Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 9 december 2021, in de strafzaak met parketnummer 02-304275-20 tegen:
[verdachte] ,
1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 februari 2021 (dossierpagina’s 43-54), voor zover inhoudende – zakelijke weergegeven - als bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] :
2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 december 2020 (dossierpagina’s 639-645), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] :
3. Het proces-verbaal Landelijke Faciliteit Ontmantelen d.d. 1 december 2020 (dossierpagina’s 574-576), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] :
4. Het proces-verbaal van bevindingen Landelijke Faciliteit Ontmantelen d.d. 28 januari 2021 (dossierpagina’s 577-593), voor zover inhoudende als bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 3] , [verbalisant 4] en [verbalisant 5] :
geboren te [geboorteplaats 1] ( [geboorteplaats 1] ) op [geboortedag 1] 1967,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte ter zake van:
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank de teruggave aan de verdachte gelast van het inbeslaggenomen geldbedrag en het geschorste bevel voorlopige hechtenis opgeheven.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte ter zake van de bewezenverklaarde feiten een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest.
De raadsman van de verdachte heeft uitsluitend verweer gevoerd in het kader van de strafoplegging.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:
1.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 november 2020 te Westdorpe, gemeente Terneuzen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, ongeveer 278 kilogram (natte en droge kristallen) metamfetamine en/of circa 350 liter metamfetaminebase (olie) in elk geval een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel vermeld op lijst I bij de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, in elk geval een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende een of meer middel(en) vermeld op lijst I bij de Opiumwet, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 november 2020 te Westdorpe, gemeente Terneuzen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelhe(i)d(en) metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, in elk geval een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende een of meer middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van het/die delict(en), immers, heeft/hebben hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) in voornoemde periode/op voornoemd tijdstip in voornoemde pleegplaats
* een (in werking zijnde) laboratorium-opstelling/productieplaats, althans (een) de(e)l(en) van een laboratorium-opstelling productieplaats bedoeld/bestemd voor de productie/vervaardiging van metamfetamine en/of
* (grote/aanzienlijke) hoeveelheden 1-fenyl-2-propanon, ook wel genaamd BMK (Benzylmethylketon) en/of
* (grote/aanzienlijke) hoeveelheden (andere) chemicaliën en/of grondstoffen/hulpstoffen bestemd voor de productie/vervaardiging van metamfetamine, althans synthetische drugs en/of
* een of meer productiemiddel(en)/voorwerp(en) bestemd voor de productie/vervaardiging van metamfetamine althans synthetische drugs voorhanden gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
3.hij op of omstreeks 30 november 2020 te Westdorpe, gemeente Terneuzen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 278 kilogram (natte en droge kristallen) metamfetamine en/of circa 350 liter metamfetaminebase (olie), in elk geval een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, in elk geval een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende een of meer middel(en) vermeld op lijst I bij de Opiumwet, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.hij op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 november 2020 te Westdorpe, gemeente Terneuzen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft bewerkt hoeveelheden van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel vermeld op lijst I bij de Opiumwet;
2.hij op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 november 2020 te Westdorpe, gemeente Terneuzen, tezamen en in vereniging met anderen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelhe(i)d(en) metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
- voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededaders wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van die delicten, immers, hebben hij, verdachte en zijn mededaders op tijdstippen in voornoemde periode in voornoemde pleegplaats
* een in werking zijnde laboratorium-opstelling/productieplaats, bestemd voor de productie/vervaardiging van metamfetamine en
* grote hoeveelheden andere chemicaliën en grondstoffen/hulpstoffen bestemd voor de productie/vervaardiging van metamfetamine en
* productiemiddelen/voorwerpen bestemd voor de productie/vervaardiging van metamfetamine
voorhanden gehad, waarvan verdachte en zijn mededaders wisten, dat die bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en);
3.hij op 30 november 2020 te Westdorpe, gemeente Terneuzen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 278 kilogram (natte en droge kristallen) metamfetamine en circa 350 liter metamfetaminebase (olie), zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijs
Op 30 november 2020 is een politieteam binnengetreden in een loods gelegen aan [adres 2] . Hierbij troffen zij een inwerkend drugslaboratorium aan en vijf personen die aldaar werkzaam waren. Deze personen zijn allen als verdachte aangemerkt en op heterdaad aangehouden.
Op 3 december 2020 zag ik op het adres [adres 2] , gemeente Terneuzen,
dat de productieplaats voor synthetische drugs was gesitueerd in de achterste loods op het erf.
Op dinsdag 1 december 2020 heb ik onderzoek verricht op de locatie [adres 2] . De locatie bestond uit een vrijstaande woning en een aantal geschakelde loodsen. Gezien vanaf de achterzijde van de woning werd in de loods gelegen aan de linker achterzijde een productieplaats aangetroffen. De loods was aan de achterzijde via een dubbele schuifdeur te betreden en gaf toegang tot het rechterdeel van deze loods. Vrijwel direct achter deze schuifdeuren stonden 2 caravans. Voor de twee caravans stonden onder andere 2 brandende gaskachels (verwarming) met daarvoor een tafel en een aantal stoelen. Deze ruimte wordt verder aangeduid met ruimte [A]. Achter deze “relaxplaats” was een ruimte, opgebouwd uit isolatiepanelen, aanwezig.
Uit nader onderzoek bleek dat deze ruimte was verdeeld in 4 verschillende ruimtes, namelijk
ruimte [B], [C], [D| en [E],
Vanuit ruimte [A] was aan de linkerzijkant een opening naar de linkerkant van deze loods,
verder aangeduid als ruimte [O],
Ruimte [A]
In deze ruimte stonden onder andere 2 diepvrieskisten waarin een aantal bakken stonden welke gevuld waren met een nog warme vloeistof voorzien van heldere kristallen. Deze vloeistof bevatte indicatief metamfetamine (FD en kleurreactietest).
Ruimte [B]
In deze ruimte stonden onder andere een aantal centrifuges en een glazen 20 liter
scheitrechter gevuld met een tweelagen vloeistof. De bovenlaag bestond uit een laag van ongeveer 10 liter olieachtige vloeistof metamfetaminebase (olie).
Ruimte [C]
In deze ruimte waren een aantal puntafzuigingen geplaatst en was vermoedelijk ingericht voor het kristalliseren (zouten) van metamfetaminebase in metamfetamine.HCl met behulp van aceton en zoutzuur. In deze ruimte stond onder andere een 60 liter klemdekselvat gevuld met ongeveer 21,6 kilogram wit kristallijnpoeder, FD=metamfetamine.HCl.
Ruimte [D]
In deze ruimte stonden 2 diepvrieskisten met een aantal bakken gevuld met vloeistof met kristallen, indicatief positief op de aanwezigheid van metamfetamine.
Tevens stonden er 2 filterbakken met daarin een hoeveelheid grote brokken met kristallen,
FD=metamfetamine.
Ruimte [E]
In deze ruimte stond een destillatieopstelling bestaande uit een rvs reactieketel met aan de uitloop van de rvs koeler een glazenrondbodemkolf gevuld met een hoeveelheid licht gele heldere olieachtige vloeistof, FD=metamfetaminebase.
Ruimte [O]
Deze ruimte was in gebruik voor de opslag van grote hoeveelheden chemicaliën (jerrycans en vaten) en nieuwe en gebruikte productiemiddelen (reactieketels en laboratorium glaswerk).
Voorlopige interpretatie LFO
De aangetroffen goederen en chemicaliën zijn typische goederen en chemicaliën welke aangetroffen worden op locaties waar synthetische drugs vervaardigd of bewerkt worden. Gezien de voorlopige resultaten van het onderzoek was deze loods zeer waarschijnlijk ingericht en in gebruik voor de grootschalige bewerking van metamfetamine, namelijk het scheiden van d,l-metamfetamine met behulp van wijnsteenzuur, het kristalliseren (zouten) van metamfetamine base naar metamfetamine.HCl en het her-kristalliseren van metamfetamine.HCl voor het verkrijgen van grote heldere kristallen (ICE, crystalmeth). Totaal werd er ongeveer 278,6 kilogram natte en droge kristallen metamfetamine (indicatief) en 350,2 liter metamfetamine base (olie) (indicatief) aangetroffen.
Op 1 en 2 december 2020 hebben wij nader onderzoek verricht op de locatie [adres 2] .
Ten behoeve van de voorlopige vaststelling van de aanwezige stoffen werd door ons onder
andere gebruik gemaakt van een identificatieapparaat dat werkt op basis van
Ramantechnologie, de Thermo Fischer First Defender (FD). Tevens werden door ons de onderzochte goederen, indien van toepassing, onderworpen aan enkele microchemische tests. Deze tests betreffen kleurreacties waarmee men de eventuele aanwezigheid van opiaten(waaronder heroïne), alkaloïden (waaronder cocaïne) en (met)amfetaminen vast kan stellen.
Ruimte [O]
Deze ruimte was in gebruik voor de opslag van productiemiddelen gebruikt voor de omzetting van een pre-precursor (verroeste ronde metalen au bain-marie bakken) vermoedelijk van MAPA met behulp van fosforzuur en de vervaardiging van amfetamine met behulp van de rvs reactieketel aangetroffen in ruimte [A] en destillatieketels (nieuw en gebruikt). Tevens was deze ruimte in gebruik voor de opslag van een groot aantal verpakkingen (onder andere jerrycans, 220 liter vaten, 1000 liter containers) met chemicaliën en synthese afval voor/ van de vervaardiging en bewerking van (met)amfetamine, namelijk (indicatief):
• 70 kg AIBN
• 60 kg MYPC
• 175 liter methylthioglycolaat
• 1280 liter fosforzuur
• 1485 liter mierenzuur
• 100 liter formamide
• 2475 liter zoutzuur
• 1100 kg wijnsteenzuur
• 1365 liter aceton
• 675 liter tolueen
• 100 liter methanol
• 750 kg caustic soda
• 27 kg MAPA
• 20 kg fenylazijnzuur
• 10.500 liter amfetamine en omzettingsafval
Hieronder volgt een tabel met omschrijvingen van de door ons onderzochte en indien van
toepassing bemonsterde goederen. Bij iedere monsterneming werd door ons schoon en niet
eerder gebruikt monstername materiaal gebruikt. De monsters werden vervolgens door ons
verpakt en voorzien van een kenmerk en een uniek Spoor Identificatie Nummer (SIN)).
Op 12 januari 2021 zijn bovengenoemde monsters voor analyse aangeboden aan het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag
Voorlopige interpretatie LFO
5. Het NFI-rapport Drugsonderzoek aan materialen aangetroffen op 30 november 2020 op de locatie [adres 2] d.d. 19 maart 2021 (dossierpagina’s 896-906), voor zover inhoudende:”
7. Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 1 december 2020 (dossierpagina’s 151-153), voor zover inhoudende:
8. Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 1 december 2020 (dossierpagina’s 214-216.), voor zover inhoudende:
10. Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 1 december 2020 (dossierpagina’s 57-59), voor zover inhoudende:
11. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 1 december 2020 (dossierpagina’s 170-174), voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] :
12. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 10 december 2020 (dossierpagina’s 175-180), voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] :
13. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 2 februari 2021 (dossierpagina’s 191-203), voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] :
14. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 2 december 2020 (dossierpagina’s 234-240), voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2] :
15. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 7 december 2020 (dossierpagina’s 241-248), voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2] :
16. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 8 januari 2021 (dossierpagina’s 250 tot en met 259), voor zover inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] :
17. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 7 januari 2021 (dossierpagina’s 311-321), voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 3] , geboren te [geboorteplaats 2] :
18. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 1 december 2020 (dossierpagina’s 131 tot en met 136), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] :
19. De verklaring van verdachte [verdachte] , zoals afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 9 november 2021, inhoudende:
20. De verklaring van verdachte [verdachte] , zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 16 maart 2023, inhoudende:
Gezien de hierboven omschreven bevindingen was deze locatie ingericht en in gebruik voor het professioneel en grootschalig bewerken van (d,l) metamfetamine-base (olie), namelijk:
• het scheiden van (d,l)-metamfetamine-base(olie) met behulp van 1-wijnsteenzuur;
• het zuiveren van de d-metamfetamine-base(olie) middels vacuümdestillatie;
• het kristalliseren (zouten) van metamfetamine base naar metamfetamine.HCl en
• het her-kristalliseren van metamfetamine.HCl voor het verkrijgen van grote heldere kristallen metamfetamine.HCl (ICE, crystalmeth).
De chemicaliën [tolueen, aceton, zoutzuur, caustic soda, wijnsteenzuur, methylthioglycolaat, AIBN en MYPC] nodig voor deze bewerkingen waren nog in grote hoeveelheden op deze locatie in opslag aanwezig
Totaal werd er ongeveer 278,6 kilogram natte en droge kristallen metamfetamine (indicatief) en 350,2 liter metamfetamine base (olie) (indicatief) aangetroffen.
In het onderzoeksmateriaal is metamfetamine aangetoond. Metamfetamine is vermeld op lijst I van de Opiumwet. In artikel 1, lid 2 van de Opiumwet worden - voor toepassing van de Opiumwet en de daarop berustende bepalingen - zouten van Opiumwetsubstanties gelijkgesteld aan de substanties zelf. Daarmee vallen metamfetaminetartraat en metamfetamine.HCI als zouten van metamfetamine onder lijst I van de Opiumwet.
Het onderzoeksmateriaal [AANK7781NL /O19-A] bevat MAPA
(methyl-alfa-fenylacetoacetaat; methyl 3-oxo-2-fenylbutanoaat). In relatie tot synthetische drugs wordt MAPA gebruikt voor het vervaardigen van BMK, een grondstof voor amfetamine of metamfetamine.
Het onderzoeksmateriaal [AAJC6127NL / O-9A] bevat fenylazijnzuur. In relatie tot synthetische drugs wordt fenylazijnzuur gebruikt voor het vervaardigen van BMK, een grondstof voor amfetamine of metamfetamine.
In relatie tot drugs wordt de combinatie van BMK, formamide en mierenzuur gebruikt bij de vervaardiging van amfetamine met de Leuckartmethode. N-formylamfetamine is het tussenproduct in de vervaardiging van amfetamine uit BMK met de Leuckartmethode.
In relatie tot drugs wordt L-( + )-wijnsteenzuur gebruikt bij de bewerking van
metamfetamine, namelijk de scheiding van d- en 1-metamfetamine.
In relatie tot drugs wordt de combinatie van AIBN (2,2'-azobis(2-methylpropionitril)) en methylthioglycolaat gebruikt bij de bewerking van metamfetamine, namelijk de omzetting van 1-metamfetamine in een mengsel van d- en 1-metamfetamine.
In relatie tot drugs worden zoutzuur en fosforzuur gebruikt bij de omzetting van
MAPA in BMK.
(p. 901)
Tabel onderzoeksmateriaal en resultaat
6. Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 1 december 2020 (dossierpagina’s 112-114), voor zover inhoudende:
Op maandag 30 november 2020 te 23.14 uur, hebben wij, AOT ZD 328 en AOT Al B242, ingedeeld bij het Aanhoudings- en Ondersteuningsteam locatie Zuid en het Aanhoudings- en
Ondersteuningsteam van de Afdeling Interventies en onder genoemde nummers bekend in de administratie van deze teams, [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1967, aangehouden in de loods welke op het perceel was gelegen aan de [adres 2] .
Op maandag 30 november 2020 te 23.04 uur, hebben wij, AOT ZD 348 en AOT ZD 336, ingedeeld bij het Aanhoudings- en Ondersteuningsteam locatie Zuid en onder genoemde nummers bekend in de administratie van dit team, [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedag 2] 1990, aangehouden in de loods welke op het perceel was gelegen aan de [adres 2] .
Op maandag 30 november 2020 te 23.22 uur, hebben wij, AOT ZD 330 en AOT ZD 328, ingedeeld bij het Aanhoudings- en Ondersteuningsteam locatie Zuid en onder genoemde nummers bekend in de administratie van dit team, [medeverdachte 2] (fonetisch geschreven), geboren op [geboortedag 3] 1964, (het hof begrijpt dat hier [medeverdachte 2] wordt bedoeld) aangehouden in de loods welke op het perceel was gelegen aan de [adres 2] .
9. Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 1 december 2020 (dossierpagina’s 276-278.), voor zover inhoudende:
Op maandag 30 november 2020 te 23.04 uur, hebben wij, AOT ZD 208 en AOT ZD 336, ingedeeld bij het Aanhoudings- en Ondersteuningsteam locatie Zuid en onder genoemde nummers bekend in de administratie van dit team, [medeverdachte 3] (fonetisch geschreven) geboren op [geboortedag 4] 1981, aangehouden in de loods welke op het perceel was gelegen aan de [adres 2] .
Op maandag 30 november 2020 te 23.04 uur, hebben wij, AOT ZD 330 en AOT Al B242,
ingedeeld bij het Aanhoudings- en Ondersteuningsteam locatie Zuid en het Aanhoudings- en
Ondersteuningsteam van de Afdeling Interventies en onder genoemde nummers bekend in de administraties van deze teams, [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedag 5] 1972, aangehouden in de loods welke op het perceel was gelegen aan de [adres 2] .
Opmerking hof: hier en hierna wordt steeds bedoeld:
Ik ben geboren in de Dominicaanse Republiek en woon met een verblijfsvergunning in Spanje. Ik heb een vriend in Nederland. Hij woont in [adres 3] . Hij heet [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: [medeverdachte 2]). Ik ben op 12 september 2020 naar Nederland gekomen. Ik ben met het vliegtuig naar Brussel en dan verder gereisd naar Nederland met de trein.
V: Waar heb je dan vervolgens verbleven in Nederland?
A: Altijd bij die vriend in Rotterdam.
(p. 172)
V: welke telefoon heb jij ?
A: Een Samsung, kleur wit. Deze ligt bij mijn spullen in die caravan waar ik vannacht ben opgepakt.
V: Hoe lang zit je daar al in die caravan.
A: Minder dan een week. Die Hollander heeft vervoer gestuurd om ons op te halen.
V: Kun je uitleggen hoe je in contact bent gekomen met die Hollander en daar terecht bent gekomen waar je vannacht bent aangehouden?
A: Ik heb hem leren kennen via een vriend in Amsterdam. Het was een groep en ik ken ze allemaal. Zij hebben ons naar die plaats gebracht om te kijken en toen we dat hebben gezien hebben we besloten om daar te gaan werken.
V: Wat is de naam van die Hollander?
A: Hij zei dat zijn naam de [bijnaam] was.
(p. 173)
V: Je zegt dat jullie daar moesten werken, wie waren "jullie"?
A: We waren met zijn vijven, 2 Mexicanen (het hof begrijpt: [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] ) en 2 Dominicanen (het hof begrijpt: [medeverdachte 2] en [verdachte] ) en ikzelf.
V: Wanneer zijn jullie vijven daar aangekomen?
A: Ongeveer 5 à 6 dagen geleden. We kwamen eerst met zijn vieren in twee transporten en daarna kwam er nog een Mexicaan.
V: Wat voor werkzaamheden werden er in die locatie gedaan?
A: Ik moest schoonmaken, alles wat vuil was, moest ik schoonmaken.
A: Het was een plaats waar metamfetamine werd geproduceerd. Ik zou per week 1500 euro per week krijgen voor mijn werk.
(p. 177)
V: Wat voor werk werd je toegezegd om te doen in de loods?
A: Mijn werk was schoonmaken en organiseren. Ik organiseerde de schoonmaak.
De enige witte telefoon was van mij. Het was geen iPhone.
V: Wie had er nog meer een telefoon?
A: De Mexicanen.
(p. 178)
V: Wat kan je zeggen over het adres [adres 3] ?
A: Dat is het adres van [medeverdachte 2] (hof: [medeverdachte 2]) en zijn vrouw waar ik verbleef.
V: Jij zou volgens [medeverdachte 2] het contact met de opdrachtgevers onderhouden. Hoe zit dat?
A: Alleen met de [bijnaam] . Want er waren verschillende bazen. Ik kende er één, de Mexicaan kende dan de andere weer. Van de vijf betrokkenen kenden vier elkaar goed omdat we vrienden zijn.
V: Wie zijn die vier vrienden?
A: Drie Dominicanen en een Mexicaan. [medeverdachte 2] (hof: [medeverdachte 2]), [verdachte] (hof: [verdachte]), dat is de Dominicaan met de Nederlandse nationaliteit, [medeverdachte 3] (hof: [medeverdachte 3]) en ik.
Een leider was er niet. De Mexicanen (het hof: begrijpt [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3]) wisten wat voor werk er gedaan moest worden. Wij deden de schoonmaak. Er waren verschillende ruimtes in de loods waar verschillende werkzaamheden werden gedaan. De Mexicanen waren met zijn tweeën apart bezig.
(p. 197)
V: De eerste keer dat je in de loods was heb je toen ook het laboratorium in werking gezien?
A: Dat was daar al toen we kwamen. (p. 198)
Alles was daar aanwezig. Die sterke geur hing daar al.
V: Wie heb je die eerste keer gezien toen je daar bent gaan kijken?
A: De [bijnaam] liet mij, [medeverdachte 3] (hof: [medeverdachte 3] ) en [verdachte] (hof: [verdachte] ) ons de plek zien.
(p. 199)
V: Je bent dus één keer wezen kijken en twee keer om te werken?
A: Ja dat klopt.
V: [medeverdachte 2] geeft aan dat hij maar één keer in de loods aanwezig is geweest. Waarom is dat?
A: Hij was de eerste keer er niet bij toen we gingen kijken.
V: Nu vertelt deze man (het hof begrijpt: [betrokkene]) dat hij jullie op donderdag 26 november 2020, dus een dag of 3 voor jullie aanhouding in de loods, nog vanaf de loods naar Rotterdam heeft gebracht met zijn auto.
(p. 200)
A: Die oude meneer heeft mij inderdaad naar Rotterdam gebracht.
V: Hoe heb jij laten weten dat het niet goed ging met je?
A: Ik had met mijn mobiel die jullie hebben gevonden. Daar mee had ik contact met de [bijnaam] of met [medeverdachte 3] of we hadden contact onderling.
(p. 236)
V: Hoe ben je in de loods in Westdorpe gekomen?
A: Ik ben hier gekomen via een vriend.
(p. 238)
V:Wanneer ben je voor het eerst opgehaald met dat busje?
A: We zijn daar ongeveer een week geweest, maar we werden misselijk van de geuren.
V: Toen je opgehaald werd wat zou je dan gaan doen?
A: We zouden hard moeten werken. Ze hadden gezegd dat we goed betaald zouden krijgen. We zouden naar een plek gaan waar we olie ergens uit moesten halen. Ik had het geld hard nodig.
V: Wat voor werk moest je doen in de loods?
A: Ik deed van alles. Ik moest vloeistof roeren met een stok. Dat ding wat ze gebruiken voor het vuil en de olie eruit te halen wat in de droger moest. De vloeistof moest in de centrifuge en in de droger. Ik deed het vuil en het koken. Ik maakte koffie. Iemands afwassen en schoonmaken. De mensen die iedere dag kwamen zeiden wat we moesten doen.
We sliepen in caravans. Er waren twee caravans in de loods. Een grote en een kleine caravan. Ik sliep met mijn collega in de kleine caravan.
Het (hof: de loods) stond vol chemicaliën.
(p. 243)
V: Waarom heeft [medeverdachte 1] (het hof begrijpt: [medeverdachte 1] ) jouw adres op een papiertje?
A: Om mij op te halen voor het werk. Dat zou bij een benzinepomp zijn. Dat was bij Slinge in Rotterdam.
V: Hoe wist je dat je naar de benzinepomp moest gaan.
A: Dat wist ik via [medeverdachte 1] .
(p. 244)
In de loods waren twee telefoons. Ze gebruikten geen GPS. [medeverdachte 1] had toegang tot de telefoon. Eén was van [medeverdachte 1] en de andere was van de organisatie. De maffiaorganisatie had die telefoons in de loods zodat [medeverdachte 1] met de maffia kon contacten.
(p. 246)
Ik ben via [medeverdachte 1] binnengekomen. Hij heeft gezegd dat het goed zou verdienen. Als ik het vol zou houden zou ik nog meer betaald krijgen.
V: Kan je omschrijven hoe een dag verliep in de loods?
A: Het enige wat we wisten was dat er ergens olie uit gewonnen werd. In een ton zat water en olie. Die olie moest eruit geschept worden en moest meegenomen worden naar een kamertje. Vaten met chemische middelen en zakken moesten we dragen. De andere dag moest ik weer dingen op het vuur zetten. Er waren zo’n 5 branders waar die vaten met vloeistof weer in moesten. Het werk was heel zwaar en de stank en geur ook.
(p. 247)
A: We waren alleen werknemers, er was geen chef. Ik luisterde dan wat [medeverdachte 1] zei.
We kregen huiswerk mee voor heel de dag. Het had allemaal zijn tijd nodig. We waren heel
de dag bezig.
V: Is het eindproduct, dus de verdovende middelen, in de periode dat jij daar zat afgevoerd?
A: Nee, er is nooit wat naar buiten gegaan. Er werd bij water steeds wat toegevoegd en dat veranderde van kleur, maar ik heb nooit wat naar buiten zien gaan.
V: Wat voor werkzaamheden hadden de anderen?
A: We deden allemaal hetzelfde werk.
V: Jullie zijn met 5 personen aangehouden vorige week. Zijn er personen bijgekomen of weggegaan in de periode dat jij in de loods zat?
A: We zijn allemaal op hetzelfde tijdstip binnengekomen.
(p. 252)
A: Ik heb hem (het hof begrijpt: [medeverdachte 3] ) een keer uitgenodigd. We hebben koffie gedronken. De week voorafgaand aan het werk heb ik hem uitgenodigd in mijn huis.
V: Wie waren daar bij?
A: [medeverdachte 1] (hof: [medeverdachte 1]), [medeverdachte 3] en [verdachte] (hof: [verdachte] ).
Vanaf het begin kende ik [medeverdachte 1] , maar niet [medeverdachte 3] en [verdachte] .
V: Kan ik dan wel stellen dat jullie elkaar dus wel kenden voorafgaand aan het werk in de loods?
A: Ja, een week ervoor.
p. 253
V: Op de dag van aankomst in de loods werden eerst jij en [medeverdachte 3] binnengebracht in de loods, daarna kwamen [verdachte] ( [verdachte] ) en [medeverdachte 1] en als laatste de tweede Mexicaan. Wat kan je zeggen over deze Mexicaan?
A: Hij (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]) kwam dezelfde dag maar een aantal uren later.
(p. 312)
V: [medeverdachte 1] vertelde in zijn verhoor het volgende: “Van de vijf betrokkenen kenden vier elkaar goed omdat we vrienden zijn. [medeverdachte 2] , [verdachte] , dat is de Dominicaan met de Nederlandse nationaliteit, [medeverdachte 3] en ik”. Hieruit maak ik op dat jij, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] elkaar goed kennen. Wat kan jij daarover zeggen?
A: Ik kende ze van gezicht. Ik had ze een paar keer gezien. Ik was nog niet lang in Nederland.
(p. 315)
A: Ja de eerste week ben ik 3 dagen geweest. Toen ben ik ziek geworden. Dat was donderdag. Toen ben ik maandag weer gegaan.
(p. 134)
V: U bent vannacht aangehouden in een loods in Westdorpe. Wat deed u in die loods?
A: Ik was daar aan het schoonmaken. Pannen, de vloer en tanks. Ze waren vuil van olie.
V: Wat werd er in de loods gemaakt?
A: Ze maken “Yellow”. (Opmerking hof: in het proces-verbaal wordt gerelateerd dat de tolk meedeelt dat de verdachte hiermee “ijs” bedoelt.) Ik denk dat het drugs zijn.
Het was de bedoeling om er twee weken te werken. Ik ben daar op maandag (het hof begrijpt: 23 november 2020) binnengekomen en op donderdag (het hof begrijpt: 26 november 2020) weggegaan. Vervolgens ben ik op maandag (het hof begrijpt: 30 november 2020) weer teruggekomen. U, voorzitter, vraagt mij of dit voor alle verdachten geldt. Ja, dat klopt. U vraagt of ik wist dat het om drugs ging toen ik eenmaal in de loods was. Ja. Mijn financiële situatie was niet goed en dit werk kostte weinig tijd. Ik dacht dat het nodig was om snel geld te verdienen. Ik zou € 500,00 per dag of € 5.000,00 per week krijgen. Ik moest (alleen) schoonmaken, spullen optillen en verplaatsen. U houdt mij voor dat een medeverdachte zich opgesloten voelde, maar dat ik desondanks terug ben gegaan. Ik ben teruggegaan omdat er nog maar weinig dagen nodig waren. Ik had het geld nodig. De oudste rechter vraagt mij of de maandag waarop ik terugkwam in het lab, de maandag is waarop de politie is gekomen. Ja. We zijn op donderdag in twee auto's vertrokken. Toen we er vertrokken zat ik in de auto met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] . Ook de anderen (het hof begrijpt: [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] ) zijn die donderdag daar weggegaan. Een van ons werd ziek en daarom zijn we weggegaan. Er hadden mensen een telefoon. Zij hebben gebeld en toen werd er gezegd dat er iemand zou komen.
Ik ben van maandag 23 november 2020 tot donderdag 26 november 2020 in de loods aan de [adres 2] te Westdorpe geweest en ik ben op maandag 30 november 2020 daar weer terug naar toe gegaan. Ik wist dat er in die loods drugs werden geproduceerd.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Vaststelling feiten en omstandigheden
Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen stelt het hof vast dat op 30 november 2020 een politie-inval heeft plaatsgevonden in een loods gelegen aan de [adres 2] , in de gemeente Terneuzen, waarbij een in werking zijnd metamfetaminelab is aangetroffen. In die loods waren op dat moment verdachte, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] aanwezig, die daarop allen door de politie zijn aangehouden.
Voorts is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen vast komen te staan dat er sprake was van een professioneel metamfetaminelab waarin op grote schaal metamfetamine kon worden bewerkt. Niet alleen bleek uit de potten op het vuur en de bakken met warme vloeistof in de vriezers dat het bewerkingsproces daadwerkelijk aan de gang was, maar ook dat er grote hoeveelheden chemicaliën, grondstoffen en productiemiddelen aanwezig waren om in de toekomst metamfetamine te produceren en te bewerken. Daarnaast bevond zich in de loods ongeveer 278 kilogram metamfetamine (natte en droge kristallen) en ongeveer 350 liter metamfetamine-base (olie).
Feit 1 Bewerking van metamfetamine
Het hof stelt vast dat op het moment dat de politie op 30 november 2020 de loods betrad er sprake was van een actief bewerkingsproces. Zo stonden er potten met chemicaliën op branders, druppelde de destillatiekolf en stonden er bakken met het warme eindproduct in de vriezers af te koelen. Buiten voornoemde verdachten waren er geen andere personen in de loods die het op dat moment actieve bewerkingsproces hebben kunnen uitvoeren. Om die reden is het hof van oordeel dat het niet anders kan dan dat het proces door de hiervoor genoemde personen in stand is gehouden en dat zij metamfetamine hebben bewerkt.
De verdachte heeft verklaard dat hij een beperkte rol had in de loods. Hij moest de aan hem gegeven opdrachten uitvoeren, die naar zijn zeggen inhielden dat hij onder andere - door olie bevuilde - pannen en tanks moest schoonmaken en spullen moest tillen en verplaatsen. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft over zijn eigen werkzaamheden in de loods verklaard dat hij in vloeistof moest roeren, dat hij olie uit een vloeistof moest scheppen, dingen op het vuur moest plaatsen en vaten en zakken met chemische middelen moest dragen.
[medeverdachte 2] heeft tevens verklaard dat hij en de anderen allemaal ongeveer dezelfde werkzaamheden uitvoerden in de loods. Nu [medeverdachte 2] met deze verklaring niet alleen zijn medeverdachten belast, maar ook zichzelf, is het hof van oordeel dat deze verklaring betrouwbaar is en tot het bewijs kan worden gebezigd. Uit de verklaring van [medeverdachte 2] volgt derhalve dat de werkzaamheden van verdachte niet slechts beperkt waren tot het opruimen van de loods en het schoonmaken van pannen en tanks. Het hof overweegt overigens dat zo de werkzaamheden van de verdachte wel alleen schoonmaken zouden hebben behelsd, deze werkzaamheden binnen de context van het aangetroffen laboratorium reeds een onmisbare schakel vormen in de uiteindelijke bewerking van metamfetamine. Immers, indien bij de uitvoering van het bewerkingsproces geen schone materialen beschikbaar zijn, zou het bewerkingsproces stilvallen of zou de kwaliteit van het eindproduct niet kunnen worden gewaarborgd.
Gelet op het voorgaande acht het hof het aan de verdachte tenlastegelegde bewerken van metamfetamine(base) wettig en overtuigend bewezen.
Medeplegen
Het hof stelt voorop, dat voor medeplegen sprake moet zijn van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen, waarbij de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht moet zijn.
Het hof gaat er gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien vanuit dat verdachte in samenwerking met anderen essentiële werkzaamheden heeft verricht bij het daadwerkelijk functioneren van een laboratorium om metamfetamine(-olie) te bewerken. Het hof is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk bewerken van metamfetamine(-olie).
Pleegperiode
Het hof stelt vast dat alle handelingen van de verdachte en zijn mede-uitvoerders tezamen hebben plaatsgevonden binnen de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 november 2020. Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de handelingen gedurende enkele dagen (4 á 5 dagen) binnen deze bewezenverklaarde periode hebben plaatsgevonden. Derhalve acht het hof bewezen dat de verdachte samen met anderen op tijdstippen in voornoemde periode metamfetamine heeft bewerkt.
Hoeveelheid drugs
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de politie op 30 november 2020 ongeveer 278 kilogram metamfetamine (natte en droge kristallen) en circa 350 liter metamfetaminebase in de loods heeft aangetroffen. Nu niet is kunnen worden vastgesteld welke hoeveelheid metamfetamine (base) daadwerkelijk door de verdachte en zijn medeplegers is bewerkt zal het hof bewezen verklaren het opzettelijk bewerken van hoeveelheden van een materiaal bevattende metamfetamine.
Conclusie
Gelet op het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 november 2020 in Westdorpe, binnen de gemeente Terneuzen, tezamen en in vereniging met anderen, hoeveelheden metamfetamine heeft bewerkt.
Feit 2 Voorbereidingshandelingen
Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat er naast een - op het moment van de politie-inval actieve - laboratoriumopstelling ook verschillende hoeveelheden chemicaliën en hulpstoffen aanwezig waren waarmee de metamfetamine kon worden geproduceerd en bewerkt. Het voorhanden hebben van voorwerpen en stoffen die bestemd zijn voor het produceren van synthetische drugs, van welke bestemming de verdachte op de hoogte was, getuige zijn aandeel in de op dat moment plaatsvindende bewerking van metamfetamine, heeft te gelden als voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a van de Opiumwet. Hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen over het medeplegen en met betrekking tot de bewezenverklaarde periode geldt ook voor deze voorbereidingshandelingen.
Feit 3 Opzettelijk aanwezig hebben van metamfetamine(base).
Voor een bewezenverklaring van het “aanwezig hebben” als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder C, van de Opiumwet is niet noodzakelijk dat de verdovende middelen de verdachte toebehoren, noch dat hij enige beschikkings- en/of beheersbevoegdheid ten aanzien van de verdovende middelen heeft. Voldoende is dat de onder de Opiumwet vallende middelen zich in de machtssfeer van de (mede)daders bevinden en dat de verdachte wetenschap heeft van de aanwezigheid van de verdovende middelen, althans van de aanmerkelijke kans daarop.
Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de aangetroffen hoeveelheden metamfetamine
(-base) zich in de machtssfeer van de verdachte en die van de medeverdachten bevonden en dat zij (minst genomen) voorwaardelijk opzet hadden op de aanwezigheid van de metamfetamine die werd bewerkt of zou worden bewerkt. Gelet op laatstgenoemde omstandigheid volgt zonder meer dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten.
Het hof acht derhalve bewezen dat de verdachte in vereniging met anderen opzettelijk ongeveer 278 kilogram (natte en droge kristallen) metamfetamine en circa 350 liter metamfetaminebase (olie) aanwezig heeft gehad, zoals tenlastegelegd onder feit 3.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op:
de eendaadse samenloop van:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod (feit 1)
en
medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit (feit 2).
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod .
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Standpunt advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.
Standpunt verdediging
De raadsman heeft bepleit dat aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal worden opgelegd gelijk aan de duur van het voorarrest alsmede een forse voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van 2 jaar en daarnaast een maximale taakstraf voor ieder bewezenverklaard feit.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De verdachte heeft zich gedurende een aantal dagen in de bewezenverklaarde periode samen met anderen schuldig gemaakt aan de bewerking van metamfetamine, aan voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a van de Opiumwet en het aanwezig hebben van ongeveer 278 kilogram natte en droge metamfetamine-kristallen en ongeveer 350 liter metamfetaminebase. Het betrof hier een omvangrijk drugslaboratorium en de aangetroffen hoeveelheden synthetische drugs vertegenwoordigen een marktwaarde van vele miljoenen.
Metamfetamine (ook wel Chrystal meth of Ice genoemd) is een zeer verslavende drug en levert een groot gevaar voor de gezondheid van de individuele gebruiker op en kan niet alleen het leven van de gebruikers verwoesten, maar ook de levens van degenen die bij hen zijn betrokken ontwrichten. Voorts levert de productie van synthetische drugs veel drugsafval op dat door illegale dumping een direct gevaar oplevert voor het milieu en leidt tot hoge maatschappelijke kosten om dit afval op te ruimen.
De productie en handel van deze drugs is bovendien in handen van de zware criminaliteit, hetgeen allerlei ongewenste maatschappelijke effecten veroorzaakt.
De verdachte heeft zich van deze gevolgen kennelijk geen rekenschap gegeven en heeft zich slechts laten leiden door persoonlijk financieel gewin.
Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het de verdachte betreffende Uittreksel uit de Justitiële documentatie d.d. 25 januari 2023, waaruit blijkt dat de verdachte eerder (in 2013) onherroepelijk is veroordeeld ter zake van overtreding van de Opiumwet. Voorts heeft het hof kennis genomen van de inhoud van de reclasseringsadviezen d.d. 2 juni 2021 en 25 juni 2021, beide in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis, en d.d. 1 november 2021. In deze adviezen staat onder meer vermeld dat er bij de verdachte sprake is van een licht verstandelijke beperking.
Ter terechtzitting in hoger beroep is door de verdediging naar voren gebracht dat de verdachte inmiddels 35 jaar in Nederland verblijft, de zorg voor zijn zoon heeft, werkzaam is bij een woningrenovatiebedrijf en onder financieel bewind staat.
Hoewel het hof wil aannemen dat de verdachte in het drugslaboratorium niet bovenaan in de pikorde stond en een meer ondergeschikte rol speelde in het geheel, laat dit onverlet dat het hier om een zeer ernstige feiten gaat. Het hof is dan ook van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving, gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de hoeveelheden drugs die aan de orde zijn, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van langere duur met zich brengt. De door de raadsman bepleite strafmodaliteit acht het hof dan ook in het geheel niet passend.
Naar het oordeel van het hof brengt de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van voorarrest, de ernst van de bewezenverklaarde feiten onvoldoende tot uitdrukking, zodat daarmee in beginsel niet kan worden volstaan.
Het hof neemt daarbij ook in aanmerking dat de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde LOVS-oriëntatiepunten voor een first-offender ten aanzien van het aanwezig hebben van meer dan 20 kilogram harddrugs een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van ten minste 36 maanden indiceren. In de onderhavige zaak gaat het onder feit 3 om het voorhanden hebben van een veelvoud daarvan.
Gelet op het voorgaande acht het hof derhalve de door advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren in beginsel een passende straf. Echter, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn beperkte verstandelijke vermogens, ziet het hof aanleiding om de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Beslag
Het hof zal de teruggave gelasten van het hierna genoemde geldbedrag aan de verdachte.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet en de artikelen 47, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
een geldbedrag van 300 euro (goednummer G635996).
Aldus gewezen door:
mr. A.C. Bosch, voorzitter,
mr. A.J.M. van Gink en mr. S. Taalman, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M.R.G.H. van Outheusden, griffier,
en op 30 maart 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mrs. Van Gink en Taalman zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.