter zake van dagvaarding I, feit 1 (oplichting van

Ter zake van dagvaarding I, feit 2 (eenvoudig witwassen)

Ter zake van dagvaarding I, feit 2 (schuldwitwassen)

Ter zake van dagvaarding I, feit 3 (criminele organisatie)

Rolnummer: 22-000916-21

Parketnummers: 09-270395-19 en 09-102320-20

Datum uitspraak: 20 september 2023

TEGENSPRAAK

meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 16 maart 2021 in de strafzaak tegen de verdachte:

geboren te [geboorteplaats] ([land]) op [geboortedatum] 1960,

adres: [woonadres], [woonplaats].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het bij dagvaarding I met parketnummer 09-270395-19 onder 4 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het bij die dagvaarding onder 1, 2 en 3 en het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102320-20 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van voorarrest.

Voorts is beslist omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen en zijn schadevergoedingsmaatregelen opgelegd als nader in het vonnis omschreven.

Tenslotte heeft de rechtbank beslist omtrent de inbeslag-genomen voorwerpen.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank Den Haag vrijgesproken van hetgeen aan haar bij dagvaarding I met parketnummer

09-270395-19 onder 4 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover thans in hoger beroep nog aan de orde en na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 09-270395-19 (dagvaarding I):

1.

zij op één of meer momenten in de periode van 1 april 2019 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, Sassenheim en/of Den Bosch, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich

en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van

een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten in ieder geval een totaalbedrag van ongeveer € 323.500 en/of een Rolex horloge ([serienummer 1]) aangekocht voor € 49.500 (p. 458), door valselijk, listig, bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- via datingsite www.actief50.nl contact te leggen met die [slachtoffer 1], zich voor te doen als [valse naam 1] en/of [valse naam 2], telefoonnummers uit te wisselen en/of telefonisch contact te hebben;

- in persoon contact te hebben met die [slachtoffer 1] en zich daarbij voor te doen als [valse naam 1] en/of [valse naam 2];

- die [slachtoffer 1] mede te delen en/of te doen geloven dat zij, verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 1], geld nodig had(den) ter betaling van schulden, waaronder schulden bij het CJIB en/of ter betaling van (andere) bekeuringen (die dreigden te worden verhoogd en/of waarvoor gijzeling dreigde),

- die [slachtoffer 1] mede te delen en/of te doen geloven dat zij, verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 1], onder bewind stond(en) en

daarom geen eigen rekening had(den);

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, te laten bellen door iemand die zich onder de naam [valse naam 3] heeft voorgedaan als budgetcoach van verdachte, en/of haar mededaders, althans van degene die zich voordeed als [valse naam 1] en/of die [slachtoffer 1] te doen geloven dat verdachte althans degene die zich voordeed als [valse naam 1], een (zekere [valse naam 3] als) budgetcoach had;

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, geld over te laten maken op één of meer bankrekeningnummers en/of contante geldbedragen te laten verstrekken aan verdachte en/of haar mededaders, althans aan degene die zich voordeed als [valse naam 1];

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, een Rolex horloge af te laten rekenen en vervolgens aan verdachte, en/of haar mededaders, althans aan degene die zich voordeed als [valse naam 1] te verstrekken;

- die [slachtoffer 1] mede te delen en/of te doen geloven dat verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 1] een relatie met hem wilde en/of dat zij samen konden en/of zouden zijn op enig moment, althans nadat haar schulden afbetaald waren.

2.

zij op één of meer momenten in de periode van 1 december 2018 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, Sassenheim en/of Den Bosch, althans in Nederland, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) voorwerpen, te weten:

- een totaalbedrag van ongeveer € 323.500, althans het geldbedrag afkomstig van [slachtoffer 1];

- een Rolex horloge ([serienummer 1]) aangekocht voor € 49.500 (p. 458);

- een ‘Rolex chocolate leather wallet with purse’ aangekocht voor € 465 (p. 458);

- een totaalbedrag van ongeveer € 51.000, althans de geldbedragen afkomstig van [slachtoffer 2] (€ 18.500, p. 546 e.v.), [slachtoffer 3] (€ 1.500, p. 512 e.v.) en [slachtoffer 4]

(€ 31.500, p. 518 e.v.),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was, en/of die voorwerpen heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt,

en/of (van) voorwerpen, te weten:

- een Volkswagen Passat ([kenteken]) (p. 155 en 444);

- een (in de woning van [verdachte] aangetroffen) vuurwapen merk Glock, model 45. kaliber 9x19 mm. wapennummer BKTZ258 met (in totaal ongeveer 43 scherpe) patronen (p. 605 e.v.), Rolex horloge ([serienummer 2], aangekocht voor€ 11.660 inclusief btw, p. 1021),

geldbedrag van € 225,40 (goednummer 2298847) en/of autosleutel van een Bentley (goednummer 2298878);

- een (in de woning van [medeverdachte] aangetroffen) Cartier horloge ([serienummer 4], tweedehands waarde ongeveer

€ 7.500, p. 1036), een Rolex horloge ([serienummer 3],

tweedehands waarde ongeveer € 30.000, p. 1036), meerdere gouden sieraden en/of een geldbedrag van € 7.400 (goednummer 2298910, p. 35),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was, en/of die voorwerpen heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen

en/of omgezet en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt,

terwijl zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf, en zij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;

3.

zij op één of meer momenten in de periode van 1 december 2018 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, Sassenheim en/of Den Bosch, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkings-verband van natuurlijke personen, te weten (onder andere en in ieder geval) [verdachte] en [medeverdachte], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven;

Zaak met parketnummer 09-102320-20 (dagvaarding II):

zij op één of meer momenten in de periode van 1 december 2018 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten in ieder geval totaalbedragen van

ongeveer € 18.500 ([slachtoffer 2], p. 546 e.v.) en/of € 1.500 ([slachtoffer 3], p. 512 e.v.) en/of € 31.500 ([slachtoffer 4], p. 518 e.v.), door valselijk, listig, bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- via een datingsite (www.nieuwerelatie.nl en/of www.lexa.nl) contact te leggen met die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], telefoonnummers uit te wisselen en/of telefonisch en/of in persoon contact te hebben met die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en zich daarbij voor

te doen als [valse naam 4] en/of [valse naam 5] en/of [valse naam 6];

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] mede te delen en/of te doen geloven dat zij, verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5], geld nodig had(den) ter betaling van schulden, waaronder schulden bij het CJIB, en/of ter betaling van (andere) bekeuringen (die dreigden te worden verhoogd en/of waarvoor gijzeling dreigde), en/of als borg voor een nieuwe woning en meubels in die

nieuwe woning;

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] mede te delen en/of te doen geloven dat zij, verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5], (i) op het adres [adres] te Utrecht samenwoonde met [verdachte] als huisgenoot en/of iemand die zich voordeed als [valse naam 6] (en die van Griekse afkomst was), (ii) vrijgezel was en in haar vorige relatie was mishandeld en daarom vanuit

Den Haag naar Utrecht was verhuisd, (iii) eenzaam was, (iv) geen inkomen had, (v) in de gevangenis zat vanwege schulden, en/of (vi) geen familie had in Nederland;

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, te laten bellen door iemand die zich (onder de naam [valse naam 3] en/of [valse naam 7]) heeft voorgedaan als

bBudgetcoach van verdachte, en/of haar mededaders, althans van degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5], en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] te doen geloven dat verdachte althans degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5],

een (zekere [valse naam 3] en/of [valse naam 7] als) budgetcoach had;

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, te laten bellen door iemand die zich voordeed als iemand van het CJIB;

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, geld over te laten maken op één of meer bankrekeningnummers en/of contante geldbedragen te laten

verstrekken aan verdachte en/of haar mededaders, althans aan degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5] en/of [valse naam 6] (al dan niet onder de toezegging dat die geldbedragen zouden worden terugbetaald);

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] mede te delen en/of te doen geloven dat verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5] een vriendschappelijke relatie en/of liefdesrelatie wilde en/of dat zij samen konden

en/of zouden zijn op enig moment, althans nadat haar schulden afbetaald waren.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het bij dagvaarding I met parketnummer

09-270395-19 onder 1, 2 en 3 en het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102320-20 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van voorarrest.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I met parketnummer

09-270395-19 onder 1, 2 en 3 en het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102320-20 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 09-270395-19 (dagvaarding I):

1.

zij op één of meer momenten in de periode van 1 april 2019 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, Sassenheim en/of Den Bosch, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich

en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van

een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten in ieder geval een totaalbedrag van ongeveer € 323.500 en/of een Rolex horloge ([serienummer 1]), aangekocht voor € 49.500 (p. 458), door valselijk, listig, bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- via datingsite www.actief50.nl contact te leggen met die [slachtoffer 1], zich voor te doen als [valse naam 1] en/of [valse naam 2], telefoonnummers uit te wisselen en/of telefonisch contact te hebben;

- in persoon contact te hebben met die [slachtoffer 1] en zich daarbij voor te doen als [valse naam 1] en/of [valse naam 2];

- die [slachtoffer 1] mede te delen en/of te doen geloven dat zij, verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 1], geld nodig had(den) ter betaling van schulden, waaronder schulden bij het CJIB en/of ter betaling van (andere) bekeuringen (die dreigden te worden verhoogd en/of waarvoor gijzeling dreigde),

- die [slachtoffer 1] mede te delen en/of te doen geloven dat zij, verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 1], onder bewind stond(en) en

daarom geen eigen rekening had(den);

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, te laten bellen door iemand die zich onder de naam [valse naam 3] heeft voorgedaan als budgetcoach van verdachte, en/of haar mededaders, althans van degene die zich voordeed als [valse naam 1] en/of die [slachtoffer 1] te doen geloven dat verdachte althans degene die zich voordeed als [valse naam 1], een (zekere [valse naam 3] als) budgetcoach had;

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, geld over te laten maken op één of meer bankrekeningnummers en/of contante geldbedragen te laten verstrekken aan verdachte en/of haar mededaders, althans aan degene die zich voordeed als [valse naam 1];

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, een Rolex horloge af te laten rekenen en vervolgens aan verdachte, en/of haar mededaders, althans aan degene die zich voordeed als [valse naam 1] te verstrekken;

- die [slachtoffer 1] mede te delen en/of te doen geloven dat verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 1] een relatie met hem wilde en/of dat zij samen konden en/of zouden zijn op enig moment, althans nadat haar schulden afbetaald waren.

2.

zij op één of meer momenten in de periode van 1 december 2018 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, Sassenheim en/of Den Bosch, althans in Nederland, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) voorwerpen, te weten:

- een totaalbedrag van ongeveer € 30.498,56 323.500, althans het geldbedrag afkomstig van [slachtoffer 1];

- een Rolex horloge ([serienummer 1]) dat is aangekocht voor

- een ‘Rolex chocolate leather wallet with purse’ aangekocht voor € 465 (p. 458);

- een totaalbedrag van ongeveer € 25.000,althans de geldbedragen afkomstig van [slachtoffer 2] (€ 2.500), p. 546 [slachtoffer 3] (€ 1.500, p. 512 e.v.) en [slachtoffer 4]

(€ 21.000, p. 518 e.v.),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was, en/of die voorwerpen heeft verworven en voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt,

en/of (van) voorwerpen, te weten:

- een Volkswagen Passat ([kenteken]) (p. 155 en 444);

- een (in de woning van [verdachte] aangetroffen) vuurwapen merk Glock, model 45. kaliber 9x19 mm. wapennummer BKTZ258 met (in totaal ongeveer 43 scherpe) patronen (p. 605 e.v.), Rolex horloge ([serienummer 2], aangekocht voor€ 11.660 inclusief btw, p. 1021),

- een (in de woning van [medeverdachte] aangetroffen) Cartier horloge ([serienummer 4], tweedehands waarde ongeveer

€ 7.500, p. 1036), een Rolex horloge ([serienummer 3],

tweedehands waarde ongeveer € 30.000, p. 1036), meerdere gouden sieraden en/of een geldbedrag van € 7.400 (goednummer 2298910, p. 35),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was, en/of die voorwerpen heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen

en/of omgezet en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt,

terwijl zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf, en zij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;

en

zij op één of meer momenten in de periode van 1 december 2018 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, Sassenheim en/of Den Bosch, althans in Nederland, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) voorwerpen, te weten:

- een totaalbedrag van ongeveer € 323.500, althans het geldbedrag afkomstig van [slachtoffer 1];

- een Rolex horloge ([serienummer 1]) aangekocht voor € 49.500 (p. 458);

- een ‘Rolex chocolate leather wallet with purse’ aangekocht voor € 465 (p. 458);

- een totaalbedrag van ongeveer € 51.000, althans de geldbedragen afkomstig van [slachtoffer 2] (€ 18.500, p. 546 e.v.), [slachtoffer 3] (€ 1.500, p. 512 e.v.) en [slachtoffer 4]

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was, en/of die voorwerpen heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt,

en/of (van) een voorwerpen, te weten:

- een Volkswagen Passat ([kenteken]) (p. 155 en 444);

- een (in de woning van [verdachte] aangetroffen) vuurwapen merk Glock, model 45. kaliber 9x19 mm. wapennummer BKTZ258 met (in totaal ongeveer 43 scherpe) patronen (p. 605 e.v.), Rolex horloge ([serienummer 2], aangekocht voor€ 11.660 inclusief btw, p. 1021),

- een (in de woning van [medeverdachte] aangetroffen) Cartier horloge ([serienummer 4], tweedehands waarde ongeveer

€ 7.500, p. 1036), en een Rolex horloge ([serienummer 3],

tweedehands waarde ongeveer € 30.000, p. 1036), meerdere gouden sieraden en/of een geldbedrag van € 7.400 (goednummer 2298910, p. 35),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was, en/of die voorwerpen heeft verworven, voorhanden heeft gehad, overgedragen

en/of omgezet en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt,

terwijl zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die dit voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was uit enig (eigen) misdrijf, en zij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;

3.

zij op één of meer momenten in de periode van 1 december 2018 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, Sassenheim en/of Den Bosch, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere en in ieder geval) [verdachte] en

[medeverdachte], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven;

ten aanzien van dagvaarding II (parketnummer

09-102320-20):

zij op één of meer momenten in de periode van 1 december 2018 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten in ieder geval totaalbedragen van

ongeveer € 17.500 ([slachtoffer 2], p. 546 e.v.) en/of € 1.500 ([slachtoffer 3], p. 512 e.v.) en/of € 31.500 ([slachtoffer 4], p. 518 e.v.), door valselijk, listig, bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- via een datingsite (www.nieuwerelatie.nl en/of www.lexa.nl) contact te leggen met die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], telefoonnummers uit te wisselen en/of telefonisch en/of in persoon contact te hebben met die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en zich daarbij voor

te doen als [valse naam 4] en/of [valse naam 5] en/of [valse naam 6];

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] mede te delen en/of te doen geloven dat zij, verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5], geld nodig had(den) ter betaling van schulden, waaronder schulden bij het CJIB, en/of ter betaling van (andere) bekeuringen (die dreigden te worden verhoogd en/of waarvoor gijzeling dreigde), en/of als borg voor een nieuwe woning en meubels in die

nieuwe woning;

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] mede te delen en/of te doen geloven dat zij, verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5], (i) op het adres [[adres] te Utrecht samenwoonde met [verdachte] als huisgenoot en/of iemand die zich voordeed als [valse naam 6] (en die van Griekse afkomst was), (ii) vrijgezel was en in haar vorige relatie was mishandeld en daarom vanuit Den Haag naar Utrecht was verhuisd,

(iii) eenzaam was,

(iv) geen inkomen had,

( v) in de gevangenis zat vanwege schulden,

en/of (vi) geen familie had in Nederland;

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, te laten bellen door iemand die zich (onder de naam [valse naam 3] en/of [valse naam 7]) heeft voorgedaan als

budgetcoach van verdachte, en/of haar mededaders, althans van degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5], en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] te doen geloven dat verdachte althans degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5],

een (zekere [valse naam 3] en/of [valse naam 7] als) budgetcoach had;

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, te laten bellen door iemand die zich voordeed als iemand van het CJIB;

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, geld over te laten maken op één of meer bankrekeningnummers en/of die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] contante geldbedragen te laten verstrekken aan verdachte en/of haar mededaders, althans aan degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5] en/of [valse naam 6] (al dan niet onder de toezegging dat die geldbedragen zouden worden terugbetaald);

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] mede te delen en/of te doen geloven dat verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5] een vriendschappelijke relatie en/of een liefdesrelatie wilde en/of dat zij samen konden

en/of zouden zijn op enig moment, althans nadat haar schulden afbetaald waren.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep -op gronden als vermeld in de pleitnota- op het standpunt gesteld dat de verdachte wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs dient te worden vrijgesproken van de haar tenlastegelegde feiten omdat, indien door het hof kan worden vastgesteld dat de verdachte een bijdrage heeft geleverd aan de oplichting, zij hierbij hoogstens een rol als medeplichtige heeft gehad.

Ten aanzien van aangever [slachtoffer 1] heeft de raadsman gesteld dat er geen sprake was van oplichting nadat deze door zijn bank was gewaarschuwd.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Het hof is van oordeel dat aangevers de van hen in het maatschappelijk verkeer te verwachten omzichtigheid in voldoende mate hebben betracht. De aangevers werden benaderd via een datingsite. Daardoor speelden de verdachten in op de wens van aangevers nieuwe contacten te leggen. In die context is het feit dat aangevers het verhaal van de verdachten serieus namen, begrijpelijk en is hun oplettendheid naar het oordeel van het hof niet beneden het niveau gezakt dat in het maatschappelijk verkeer minimaal mag worden verwacht.

Dat geldt ook voor aangever [slachtoffer 1] voor de periode nadat zijn bank hem had gewaarschuwd. Het gedrag van de verdachten is na deze waarschuwing voortgegaan, voortbouwend op het eerder opgezette stelsel van verzinsels. Het heeft hem er toe gebracht geld te blijven betalen.

[slachtoffer 1]) en dagvaarding II (oplichting van

[slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]): de rol van

verdachte [verdachte]

Van medeplegen is sprake als twee of meer personen gezamenlijk een strafbaar feit plegen.

Medeplegen vereist nauwe en bewuste samenwerking.

Dit houdt in dat de medeplegers opzettelijk - willens en wetens - samenwerken tot het verrichten van de delictueuze gedraging. Niet nodig is dat alle medeplegers uitvoeringshandelingen verrichten, maar de samenwerking moet wel intensief zijn, dit om medeplegen van medeplichtigheid te onderscheiden.

Door het gedrag van de medeverdachte [medeverdachte] verkeerden aangevers ten onrechte in de veronderstelling dat [medeverdachte] in een financieel zeer penibele situatie verkeerde wegens haar schulden. Tegenover [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft [medeverdachte] ook gezegd dat zij wilde heenwerken naar een relatie.

Verdachte [verdachte] was van de leugens van [medeverdachte] op de hoogte nu zij enkele gesprekken van [medeverdachte] met aangevers over de schulden bijwoonde.

Verdachte [verdachte] heeft een belangrijke bijdrage geleverd bij de instandhouding van deze onjuiste voorstelling van

zaken. Zij heeft haar woning ter beschikking gesteld voor ontmoetingen en heeft haar bankrekening ter beschikking gesteld.

Door haar woning ter beschikking te stellen, heeft [verdachte] bijgedragen aan de instandhouding van de leugen dat [medeverdachte] schulden had. Immers [medeverdachte] had aan aangevers verteld dat zij bij [verdachte] inwoonde omdat ze schulden had en, tegenover [slachtoffer 1], dat [medeverdachte] gescheiden was.

[verdachte] heeft daarnaast haar bankrekening ter beschikking gesteld aan [medeverdachte] terwijl zij wist dat [medeverdachte] dit rekeningnummer door zou geven aan aangevers zodat die vervolgens geld hiernaar konden overmaken. Daarmee heeft [verdachte] tevens bijgedragen aan de leugen dat [medeverdachte] zelf geen bankrekening had.

Tevens heeft [verdachte] het geld, dat aangevers hadden overgemaakt naar haar bankrekening, door [medeverdachte] en anderen van haar rekening te laten pinnen. Zij heeft daartoe haar bankpas ter beschikking gesteld, meestal kort nadat de bedragen waren gestort.

Op 30 april 2019, kort nadat [slachtoffer 4] daarop grote bedragen stortte, heeft [verdachte] zelf een bedrag van € 9.990,- opgehaald van de rekening.

Ook heeft [verdachte] aangever [slachtoffer 4] een aantal keren gebeld en [slachtoffer 4] meegedeeld dat zij overleg had gehad met [valse naam 3], de zogenaamde budgetcoach van [medeverdachte], en dat [slachtoffer 4] het geld moest overmaken op de bankrekening van [valse naam 6] (het hof begrijpt: [verdachte]).

Bij zowel aangever [slachtoffer 2] als bij [slachtoffer 1] zijn verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] samen op pad gegaan om contant geld van aangevers in ontvangst te nemen.

Uit het voorgaande volgt dat verdachte [verdachte] een rol speelde in de oplichting van aangevers die gekwalificeerd dient te worden als medepleger, en dat haar opzet ook op die oplichting was gericht.

Gelet op de voornoemde feiten en omstandigheden, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat tussen [medeverdachte] en [verdachte] sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking bij de oplichting van alle vier de aangevers en dat beide verdachten daarbij een rol van betekenis hebben gehad.

Om tot een bewezenverklaring van witwassen te kunnen komen, dient in ieder geval te worden bewezen dat het tenlastegelegde witwasvoorwerp in kwestie geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf. Dit kan ook een eigen misdrijf

betreffen.

Het hof stelt vast dat in de periode tot 1 oktober 2019 vanaf de Rabobank-rekening van [slachtoffer 1] in totaal

€ 36.600,- is overgemaakt naar het rekeningnummer van de verdachte, waarvan door handelen van de bank € 6.101,44 de verdachte niet heeft bereikt. Uiteindelijk is een bedrag van € 30.498,56 op haar bankrekening gekomen en dit heeft zij door anderen laten opnemen.

Door [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zijn respectievelijk de bedragen € 2.500,-, € 1.500,- en € 21.000,- naar het rekeningnummer van verdachte [verdachte] overgemaakt.

Het hof acht daarom wettig en overtuigd bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan eenvoudig witwassen van € 30.498,56 afkomstig van [slachtoffer 1] en

€ 25.000,- afkomstig van aangevers [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4].

Op 9 november 2019 is een Rolex horloge aangetroffen bij de doorzoeking van de woning van de verdachte [verdachte].

Het horloge is op 13 december 2018 bij een vestiging van Schaap en Citroen met een gestolen pinpas aangekocht voor € 11.660,- inclusief BTW.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte een concrete min of meer verifieerbare verklaring heeft afgelegd voor de herkomst van dit goed, namelijk dat zij dit horloge van haar in Denemarken woonachtige zoon heeft gekregen.

Nu het horloge met een gestolen pinpas is aangeschaft, stelt het hof vast dat dit uit misdrijf afkomstig.

Met betrekking tot de vraag of de verdachte dit wist acht het hof van belang dat de verdachte per week

€ 70,- leefgeld ontvangt. Er zijn geen aanwijzingen dat de verdachte of haar familie zich een dergelijke grote uitgave kunnen veroorloven en het kan niet anders dan dat de verdachte moest vermoeden dat het horloge van misdrijf afkomstig was.

Gelet op de bovenstaande feiten en omstandigheden acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het schuldwitwassen van een Rolex horloge.

Het hof acht niet bewezen dat de verdachte dit horloge tezamen en in vereniging met een of meer anderen heeft witgewassen en zal haar om die reden partieel vrijspreken van het onderdeel van de tenlastelegging dat hier betrekking op heeft.

Naar vaste rechtspraak is van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht sprake als een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband van twee of meer personen met een bepaalde organisatiegraad bestaat, dat het plegen van

misdrijven als oogmerk heeft. Dit samenwerkingsverband kan blijken uit het bestaan van een zekere rolverdeling tussen de verschillende deelnemers. Van een duurzaam, min of meer gestructureerd samenwerkingsverband kan al sprake zijn als er gedurende een vaste periode door bepaalde personen volgens een vast patroon wordt samengewerkt.

De verdachte [verdachte] heeft zich samen met de medeverdachte [medeverdachte] op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan de oplichting van vier slachtoffers, te weten aangevers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4].

Het hof is van oordeel van oordeel dat tussen onder meer deze twee verdachten sprake is geweest van een duurzaam, min of meer gestructureerd samenwerkingsverband, omdat zij gedurende een vaste periode, te weten ruim 11 maanden, volgens een vast patroon hebben samengewerkt met betrekking tot deze oplichtingsfeiten.

Het hof wijst in dit kader op de wijze waarop deze oplichtingsfeiten steeds door hen werden gepleegd en de vaste rolverdeling tussen hen.

[medeverdachte] zocht via een datingsite eerst contact met het slachtoffer en vroeg tijdens het eerste contact met het slachtoffer om geld om daarmee - niet bestaande - schulden te kunnen aflossen.

Om een slachtoffer te bewegen geld te geven waarmee deze “schulden” konden worden afgelost, vertelde [medeverdachte] aan het slachtoffer meerdere leugens.

Ze maakte een slachtoffer bijvoorbeeld wijs dat zij zou worden gegijzeld als zij haar schulden niet af zou betalen. Om het leugenachtige verhaal over de schuldenproblematiek van [medeverdachte] te onderbouwen, werd vaak gebruik gemaakt van een derde persoon die zich

voordeed als budgetbeheerder van [medeverdachte] of medewerker van het CJIB die het slachtoffer opbelde om hem te bewegen geld over te maken in verband met “de schulden” van [medeverdachte].

De verdachte [verdachte] hielp [medeverdachte] bij de oplichting van een slachtoffer door [medeverdachte] te vergezellen bij ontmoetingen die [medeverdachte] met een slachtoffer had, haar huis beschikbaar te stellen voor die ontmoetingen, haar bankrekening beschikbaar te stellen en enkele keren door mee te gaan bij het ophalen van geld. Naar dit rekeningnummer maakte een slachtoffer een of meer geldbedragen over.

Ook heeft [verdachte] het geld dat oplichtingsslachtoffers over hadden gemaakt naar haar rekening door anderen

van haar rekening te laten pinnen.

Gelet op hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen met betrekking tot de oplichtingsfeiten die [medeverdachte] en [verdachte] samen hebben gepleegd, was het doel van deze

duurzame en min of meer gestructureerde samenwerking tussen beide verdachten onmiskenbaar het plegen van oplichtingen.

Gelet op de bovengenoemde feiten en omstandigheden acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, te weten oplichtingen en dat deze organisatie onder andere uit [medeverdachte] en [verdachte] heeft bestaan.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bij dagvaarding I met parketnummer 09-270395-19 onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde levert op:

1. medeplegen van oplichting;

2. eenvoudig witwassen, meermalen gepleegd

en

schuldwitwassen;

3: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

het bij dagvaarding II met parketnummer

09-102320-20 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan oplichting van vier slachtoffers, een en ander op de wijze zoals bewezen verklaard, waarbij een groot geldbedrag en een Rolex horloge zijn buit gemaakt.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan eenvoudig witwassen van geldbedragen die zijn buitgemaakt met voornoemde oplichtingsfeiten en het schuldwitwassen van een horloge.

Ten slotte heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan deelneming aan een criminele organisatie, welke criminele organisatie het plegen van oplichtingsfeiten tot doel had.

De bewezenverklaarde oplichtingen zijn op geraffineerde wijze gepleegd. Nadat haar medeverdachte met de oplichtingsslachtoffers in contact was gekomen via een datingsite, is bij hen ten onrechte de indruk gewekt dat haar medeverdachte in een financieel penibele situatie verkeerde wegens haar schulden en/of dat zij een relatie met hen aan wilde gaan.

Door deze onjuiste voorstelling van zaken zijn zij bewogen tot de afgifte van geld. Om deze onjuiste voorstelling van zaken in stand te houden, werden meerdere leugens aan hen verteld.

De slachtoffers werd bijvoorbeeld wijsgemaakt dat haar medeverdachte zou worden gegijzeld als zij haar schulden niet af zou betalen. Ook werden slachtoffers gepaaid met lieve woorden en berichten om hen te doen geloven dat haar medeverdachte echt een relatie met hen aan wilde gaan.

Daarnaast werden slachtoffers in het kader van “de schulden” van haar medeverdachte, gebeld door een persoon die zich valselijk voordeed als een medewerker van het CJIB of als budgetcoach van haar medeverdachte. Deze voorstelling van zaken heeft de verdachte met haar gedrag ondersteund.

Het hof heeft bij de op te leggen straf rekening gehouden met de rol die zij heeft gehad bij de bewezenverklaarde oplichtingsfeiten, aangezien haar medeverdachte de

voornaamste contactpersoon van de oplichtingsslachtoffers is geweest en de verdachte, in vergelijking met haar medeverdachte, minder handelingen heeft verricht in het kader van de oplichtingsfeiten.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d.

16 augustus 2023, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Het hof acht een gevangenisstraf voor de duur van

8 maanden in beginsel passend en geboden.

Het hof neemt evenwel in aanmerking dat de behandeling van de zaak niet heeft plaatsgevonden binnen de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden. Immers, de redelijke termijn van berechting in hoger beroep is met 6 maanden overschreden (op 29 maart 2021 is hoger beroep ingesteld, op 20 september 2023 wordt dit arrest gewezen).

Het hof zal de geconstateerde overschrijding op navolgende wijze verdisconteren in de straf.

Het hof zal in plaats van de in beginsel passende gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden opleggen.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Beslag

Ten aanzien van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, zoals dit onder nummer 2 is vermeld op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, zal het hof de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten, nu op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld aan wie dit voorwerp toebehoort.

Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet terug-gegeven voorwerpen, zoals deze onder de nummers 6 tot en met 12 zijn vermeld op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte.

Vorderingen tot schadevergoeding

[slachtoffer 1]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak van dagvaarding I met parketnummer 09-270395-19 onder 1 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 367.948,56.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 367.948,56.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het in de zaak van dagvaarding I met parketnummer 09-270395-19 onder 1 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 oktober 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.

Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 367.948,56 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1].

[slachtoffer 3]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 3] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102320-20 aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van

€ 1.500,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 1.500,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102320-20 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.

Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 3]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 1.500,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3].

[slachtoffer 2]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102320-20 aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van in totaal € 18.000,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 18.000,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 17.500,- bestaande uit materiële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 17.500,- materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg is van het bij dagvaarding II met parketnummer

09-102320-20 bewezenverklaarde.

De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 17.500,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24, 33, 33a, 36f, 47, 57, 140, 326, 420bis.1 en 420quater van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het bij dagvaarding I in de zaak met parketnummer

09-270395-19 onder 4 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I met parketnummer

09-270395-19 onder 1, 2 en 3 en het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102320-20 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, zoals dit onder nummer 2 is vermeld op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals deze onder de nummers 6 tot en met 12 zijn vermeld op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het bij dagvaarding I met parketnummer 09-270415-19 onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 367.948,56 (driehonderdzevenenzestigduizend negenhonderdachten-veertig euro en zesenvijftig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte voorts de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], ter zake van het bij dagvaarding I met parketnummer 09-270415-19 onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 367.948,56 (driehonderdzevenen-zestigduizend negenhonderdachtenveertig euro en zesenvijftig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste

365 (driehonderdvijfenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of haar mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 1 oktober 2019.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] ter zake van het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102320-20 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte voorts de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd

[slachtoffer 3], ter zake van het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102320-20 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 0 (nul) dagen, nu de maximale termijn voor gijzeling reeds is bepaald voor een andere schadevergoedingsmaatregel.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of haar mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 14 februari 2019.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102320-20 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige

niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte voorts de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd

[slachtoffer 2], ter zake van het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102320-20 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 0 (nul) dagen, nu de maximale termijn voor gijzeling reeds is bepaald voor een andere schadevergoedingsmaatregel.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of haar mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 13 februari 2019.

Dit arrest is gewezen door mr. M. Koole, mr. J.W. van den Hurk en mr. F.W. Pieters, in bijzijn van de griffier

A. van der Schalk.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 20 september 2023.

Mr. J.W. van den Hurk is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand