ECLI:NL:RBAMS:2025:4903

ECLI:NL:RBAMS:2025:4903, Rechtbank Amsterdam, 10-07-2025, 13/087515-25

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 10-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13/087515-25
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0016664

Samenvatting

Duits vervolgings-EAB. Terugkeergarantie, waar de opgeëiste persoon zich op heeft beroepen, is in orde. Artikel 13 OLW staat niet aan overlevering in de weg. De rechtbank staat de overlevering toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/087515-25

Datum uitspraak: 10 juli 2025

UITSPRAAK

op de vordering van 2 mei 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 16 december 2024 door het Amtsgericht Regensburg (Duitsland) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] ,

feitelijk verblijfadres: [adres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 juni 2025, in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.C. Jonge Vos, advocaat in Amsterdam.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3. Standpunt raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen formele beletselen zijn om de overlevering te weigeren.

4. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een arrestatiebevel van het Amtsgericht Regensburg van 16 december 2024 met referentie III Gs 5107/24.

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.

5. Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld onder nummer 5, te weten:

illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen

Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

6. De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd.Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.

Der Leitende Oberstaatsanwalt in Regensburg heeft op 5 juni 2025 de volgende garantie gegeven:

“ Uitlevering van de staatsburger [opgeëiste persoon] , GEBOREN OP [geboortedag] .1989 in ZEIST (NEDERLAND)

vanuit het Koninkrijk der Nederlanden aan de Bondsrepubliek Duitsland met het oog op de strafrechtelijke vervolging wegens medeplichtigheid aan het handeldrijven in verdovende middelen

(…)

Het Openbaar Ministerie Regensburg verzekert dat de vervolgde in geval van een onherroepelijke veroordeling door een Duitse rechtbank tot een gevangenisstraf, die ten uitvoer gelegd dient te worden, deze straf in het Koninkrijk der Nederlanden kan uitzitten.”

Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

7. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW

Het EAB ziet op een feit dat geacht wordt geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank af te zien van deze weigeringsgrond en heeft daartoe aangevoerd dat het onderzoek in Duitsland plaatsvindt, dat het dossier en het bewijs zich daar bevinden, dat de verdovende middelen voor invoer en verkoop in Duitsland bestemd waren en dat het Nederlandse openbaar ministerie niet voornemens is om de opgeëiste persoon in Nederland te vervolgen.

De rechtbank stelt voorop dat:

- aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn;

- de gedachte achter deze facultatieve weigeringsgrond is, te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.

De rechtbank is, gelet op hetgeen de officier van justitie heeft aangevoerd, van oordeel dat het gegeven dat het feit wordt geacht wordt geheel of gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd onvoldoende aanleiding vormt om de weigeringsgrond toe te passen.

8. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

9. Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

10. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Regensburg (Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,

mrs. M.C.M. Hamer en E.M. de Bie, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 juli 2025.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand