ECLI:NL:RBAMS:2023:8486

ECLI:NL:RBAMS:2023:8486, Rechtbank Amsterdam, 19-12-2023, 1329734623

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 19-12-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 1329734623
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0016664

Samenvatting

Aanvullende toestemming geweigerd aangezien niet voldoende de gelegenheid is geboden om eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-297346-23

Datum beslissing: 19 december 2023

BESLISSING

op de vordering op grond van artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 17 november 2023, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door het Landgericht Essen (Duitsland) op 5 september 2023 en betreft:

[overgeleverde persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1973 in [geboorteplaats] (Duitsland),

thans gedetineerd in Duitsland,

hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1. Beoordeling

Inleiding

Bij uitspraak van 26 april 2017 heeft de rechtbank beslist op het verzoek tot overlevering van de overgeleverde persoon aan Duitsland. De overlevering werd verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de overgeleverde persoon zich schuldig had gemaakt aan vierentwintig naar het recht van Duitsland strafbare feiten. De rechtbank heeft de overlevering toegestaan. De overgeleverde persoon is nadien overgeleverd aan Duitsland. In het kader van deze uitlevering heeft de overgeleverde persoon uitdrukkelijk geen afstand gedaan van het specialiteitsbeginsel.

Het onderhavige verzoek strekt tot het verlenen van toestemming voor uitbreiding van de tenuitvoerlegging van het resterende deel van een vrijheidsstraf in Duitsland opgelegd door het Landgericht Essen op 26 oktober 2012. Nadat de overgeleverde persoon op 26 oktober 2012 door het Landgericht Essen was veroordeeld tot een vrijheidsstraf van in totaal zes jaar en zes maanden, werd, nadat de overgeleverde persoon een deel van zijn straf had uitgezeten, de rest van de straf bij besluit van 4 januari 2013 voorwaardelijk uitgesteld. Nadat de overgeleverde persoon naar aanleiding van de Nederlandse overleveringsprocedure opnieuw was veroordeeld, werd het voorwaardelijke uitstel van de straf op 18 april 2019 door het Landgericht Görlitz herroepen. Het gaat om een resterend strafdeel van 720 dagen.

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.

Hoorrecht

Met betrekking tot de vraag of de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken, zijn nadere vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.

In een e-mail van de Duitse Oberstaatsanwalt van 6 december 2023 is hierover opgenomen:

“As I have already informed you in my letter and my eMail dating from the 13.11.2023, the convict [overgeleverde persoon] has had several (!) opportunities to make a statement:

During his hearing before the investigating judge on 31 March 2020, convicted [overgeleverde persoon] himself revoked the waiver of compliance with the principle of speciality declared by his defence counsel. I have also sent you this protocol.

In the further course of the proceedings, [overgeleverde persoon] 's defence lawyer was contacted several times, including on 23 March 2023, 23 May 2023 and 7 June 2023, in writing and by telephone, in order to obtain a statement from his client, the convicted Mr. [overgeleverde persoon] . The various options were discussed in detail (waiver, release from prison with re-issue of the European arrest warrant,etc.) There was no response. The convicted Mr. [overgeleverde persoon] does not wish to speak to the prosecution authorities.

It can therefore be assumed that the convicted person [overgeleverde persoon] still does not waive compliance with the principle of speciality and has had sufficient opportunity to comment on this in accordance with the case law of the European Court of Justice.”

Uit dit proces-verbaal blijkt dat de Duitse autoriteiten weliswaar herhaaldelijk hebben getracht om de overgeleverde persoon een verklaring te laten afleggen, maar niet blijkt dat hij daarbij is gewezen op een (eventueel) verzoek om aanvullende toestemming en de mogelijkheid om bezwaren daartegen naar voren te brengen. De zinsnede “release from prison with re-issue of the European arrest warrant” biedt daarvoor onvoldoende concrete aanknopingspunten. In dit verband is verder van belang dat de data waarop de Duitse autoriteiten contact hebben gehad met de raadsman van de overgeleverde persoon dateren van vele maanden vóór de indiening van het verzoek. Daar komt bij dat de Duitse autoriteiten twee keer zijn verzocht om de betrokkene alsnog de mogelijkheid te geven zijn eventuele bezwaren naar voren te brengen, terwijl de overgeleverde persoon vastzit in Duitsland.

Uit het bovenstaande volgt dat de overgeleverde persoon niet voldoende de gelegenheid is geboden om eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken en dat geen verhoor door een magistraat heeft plaatsgevonden.

Het hoorrecht is dan ook niet geëerbiedigd. Gelet daarop zal de rechtbank het verzoek afwijzen.

2. Beslissing

De rechtbank:

WEIGERT op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, en derde lid, OLW toestemming aan het Landgericht Essen (Duitsland) voor de uitbreiding van de tenuitvoerlegging van de aan [overgeleverde persoon] opgelegde vrijheidsstraf.

Deze beslissing is genomen op 19 december 2023 door

mr. A.J. Scheijde, voorzitter,

mrs. L. Sanders en A.K. Glerum, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.J. Scheijde

Griffier

  • mr. E.A. Harland

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand