RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11662866 \ CV EXPL 25-6279
Vonnis van 25 juli 2025
in de zaak van
STICHTING ACHMEA RECHTSBIJSTAND,
gevestigd te Tilburg,
eisende partij,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s.,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 30 mei 2025.
Eisende partij heeft, ondanks daartoe te zijn opgedragen, geen akte genomen.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
In voornoemd tussenvonnis is geoordeeld dat eisende partij zich bij akte gemotiveerd diende uit te laten over de naleving van de informatieplichten, omdat hierover geen stellingen in de dagvaarding waren opgenomen. Daarbij diende zij in te gaan op de vraag waarom de overeenkomsten niet waren ondertekend, terwijl deze volgens eisende partij ter plaatse op de opvanglocatie waren gesloten, zodat ondertekening voor de hand lag. Tot slot heeft eisende partij de gelegenheid gekregen zich uit te laten over het voornemen van de kantonrechter om het prijswijzigingsbeding, dat als oneerlijk is aangemerkt, te vernietigen.
Nu eisende partij geen akte heeft genomen, is onvoldoende gesteld over de informatieplichten, waarvan de kantonrechter ambtshalve moet toetsen in hoeverre die zijn nageleefd. Verwezen wordt naar ECLI:NL:HR:2021:1677, rechtsoverweging 3.1.17.
Geoordeeld wordt dan ook dat eisende partij niet heeft voldaan aan haar stelplicht. Dat leidt tot afwijzing van de vordering.
Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij, tot op heden begroot op nihil.
3. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vordering af,
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2025.
991