ECLI:NL:GHSHE:2025:2411

ECLI:NL:GHSHE:2025:2411, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26-08-2025, 20-000725-25

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 26-08-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20-000725-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBOBR:2025:1142
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Het enige discussiepunt in hoger beroep zijn de beslissingen van de rechtbank op de vorderingen van de benadeelde partijen (en de daarmee samenhangende beslissingen ex artikel 36f Sr). Het hof is van oordeel dat in onderhavige strafzaak onvoldoende rechtens te respecteren belang bestaat om, ondanks het door de verdachte niet langer handhaven van zijn grieven, de zaak in hoger beroep om die reden nader te behandelen. Het hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat de beslissingen van de rechtbank terzake bij de huidige stand van zaken – zoals daarvan mede ter terechtzitting van 12 augustus 2025 is gebleken – het hof niet onjuist voorkomen en voorts voor de benadeelde partijen desgewenst de weg naar de civiele rechter openstaat. Gelet op vorenstaande zal het hof toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416 Sv en de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 25 februari 2025, in de strafzaak met parketnummer 01-095678-24 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,

thans verblijvende in P.I. Zuid Oost, locatie Roermond te Roermond.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘poging tot doodslag’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Voorts is beslist op de vordering van de benadeelde partijen.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Namens en door de verdachte is bepleit om hem niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep.

De advocaat-generaal heeft zich (evenals de advocaat van de benadeelde partijen) verzet tegen dat verzoek.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte heeft bij akte van 11 maart 2025 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ‘s-Hertogenbosch, van 25 februari 2025. Door en namens de verdachte is vrijwel onmiddellijk na de aanvang van de behandeling van de zaak in hoger beroep ter terechtzitting van 12 augustus 2025 te kennen gegeven dat hij zijn bezwaren tegen dat vonnis niet langer wenst te handhaven. Het hof is verzocht toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) en de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep. Het openbaar ministerie heeft zich – evenals de advocaat van de benadeelde partijen – daartegen verzet.

Het hof stelt vast dat de beslissingen van de rechtbank ten aanzien van de in artikel 348 en artikel 350 Sv bedoelde kwesties (met uitzondering van de beslissingen ter zake de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht- hierna: Sr) in hoger beroep niet ter discussie worden gesteld. Ambtshalve ziet het hof daartoe evenmin aanleiding.

Het enige discussiepunt in hoger beroep zijn de beslissingen van de rechtbank op de vorderingen van de benadeelde partijen (en de daarmee samenhangende beslissingen ex artikel 36f Sr). Het hof is van oordeel dat in onderhavige strafzaak onvoldoende rechtens te respecteren belang bestaat om, ondanks het door de verdachte niet langer handhaven van zijn grieven, de zaak in hoger beroep om die reden nader te behandelen. Het hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat de beslissingen van de rechtbank terzake bij de huidige stand van zaken – zoals daarvan mede ter terechtzitting van 12 augustus 2025 is gebleken – het hof niet onjuist voorkomen en voorts voor de benadeelde partijen desgewenst de weg naar de civiele rechter openstaat.

Gelet op vorenstaande zal het hof toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416 Sv en de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

mr. A.J.M. van Gink, voorzitter,

mr. R.A.T.M. Dekkers en mr. R. Lonterman, raadsheren,

in tegenwoordigheid van T.A.H. van der Wijst, griffier,

en op 26 augustus 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. R.A.T.M. Dekkers en mr. R. Lonterman zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand