RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/773968 / KG ZA 25-649 MK/MAH
Vonnis in kort geding van 15 augustus 2025
in de zaak van
[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiseres bij dagvaarding op verkorte termijn van 12 augustus 2025,
advocaat mr. M.M.E. Rietjens te Amsterdam,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen worden hierna de vrouw en [eiseres] genoemd.
1. De procedure
Op de zitting van 14 augustus 2025 is de vrouw verschenen met mr. Rietjens. [eiseres] is niet verschenen. De vrouw heeft de - aan dit vonnis gehechte - dagvaarding toegelicht en heeft verzocht vonnis te wijzen. Tegen de niet verschenen gedaagde ( [eiseres] ) is verstek verleend. Nadat de zaak kort is besproken, is vonnis bepaald op vandaag.
2. De beoordeling
Het gevorderde komt niet onrechtmatig of ongegrond voor, met dien verstande dat er geen aanleiding is [eiseres] te veroordelen in de door de vrouw gevorderde kosten van € 144,47 voor de betekening van de dagvaarding. Zoals gebruikelijk in dit soort zaken zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd (in dit geval (verstek) betekent dat dat de vrouw de eigen kosten draagt). Dat kan onder bijzondere omstandigheden anders zijn, bijvoorbeeld als de vrouw een volgende keer weer onnodig kosten moet maken omdat [eiseres] opnieuw zonder goede reden zijn toestemming voor een vakantie weigert. De vorderingen zullen nu worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter
verleent de vrouw vervangende toestemming (in de plaats komend van de toestemming van [eiseres] ) om in de periode van 19 augustus 2025 tot en met 27 augustus 2025 naar [plaats] in Spanje te gaan met de kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] , en
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats] ,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat de vrouw de eigen kosten draagt,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.A.H. Verburgh, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2025.