ECLI:NL:RBAMS:2025:5818

ECLI:NL:RBAMS:2025:5818, Rechtbank Amsterdam, 07-08-2025, 13-160645-25

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 07-08-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13-160645-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Executie-EAB Polen, overlevering toegestaan, verweer verdedigingsrechten in de zin van EU-Handvest verworpen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-160645-25

Datum uitspraak: 7 augustus 2025

UITSPRAAK

op de vordering van 27 mei 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 6 december 2022 door the District Court: Sąd Okręgowy in Kielce, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëist persoon],

geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1998,

feitelijk verblijvend op het adres [adres],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 24 juli 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.P.M. Balemans, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een enforceable judgement issued by the Regional Court: Sąd Rejonowy in Włoszczowa dated on 28 September 2021, met referentie II K 49/21.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaren en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog twee jaren, vijf maanden en achtentwintig dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.

Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Standpunt van de raadsman

De raadsman stelt zich op het standpunt dat sprake is van strijdige informatie met betrekking tot de aanwezigheid van opgeëiste persoon bij de procedure die tot de beslissing heeft geleid. Het EAB vermeldt dat opgeëiste persoon niet aanwezig is geweest op de procedure die tot de beslissing heeft geleid, maar de opgeëiste persoon verklaart wel aanwezig te zijn geweest.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de overlevering kan worden toegestaan. De informatie uit het EAB lijkt strijdig met de verklaring van opgeëiste persoon maar is het niet. Hij kan én in persoon gedagvaard zijn én aanwezig zijn geweest. De Poolse autoriteiten kijken naar de aanwezigheid van de opgeëiste persoon bij de laatste beslissing. De opgeëiste persoon verklaart dat hij bij de laatste zitting niet aanwezig is geweest en dit kan verklaren dat in het EAB wordt vermeld dat hij niet aanwezig is geweest. Bij de andere zittingen verklaart hij dat hij wel aanwezig is geweest. Artikel 12 OLW is derhalve niet van toepassing.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon niet persoonlijk aanwezig is geweest op het proces dat tot het voornoemde vonnis heeft geleid. De Poolse autoriteiten hebben in het zogenoemde D-formulier onderdeel a) aangekruist en daarbij geschreven dat de opgeëiste persoon in persoon is gedagvaard op 22 juli 2021 en daarbij ervan in kennis is gesteld dat een beslissing kan worden genomen wanneer hij niet op het proces verschijnt. Op grond van het vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank uit van de juistheid van deze informatie. De omstandigheid dat de opgeëiste persoon zelf heeft verklaard (bij de voorgeleiding op 26 mei 2025 en tijdens de zitting van 24 juli 2025) dat hij wel persoonlijk aanwezig is geweest op het proces en alleen op de laatste zitting –

waar naar zeggen van de opgeëiste persoon alleen nog een datum zou worden bepaald waarop hij zich bij de PI moest melden – niet is verschenen, maakt niet dat de rechtbank twijfelt aan de juistheid van de over de dagvaarding verstrekte informatie. De rechtbank stelt vast dat de uitzondering van artikel 12, aanhef en onder a, van toepassing is zodat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW zich niet voordoet.

4. Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

poging tot afpersing, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die afpersing gemakkelijk te maken;

mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat;

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

5. Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

Artikel 11 OLW: artikel 48 van het Handvest van de grondrechten van de EU

Standpunt van de raadsman

De raadsman stelt zich primair op het standpunt dat de overlevering dient te worden geweigerd. De opgeëiste persoon heeft, ondanks zijn voorafgaande verzoek aan de rechtbank daartoe, geen advocaat toegevoegd gekregen tijdens de procedure die tot het vonnis heeft geleid terwijl het een veroordeling van meer dan twee jaar betreft. Dit is een schending van de rechten zoals vastgesteld in (de rechtbank begrijpt: artikel 48 van) het Handvest van de grondrechten van de EU, en een schending van zijn verdedigingsrechten en het recht op een eerlijk proces van de opgeëiste persoon in Polen. De raadsman stelt zich subsidiair op het standpunt dat de zaak moet worden aangehouden om de Poolse autoriteiten in de gelegenheid te stellen om nadere informatie te geven en aan de hand van die informatie een garantie te verstrekken dat de opgeëiste persoon een nieuw proces krijgt met een correcte verdediging.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat voor zover de raadsman heeft willen aanvoeren dat er een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van grondrechten in Polen in verband met het toewijzingsregime betreffende advocaten in strafzaken, de raadsman geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens heeft overgelegd die aantonen dat van een dergelijk gevaar sprake zou zijn. Het verweer wordt daarom verworpen. De rechtbank ziet geen aanleiding om nadere vragen te stellen.

6. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7. Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 45, 285, 300, 304 en 317 Wetboek van Strafrecht, 2, 5 en 7 OLW.

8. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëist persoon] aan the District Court: Sąd Okręgowy in Kielce, Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.K. Glerum, voorzitter,

mrs. A.R.P.J. Davids en D.L.S. Ceulen, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. J.M. Esschendal en M.C. Hooibrink, griffiers,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 7 augustus 2025.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand