ECLI:NL:GHSHE:2026:3044

ECLI:NL:GHSHE:2026:3044

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 11-08-2026
Datum publicatie 30-10-2026
Zaaknummer 20-000463-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2025:699

Samenvatting

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, terwijl het feit is veroorzaakt doordat de schuldige een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden en terwijl de schuldige na het feit niet heeft voldaan aan bevelen, gegeven krachtens artikel 163, tweede en zesde lid, van de wet. Overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 12 februari 2025, in de strafzaak met parketnummer 02-252961-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het tenlastegelegde bewezenverklaard en dat gekwalificeerd als:

de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren, alsmede een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis. Daarnaast heeft de rechtbank de verdachte veroordeeld tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Ten slotte heeft de rechtbank een beslissing genomen ten aanzien van de in beslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende:

Door de verdediging is bepleit dat het hof de verdachte zal vrijspreken van het onder 1 primair tenlastegelegde en de verdachte zal ontslaan van alle rechtsvervolging van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde. Voorts is bepleit dat het hof de verdachte zal vrijspreken van het onder 2 en 3 tenlastegelegde. Daarnaast is een strafmaatverweer gevoerd en is verzocht aan het hof om de teruggave te gelasten van de inbeslaggenomen telefoon aan de verdachte en de inbeslaggenomen personenauto aan de rechthebbende.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat hij:

1. primair op of omstreeks 10 juli 2022 te Bergen op Zoom, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de [locatie 1] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, te rijden met een snelheid die hoger lag dan de wettelijke toegestane maximum snelheid, althans te rijden met een snelheid die (veel) hoger lag dan voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, en/of niet, althans niet behoorlijk, het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig door de voor hem, verdachte, gelegen bocht te sturen/geleiden, en/of vervolgens met het door hem bestuurde voertuig (links) van de weg is geraakt/gereden en/of tegen een boom is gebotst,

waardoor (een) ander(en) genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel, te weten voor die [slachtoffer 1] een dwarslaesie en/of voor die [slachtoffer 2] vijf, althans een of meer gebroken ribben, een hersenschudding en/of een gekneusde enkel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,

terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, danwel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid van de genoemde wet;

1. subsidiair op of omstreeks 10 juli 2022 te Bergen op Zoom, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de [locatie 1] ,

heeft gereden met een snelheid die hoger lag dan de wettelijke toegestane maximum snelheid, althans heeft gereden met een snelheid die (veel) hoger lag dan voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, en/of niet, althans niet behoorlijk, het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig door de voor hem, verdachte, gelegen bocht heeft gestuurd/geleid,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

2. op 10 juli 2022 te Bergen op Zoom, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een auto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat;

3. op of omstreeks 10 juli 2022 te Bergen op Zoom, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak van het onder 2 en 3 tenlastegelegde

Met de advocaat-generaal en de verdediging, heeft het hof uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe, met de advocaat-generaal en de verdediging, dat uit de processen-verbaal van bevindingen niet voldoende duidelijk blijkt welke redenen tot een verdenking hebben geleid op grond waarvan de bevelen tot medewerking gegeven mochten worden. Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken van het onder 2 en 3 tenlastegelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. primair op 10 juli 2022 te Bergen op Zoom, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de [locatie 1] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend, te rijden met een snelheid die hoger lag dan de wettelijke toegestane maximum snelheid en niet het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig door de voor hem gelegen bocht te sturen en vervolgens met het door hem bestuurde voertuig links van de weg is geraakt en tegen een boom is gebotst,

waardoor een ander genaamd [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten een dwarslaesie werd toegebracht, en een ander genaamd [slachtoffer 2] zodanig lichamelijk letsel, te weten vijf gebroken ribben, een hersenschudding en een gekneusde enkel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen naar pagina’s van het dossier van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, District De Markiezaten, Basisteam Bergen op Zoom, zaakregistratienummer PL2000-2022180049, gesloten d.d. 3 september 2023 (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 270).

Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. De inhoud van alle gebezigde bewijsmiddelen is, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.

1. Het proces-verbaal aanrijding misdrijf d.d. 24 augustus 2023 (pagina’s 6 t/m 16), voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :

Locatie ongeval

Datum: 10 juli 2022

Omstreeks: 06:27 uur

Adres: [locatie 1]

Plaats: Bergen op Zoom

Soort weg: Een voor het openbaar verkeer openstaande weg

Lichtgesteldheid: Daglicht

Weersgesteldheid: Droog

Wegsituatie: Bocht

Maximum snelheid: 60 km per uur.

Vermoedelijke toedracht

Op 10 juli 2022 reed verdachte [verdachte] als bestuurder van een personenauto, merk Renault, kenteken [kenteken] op de [locatie 1] te Bergen op Zoom, komende uit de richting van de [locatie 2] en gaande in de richting van de [locatie 3] . Naast hem op de bijrijdersplaats, zat [slachtoffer 2] en op de achterbank [slachtoffer 1] . Ter plaatse geldt een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. Verdachte verloor de macht over het stuur, reed vervolgens met vier wielen in de linker berm, reed tegen een boom en kwam tot stilstand. Ten gevolge van dit verkeersongeval liepen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] letsel op. Er werd een sporenonderzoek verricht door de dienst Verkeersongevallenanalyse.

2. Het proces-verbaal Forensisch Onderzoek Plaats Delict d.d. 10 maart 2023 (pagina’s 23 t/m 52), voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :

Wegsituatie

Wij zagen dat de [locatie 1] op de plaats van het ongeval een bocht naar rechts beschreef, bestond uit één rijbaan, bestemd voor verkeer in beide richtingen, en op de plaats van het ongeval van links naar rechts als profiel had berm beschermblokken en grasberm.

Verkeersmaatregelen

Wij zagen dat de [locatie 1] met bord A1-60-ZB was aangeduid als 60 kilometerzone.

Sporen op het wegdek

Spoornummer 1 (bandenspoor)

Wij zagen op de rijbaan van de [locatie 1] een afgetekend bandenspoor. Wij zagen dat het spoor tot aan de linkerzijde van de rijbaan van de [locatie 1] was afgetekend. Verder zagen wij dat het spoor in de berm was gevormd tot aan de eindpositie van de personenauto. Wij zagen dat het aangetroffen bandenspoor de uiterlijke kenmerken had van een driftspoor (noot 1: het spoor dat ontstaat wanneer een wiel onder een zekere drifthoek beweegt terwijl er nog in meer of mindere mate sprake is van een gecontroleerde voertuigbeweging).

Het spoor was passend bij het scenario dat de personenauto in een drift is geraakt en dat het linker voorwiel het spoor heeft afgetekend op het wegdek van de [locatie 1] en dat het spoor in de berm door de band van het linker voorwiel is gevormd.

Spoornummer 2 (bandenspoor)

Wij zagen op de rijbaan van de [locatie 1] een afgetekend bandenspoor. Wij zagen dat het spoor tot aan de linkerzijde van de rijbaan van de [locatie 1] was afgetekend. Verder zagen wij dat het spoor in de berm was gevormd tot aan de eindpositie van de personenauto. Wij zagen dat het aangetroffen bandenspoor de uiterlijke kenmerken had van een driftspoor (noot 2: het spoor dat ontstaat wanneer een wiel onder een zekere drifthoek beweegt terwijl er nog in meer of mindere mate sprake is van een gecontroleerde voertuigbeweging). Het aangetroffen spoor was passend bij het scenario dat de personenauto in een drift is geraakt en dat het linker achterwiel het spoor heeft afgetekend op het wegdek van de [locatie 1] . En dat het spoor in de berm door de band van het linker achterwiel is gevormd.

Spoornummer 3 (bandenspoor)

Wij zagen aan de linkerzijde van de [locatie 1] , op de onderbroken kantmarkering, een afgetekend bandenspoor staan. Wij zagen dat dit spoor in de berm, tot aan de eindpositie van de personenauto, was gevormd. Wij zagen dat het aangetroffen bandenspoor de uiterlijke kenmerken had van een slipspoor (noot 3: Het spoor dat veroorzaakt wordt door een wiel van een (slippend) voertuig dat niet meer onder controle is).

Het aangetroffen spoor was passend bij het scenario dat de personenauto in een drift is geraakt en dat het rechter voorwiel het spoor heeft afgetekend op het wegdek van de [locatie 1] en dat het spoor in de berm door de band van het rechtervoorwiel is gevormd.

Spoornummer 4 (personenauto)

Wij zagen in de linker berm van de [locatie 1] een personenauto merk Renault, type Megane, kleur grijs, kenteken [kenteken] , met recent gevormde aanrijdingschade staan. Het aangetroffen spoor was passend bij het scenario dat de personenauto na de botsing met de boom op deze positie tot stilstand was gekomen en niet meer verplaatst was.

Spoornummer 6 (boom)

Wij zagen aan de linkerzijde van de [locatie 1] voor de eindpositie van de personenauto een boom. Wij zagen dat aan de onderzijde van de boom de schors ontbrak en dat dit recent was gevormd. Dat deze qua hoogte overeenkwam met de schade aan de personenauto. De schade aan de boom is passend bij het scenario dat de personenauto met de voorzijde tegen de boom is gebotst en de betreffende schade heeft veroorzaakt.

Sporendrager in de personenauto

De airbagcontrolemodule uit het voertuig werd veiliggesteld als sporendrager.

Voertuigonderzoek

De autogordel voor de bestuurder en de passagier voorin, was strak langs de B-stijl getrokken en de gordelspanners waren geactiveerd.

De gesp van de autogordel voor de passagier links achterin was vastgeklikt in de gesphouder en deze gordel was strak tegen de rugleuning van de achterbank getrokken.

Het scenario dat de bestuurder van de personenauto niet voortdurend de controle heeft gehad over het door hem bestuurde voertuig kon worden bevestigd.

[verdachte] was de bestuurder van de personenauto. Het ongeval is niet ontstaan door voertuigtechnische bijzonderheden. Het ongeval is niet ontstaan door een omgevingsfactor.

Er werd door mij, [verbalisant 4] , een tekening, schaal 1:300 vervaardigd met het computerprogramma AutoCad.

3. Het proces-verbaal Snelheid- en Impactanalyse d.d. 15 februari 2023 (pagina’s 59 t/m 64), voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 5] :

Op 15 februari 2023 werd mij de tekening behorende bij het proces-verbaal aangeboden met de onderzoeksvraag of het mogelijk is om aan de hand van de aangetroffen sporen op het wegdek (driftspoor) een gereden snelheid voor de personenauto te bepalen. Aan de hand van de verkregen parameters werd door mij een snelheidsberekening gemaakt. Hierbij heb ik de lengte van het bandenspoor van het linker achterwiel gebruikt voor de boogstraalberekening.

Uit deze berekening blijkt dat de boogstraal in het aangetroffen driftspoor 27,67 meter bedroeg.

Uit voornoemde berekeningen bleek mij dat de personenauto had gereden met een snelheid van minimaal 92 km/h en maximaal 106 km/h, althans met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 60 km/h.

4. Het proces-verbaal Forensisch Voertuigonderzoek d.d. 21 augustus 2023 (pagina’s 65 t/m 71), voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 6] :

Ik, [verbalisant 6] , stelde vast dat de airbag controle module voorzien was van een Event Data Recorder.

Uit de Event Data Recorder (EDR) bleek het volgende.

- De EDR was getriggerd als gevolg van een frontale botsing.

- De EDR had geregistreerd dat de personenauto 1.2 seconde voor de botsing had gereden met 103 km/h.

- De EDR had geregistreerd dat de personenauto 0,8 seconde voor de botsing had gereden met 92 km/h.

- De EDR had geregistreerd dat de personenauto 0,4 seconde voor de botsing had gereden met 88 km/h.

- De EDR had geregistreerd dat de personenauto tijdens de botsing had gereden met 74 km/h.

- De EDR had geregistreerd dat vanaf 1.2 seconde voor de botsing tot aan de botsing het rempedaal niet was beroerd.

De personenauto had 1,2 seconde voor de botsing gereden met een snelheid van 103 km/h. De personenauto botste vervolgens bij een snelheid van 74 km/h zonder te remmen tegen de boom.

5. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 augustus 2022 (pagina’s 102 t/m 106), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] :

Opmerking verbalisant: Ik wil u de gelegenheid geven uw eigen verklaring te geven over hoe het ongeluk op de [locatie 1] te Bergen op Zoom gebeurd is op 10 juli 2022.

Antwoord verdachte: Het letsel dat ik heb opgelopen is:

- 5 gebroken ribben:

- hersenschudding:

- gekneusde enkel.

Ik heb een dag in het ziekenhuis gelegen en ik heb fysiotherapie gehad om beter te ademen.

6. Het proces-verbaal van verhoor slachtoffer d.d. 23 februari 2023 (pagina’s 109-110), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

Op 10 juli 2022 zat u als passagier in een personenauto van het merk Renault en voorzien van het kenteken [kenteken] op de [locatie 1] in Bergen op Zoom. U bent betrokken geweest bij een aanrijding.

(v) Wat is de aard van uw letsel?

(a) Ik heb een dwarslaesie, c5 in mjin nek. Ik ben vanaf mijn middel verlamd.

(v) Wat is het uitzicht op- en de duur van uw herstel?

(a) Deze dwarslaesie is compleet dat wil zeggen dat het nooit meer beter zal worden.

7. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van het gerechtshof d.d. 28 juli 2026, inhoudende als verklaring van verdachte ter terechtzitting:

Het klopt dat ik de bestuurder was van de Renault Megane op 10 juli 2022 in de vroege ochtend op de [locatie 1] in Bergen op Zoom. We waren uit geweest in Antwerpen. Ik ken die weg goed. Ik heb hier regelmatig gereden, wel meer dan 50 keer, en vroeger gefietst. Het klopt dat niemand een gordel droeg. Ik reed te hard.

Bewijsoverwegingen

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Er is volgens de advocaat-generaal geen sprake van verontschuldigbare onmacht. Blijkens de gegevens uit de Event Data Recorder (hierna: EDR) heeft de verdachte 1,2 seconde voor de botsing nog met 103 kilometer per uur gereden op een weg waar een maximumsnelheid was toegestaan van 60 kilometer per uur. Het gegeven dat de EDR heeft geregistreerd dat de personenauto tijdens de botsing slechts 74 kilometer per uur reed in combinatie met de bandensporen, past bij het scenario dat de auto in een drift is geraakt en niet bij het door de verdediging geschetste scenario. De verklaring van de verdachte dat hij moest uitwijken voor een hert en daardoor de controle verloor over de auto, dient als ongeloofwaardig ter zijde geschoven te worden.

Nu er geen sprake is van verontschuldigbare onmacht, komt de advocaat-generaal tot de conclusie dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden waardoor het aan zijn schuld te wijten is dat het verkeersongeval heeft plaatsgevonden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft bepleit dat de verdachte een geslaagd beroep op de AVAS-variant ‘verontschuldigbare onmacht’ toekomt en dat de verdachte derhalve moet worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. Daartoe is in de kern aangevoerd dat het aannemelijk is dat de verdachte kort voorafgaand aan de botsing te hard heeft gereden, omdat hij een plotseling opdoemend hert in het bosrijke gebied zag en – in een paniekreactie – in plaats van de rem per ongeluk het gaspedaal heeft ingetrapt tijdens het uitwijken. In dit geval was dan ook sprake van een verontschuldigbare snelheidsoverschrijding, nu de verdachte in een noodsituatie per ongeluk op het gaspedaal heeft getrapt. Volgens de raadsman is de omstandigheid dat de verdachte niet heeft geremd om de botsing of de klap te beperken, maar juist op het gaspedaal heeft gedrukt, volstrekt onlogisch en niet-instinctief gedrag en bevestigt dit handelen juist de verklaring van de verdachte dat hij in paniek heeft gehandeld tijdens het ongeval. Nu niet met voldoende mate van zekerheid is uit te sluiten dat de verdachte bij het plotseling opdoemen van het dier op het gaspedaal heeft getrapt in plaats van op de rem, valt daarbij de verdachte geen enkele verwijt te maken en is sprake van afwezigheid van alle schuld, aldus de verdediging.

Het hof oordeelt als volgt.

Feiten en omstandigheden

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen stelt het hof vast dat er op 10 juli 2022 omstreeks 06.28 uur op de [locatie 1] te Bergen op Zoom een eenzijdig verkeersongeval heeft plaatsgevonden. De verdachte reed als bestuurder in een personenauto van het merk Renault, type Megane, voorzien van het kenteken [kenteken] , over deze weg in de richting van de [locatie 3] . Naast hem, op de bijrijdersplaats, zat [slachtoffer 2] , en op de achterbank zat de broer van de verdachte, genaamd [slachtoffer 1] .

Op de plaats van het ongeval maakt de [locatie 1] een bocht naar rechts. De weg bestaat uit één rijbaan, bestemd voor verkeer in beide richtingen. De weg ligt binnen een 60-kilometerzone, aangeduid door middel van een bord. Weersomstandigheden waren droog, het wegdek was droog en voorzien met duidelijke wegmarkering aan weerszijde. Gedurende het ongeval was sprake van normaal daglicht.

Om 06.28 uur kwam bij de politie de melding binnen dat op de [locatie 1] een eenzijdig ongeval had plaatsgevonden, waarbij drie personen gewond zouden zijn geraakt. Toen de politie ter plaatse kwam zagen zij diverse brokstukken op de [locatie 1] liggen en dat de personenauto tegen een boom was aangereden aan de linker berm van de weg. De politie zag dat de personenauto en de boom zwaar beschadigd waren. Verbalisant [verbalisant 7] heeft daarnaast gerelateerd dat de verdachte aanspreekbaar was. Op de vraag wie de bestuurder was van de auto, heeft de verdachte verklaard dat hij zich dit niet meer kon herinneren (pagina’s 82 en 83 in het politiedossier). De verdachte en zijn broer, welke ernstig letsel had opgelopen, zijn uiteindelijk naar het ziekenhuis in Antwerpen overgebracht. [slachtoffer 2] is na het ongeval naar het ziekenhuis in Bergen op Zoom overgebracht.

Ter plaatse is forensisch onderzoek gedaan. Er zijn sporen onderzocht op het wegdek, aan de boom en aan de personenauto.

Op de rijbaan van de [locatie 1] waren recent afgetekende bandensporen te zien die de uiterlijke kenmerken hadden van een driftspoor. Een driftspoor wordt in het proces-verbaal aangeduid als een spoor dat ontstaat wanneer een wiel onder een drifthoek beweegt terwijl er nog in meer of mindere mate sprake is van een gecontroleerde voertuigbeweging. De aangetroffen driftsporen zijn passend bij het scenario dat de personenauto in een drift is geraakt en dat het linker voor- en achterwiel de sporen hebben afgetekend op het wegdek van de [locatie 1] , alsmede dat de sporen in de berm door de band van het linker voor- en achterwiel zijn gevormd. De aangetroffen schade aan de personenauto en de boom waren passend bij het scenario dat de personenauto met de voorzijde tegen de boom is gebotst en op deze positie tot stilstand was gekomen en niet meer verplaatst was. Hieruit is geconcludeerd dat de personenauto in een bocht naar rechts aan de linkerzijde van de weg is geraakt en vervolgens tegen een boom is gebotst.

Vervolgens is door de politie onderzocht of aan de hand van de aangetroffen driftsporen een gereden snelheid voor de personenauto bepaald kon worden. Uit het proces-verbaal Snelheid- en Impactanalyse blijkt daarover het volgende. Op grond van het bandenspoor van het linker achterwiel werd berekend dat de personenauto had gereden met een snelheid van minimaal 92 kilometer per uur en maximaal 106 kilometer per uur.

De personenauto was tevens voorzien van een Event Data Recorder (EDR) die onder andere de voertuigsnelheid registreert kort voor en tijdens een ongeval. Deze is geanalyseerd. Hieruit blijkt dat de auto 1,2 seconde voor de botsing reed met een geregistreerde snelheid van 103 kilometer per uur. Vervolgens is de snelheid afgenomen tot 88 kilometer per uur 0,4 seconde voor de botsing en tijdens de botsing met 74 kilometer per uur. De EDR had geregistreerd dat vanaf 1,2 seconde voor de botsing tot aan de botsing het rempedaal niet was beroerd en dat de geregistreerde vertraging passend is bij een botsing met een boom.

Ten overstaan van het hof heeft de verdachte verklaard dat hij op 20 juli 2022 de bestuurder was van de personenauto waarmee het verkeersongeval is veroorzaakt. Daarnaast heeft de verdachte verklaard dat hij niet alleen goed bekend was met de [locatie 1] omdat hij er regelmatig met de auto reed, maar ook omdat hij al vaak over die weg fietste voordat hij zijn rijbewijs had behaald.

Het oordeel van het hof

Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of het verkeersongeval aan verdachtes schuld in de zin van artikel 6 WVW is te wijten.

Om tot een bewezenverklaring van een overtreding van artikel 6 WVW te kunnen komen, moet worden bewezen dat de verdachte zich in het verkeer zodanig heeft gedragen dat het aan zijn schuld is te wijten dat er een verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Dat betekent dat er een causaal verband moet bestaan tussen de gedragingen van de verdachte en het ongeval. Daarnaast heeft het juridische begrip ‘schuld’ verschillende gradaties, variërend van een grove of aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid en/of onoplettendheid tot roekeloosheid. Bij beantwoording van de vraag of sprake is van schuld in de zin van dit artikel komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Dat brengt mee dat in het algemeen niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende is voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van genoemde bepaling. Voor schuld is meer nodig dan het veronachtzamen van de voorzichtigheid en oplettendheid die van een normaal oplettende bestuurder mag worden verwacht. Voorts kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag in strijd met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. De verdediging heeft daartoe aangevoerd, naar het hof begrijpt, dat geen sprake is van schuld als bedoeld in artikel 6 WVW en dat de verdachte derhalve vrijgesproken dient te worden van het primair tenlastegelegde.

Het hof stelt vast dat de verdachte met een veel hogere snelheid heeft gereden dan de aldaar toegestane maximum snelheid van 60 kilometer per uur. Uit de gegevens van de Event Data Recorder volgt een geregistreerde snelheid van 103 kilometer per uur voor het ongeval en tijdens het raken van de boom zou het voertuig met een geregistreerde snelheid hebben gereden van 74 kilometer per uur. Daar komt bij dat uit de snelheidsberekening volgt dat de personenauto had gereden met een snelheid van minimaal 92 kilometer per uur en maximaal 106 kilometer per uur. De verdachte heeft door het rijden van deze snelheden niet voortdurend de controle over de auto gehad, waarna hij met hoge snelheid in een bocht naar rechts in een driftbeweging is geraakt, de auto van de weg in de linker berm is geraakt en daarna tegen een boom is aangereden.

De verdachte heeft ten overstaan van het hof verklaard dat hij de situatie ter plaatse goed kende, nu hij regelmatig over de weg had gereden met de auto en daarvoor met de fiets. Hij was er dus mee bekend dat de [locatie 1] bestaat uit één rijbaan, deze een bocht bevat en dat de weg word omringd door veel bomen. Desondanks heeft de verdachte met vorengenoemde snelheden, in ieder geval kort voor het ongeval, over de [locatie 1] gereden.

Naar het oordeel van het hof kunnen bovengenoemde gedragingen in beginsel de gevolgtrekking dragen dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden en dat het verkeersongeval aan de schuld van de verdachte als bedoeld in artikel 6 WVW te wijten is. De verdediging heeft in dat kader naar voren gebracht dat de verdachte kort voorafgaand aan de botsing moest uitwijken voor een opdoemend hert of hond en daarbij in paniek of bij vergissing op het gaspedaal heeft gedrukt in plaats van op de rem.

Het hof ziet zich gesteld voor de vraag of het door de verdediging gestelde feitelijk aannemelijk is geworden. In dat kader overweegt het hof het volgende.

De verdachte heeft over het verkeersongeval meerdere verklaringen afgelegd. Zo heeft de verdachte op 10 juli 2022 ten overstaan van de ter plaatse gekomen politieagenten verklaard dat hij niet meer weet wie de bestuurder was van de auto. De verdachte is daarop echter teruggekomen in zijn politieverhoor een maand later, op 10 augustus 2022, en heeft toen verklaard dat hij de bestuurder was. Tijdens het politieverhoor heeft de verdachte verteld dat hij slechts vage herinneringen heeft aan het ongeval. Volgens de verdachte reed hij op de [locatie 1] en zag hij, terwijl hij de bewuste bocht nam, een hert of een hond op hem afkomen. Vervolgens week hij uit en zag als laatste een boom. De verdachte kent de weg goed, heeft zelfs meer dan 50 keren op die weg gereden en had vrij zicht. Volgens de verdachte reed hij destijds 60 kilometer per uur. Ook verklaarde hij dat hij zijn veiligheidsgordel aan had.

Ter terechtzitting in eerste aanleg op 29 januari 2025 heeft de verdachte herhaald dat hij zich niet alles van het ongeval kan herinneren. Wel kan de verdachte zich herinneren dat hij in de bocht van de weg door een opgedoemd dier moest uitwijken en dat hij slechts ietsjes te hard reed, te weten 65 of 68 kilometer per uur. Toen de verdachte werd voorgehouden dat de EDR heeft gemeten dat hij 103 kilometer per uur reed, heeft de verdachte verklaard dat hij toch mogelijk 70 à 80 kilometer heeft gereden en zich enkel kan voorstellen dat hij vanuit een schrikreactie het gaspedaal heeft ingedrukt in plaats van het rempedaal. Hij weet dat niet zeker.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte opnieuw naar voren gebracht dat hij zich weinig kan herinneren van het ongeval, maar is hij teruggekomen op zijn eerdere verklaring dat hij slechts 65 of 68 kilometer per uur reed. Volgens de verdachte reed hij ongeveer 70 à 80 kilometer per uur op de weg, zag hij opeens een hert of hond in de bocht op de rand van de weg staan, heeft hij daardoor per ongeluk op het gaspedaal gedrukt,is vervolgens van de weg geraakt en tegen de boom gebotst. Waar de auto zich bevond toen hij het dier zag kan hij zich niet herinneren.

Het hof stelt vast dat de verdachte niet eensluidend heeft verklaard. Hij heeft herhaaldelijk zijn verklaring aangepast op verschillende belangrijke punten: wie de bestuurder van de auto was en met welke snelheid er is gereden. Ook is zijn verklaring dat hij zijn veiligheidsgordel aan had in strijd met de waarheid gebleken. Bovendien passen de verklaringen van de verdachte naar het oordeel van het hof niet bij de bevindingen uit het forensisch onderzoek. Daaruit volgt dat de driftsporen wijzen op een min of meer gecontroleerde voertuigbeweging, en niet bij de mogelijkheid dat de verdachte op enig moment een abrupte stuurbeweging heeft moeten maken, hetgeen wel zou passen bij het uitwijken voor een dier.

Ook blijkt uit het forensisch onderzoek dat de verklaring van de verdachte omtrent de door hem gereden snelheid niet juist kan zijn. Uit bewijsmiddel 2 volgt dat de afstand tussen de aanvang van de bocht en de boom in kwestie (in het voordeel van de verdachte) 60 meter was. Indien de verdachte 70 kilometer per uur reed - dat is 19,44 meter per seconde- bij de aanvang van de bocht zou de auto er om en nabij 3 seconden over doen voordat deze de boom zou raken (bij 80 kilometer per uur is dat 22,2 meter per seconde en derhalve 2,7 seconden voor hij de boom raakt). Vaststaat echter dat de auto met een snelheid van 103 kilometer per uur reed 1,2 seconden voor de botsing. Dit betekent dat de auto van de verdachte in om en nabij 1,8 seconden zou zijn geaccelereerd van 70 kilometer per uur naar 103 kilometer per uur (in om en nabij 1,5 seconden bij 80 kilometer per uur). Het hof acht dat zeer onwaarschijnlijk zo niet onmogelijk. Dit leidt tot het oordeel dat de verdachte bij aanvang van de bocht in ieder geval aanzienlijk harder dan 80 kilometer per uur reed.

Dat de verdachte moest uitwijken in de bocht voor een opdoemend dier en in paniek op het gaspedaal in plaats van op de rem duwde met als gevolg de botsing, is het hof gelet op vorenstaande niet aannemelijk geworden.

Het hof komt niet tot een ander oordeel op grond van het verhoor bij de raadsheer-commissaris van verbalisant [verbalisant 8] . Het hof stelt vast dat de verbalisant drieënhalf jaar na het incident bij de raadsheer-commissaris is gehoord, en desgevraagd heeft verklaard dat hij iets kan herinneren over een dier en dat er met een enorme snelheid moet zijn gereden, maar uit zijn verklaring volgt niet dat hij dit ter plaatse van de verdachte had vernomen. Dat ligt ook niet in de rede nu de verdachte toen verklaarde niet te weten wie de bestuurder van de auto was. In zoverre is het hof van oordeel dat deze verklaring geen steun biedt aan de verklaring van de verdachte, met name nu in het proces-verbaal van bevindingen van ter plaatse gekomen verbalisanten nergens is gerelateerd dat er werd gesproken over een dier op de weg.

De conclusie is dan ook dat de verdachte de ter plaatse toegestane maximumsnelheid aanzienlijk heeft overschreden en daardoor de controle over het voertuig is verloren waardoor hij van de weg is geraakt.

Naar het oordeel van het hof dient het rijgedrag van de verdachte zoals hiervoor is vastgesteld als zeer onvoorzichtig en onoplettend te worden aangemerkt. Het daardoor ontstane verkeersongeval waarbij [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel en [slachtoffer 2] ander lichamelijk letsel heeft opgelopen, is dan ook te wijten aan de schuld van de verdachte in de zin van artikel 6 WVW zoals primair tenlastegelegd.

Het andersluidend verweer wordt verworpen.

Gelet op hetgeen het hof reeds heeft overwogen onder het kopje ‘vrijspraak van het onder 2 en 3 tenlastegelegde’, zal het hof de verdachte wel partieel vrijspreken van het onder 1 primair tenlastegelegde voor wat betreft het weigeren van medewerking te verlenen aan een ademanalyse en/of een bloedonderzoek.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

De raadsman heeft een straftoemetingsverweer gevoerd en heeft het hof verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder de gevolgen van het bewezenverklaarde feit voor de verdachte. De raadsman heeft het hof verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf en geen onvoorwaardelijke rijontzegging aan de verdachte op te leggen.

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf en maatregel gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen en maatregelen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij op 10 juli 2022 te Bergen op Zoom met de door hem bestuurde auto een eenzijdig verkeersongeval heeft veroorzaakt, waarbij twee passagiers ernstig lichamelijk letsel hebben opgelopen. Een van de slachtoffers, de broer van verdachte, heeft hier een dwarslaesie aan overgehouden en zal voor de rest van zijn leven verlamd zijn vanaf zijn middel. De verdachte heeft aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gereden door met een snelheid van zeker 103 kilometer per uur op een weg te rijden waar een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur geldt. Hij heeft daardoor zijn auto niet onder controle kunnen houden, is in de bocht in een driftbeweging gekomen en van de weg afgeraakt, waarna de auto tegen een boom aan is gereden. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.

Het hof heeft allereerst acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid is weergegeven. In deze oriëntatiepunten wordt bij het veroorzaken van een verkeersongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 bij ‘aanmerkelijke schuld’ als uitgangspunt een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 120 uren, alsmede een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden gesteld. Bij het onderhavige door de verdachte veroorzaakte verkeersongeval hebben twee passagiers ernstig lichamelijk letsel opgelopen, reden waarom het hof een taakstraf voor de duur van 140 uren als uitgangspunt neemt in plaats van 120 uren.

Het hof heeft voorts acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 17 juli 2026, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder onherroepelijk voor een strafbaar feit is veroordeeld. Uit voornoemd uittreksel blijkt verder dat het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht meermaals van toepassing is.

Daarnaast heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte naar voren gebracht dat hij als ZZP’er werkzaam is als koerier, hij daardoor volledig afhankelijk is van zijn rijbewijs voor wat betreft zijn inkomsten en dat oplegging van een rijontzegging negatieve financiële gevolgen voor hem zal hebben.

Het hof ziet in voornoemde persoonlijke omstandigheden echter geen reden om de verdachte op het punt van een ontzegging van de rijbevoegdheid tegemoet te komen, nu het belang van de verkeersveiligheid zwaarder weegt dan het belang van de verdachte om een auto te mogen blijven besturen. Ook overigens zijn geen strafmatigende feiten of omstandigheden aannemelijk geworden, zodat het hof geen aanleiding ziet om van het thans geldende oriëntatiepunt af te wijken.

Alle omstandigheden afwegende is het hof van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 140 uren subsidiair 70 dagen hechtenis, alsmede een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden, passend en geboden is.

Ten aanzien van de berechting binnen een redelijke termijn overweegt het hof het volgende.

Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een afdoening van zijn strafzaak binnen een redelijke termijn. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven.

In onderhavige zaak is het hof gebleken dat de redelijke termijn in eerste aanleg is overschreden. De verdachte is immers op 10 augustus 2022 voor het eerst verhoord door de politie en de rechtbank heeft op 12 februari 2025 vonnis gewezen. Gelet hierop is er in eerste aanleg sprake van een overschrijding van ongeveer 6 maanden. Niet is gebleken dat deze overschrijding aan de verdachte is te wijten. In hoger beroep is geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn.

Wat betreft de daaraan te verbinden gevolgen, zal het hof de vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn verdisconteren in de straftoemeting, in die zin dat het hof de passend en geboden geachte taakstraf zal verminderen met in totaal 14 uren.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het hof, alle hiervoor genoemde omstandigheden in aanmerking nemende, de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 126 uren, subsidiair 63 dagen hechtenis, alsmede tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden. De tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 ingevorderd of ingehouden is geweest, zal op de duur van deze bijkomende straf in mindering worden gebracht.

Beslag

Tijdens het vooronderzoek zijn een personenauto en een telefoon onder de verdachte in beslaggenomen.

Het hof zal de teruggave aan de verdachte gelasten van de onder hem in beslag genomen en nog niet teruggegeven telefoon, nu er geen strafvorderlijk belang (meer) mee is gediend om het beslag hierop te laten voortduren. Met betrekking tot de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven personenauto overweegt het hof dat in het dossier onvoldoende duidelijk is geworden wie de verzekeraar is en daarmee de rechthebbende is van het inbeslaggenomen voorwerp. Derhalve is het hof niet in staat de teruggave daarvan aan een met name te noemen persoon te gelasten. Het hof zal dientengevolge ten aanzien van het beslag de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het onder 1 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 126 (honderdzesentwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 63 (drieënzestig) dagen hechtenis;

ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden;

bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1 STK Personenauto (Omschrijving: PL2000-2022179722-2313292. Blauw, merk: Renault Megane , kenteken: [kenteken] , chassisnr: [chassisnummer] ), inclusief de daarbij behorende boordcomputer (Omschrijving: PL2000-2022179722-2480934) en Airbags (Omschrijvingen: PL2000-2022179722-2480932 en PL2000-2022179722-2480933);

gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1 STK telefoon (Omschrijving: PL2000-2022179722-2480917, Zwart, merk: Apple, Iphone).

Aldus gewezen door:

mr. J. Platschorre, voorzitter,

mr. A.J.M. van Gink en mr. S. Riemens, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. L. van Harskamp, griffier,

en op 11 augustus 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J. Platschorre
  • mr. A.J.M. van Gink
  • mr. S. Riemens

Griffier

  • mr. L. van Harskamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand