ECLI:NL:RBAMS:2026:10467

ECLI:NL:RBAMS:2026:10467

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 20-10-2026
Datum publicatie 26-10-2026
Zaaknummer 13-229793-26
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Executie-EAB uit Polen. Art 12 OLW: afzien van weigeren; niet van toepassing. Art 12 OLW is niet van toepassing op de beslissing tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf, wel op de veroordelingen voor nieuwe strafbare feiten die ten grondslag ligt aan de beslissing tot tenuitvoerlegging. Overlevering toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-229793-26

Datum uitspraak: 20 oktober 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 17 augustus 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 25 april 2025 door the Regional Court in Płock, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon]

geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 2003,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de [detentieadres],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 6 oktober 2026, in aanwezigheid van mr. J.H. de Krijger, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. D.S. Altena, die waarneemt voor mr. R. Zilver, beiden advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een

De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen voor de duur van respectievelijk drie jaar en vijf maanden (V Ka 492/23) en één jaar (II K 497/22). De opgeëiste persoon is tot deze straffen veroordeeld in de hiervoor genoemde vonnissen en hij moet deze straffen ondergaan in Polen. Van deze straffen resteren volgens het EAB nog respectievelijk drie jaar, vier maanden en 29 dagen en één jaar. De bij vonnis met kenmerk II K 497/22 opgelegde gevangenisstraf is aanvankelijk voorwaardelijk opgelegd. Bij beslissing van 31 oktober 2024 van the District Court in Płock is de tenuitvoerlegging van deze straf bevolen.

De hiervoor genoemde beslissingen zien op de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het arrest met kenmerk V Ka 492/23 primair op het standpunt gesteld dat de overlevering op grond van artikel 12 OLW moet worden geweigerd. Subsidiair moeten aanvullende vragen worden gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Uit de aanvullende informatie blijkt namelijk dat de opgeëiste persoon een adresinstructie heeft ontvangen welke zag op de procedure in hoger beroep, maar niet is aangegeven waaruit blijkt dat dit duidelijk was voor de opgeëiste persoon.

Ten aanzien van het vonnis met kenmerk II K 497/22 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Hoewel door de raadsvrouw ten aanzien van de beslissing tot tenuitvoerlegging van the District Court in Płock van 31 oktober 2024 is gewezen op de onduidelijkheid of de Nederlandse veroordelingen als overtreding van de bijzondere voorwaarden – zoals door de uitvaardigende justitiële autoriteit aangegeven – moeten worden gezien of als triggerende veroordelingen zodat deze onder de reikwijdte van artikel 12 OLW vallen, heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van het arrest met kenmerk V Ka 492/23 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW van toepassing is, maar dat de rechtbank kan afzien van deze weigeringsgrond. Uit het EAB en de aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon in eerste aanleg aanwezig is geweest. Vervolgens is hoger beroep ingesteld door de gemachtigde advocaat van de opgeëiste persoon. Daarbij komt dat de opgeëiste persoon een adresinstructie heeft ontvangen, welke zag op de gehele procedure, en is de oproep verzonden naar het door de opgeëiste persoon opgegeven adres.

Ten aanzien van het vonnis met kenmerk II K 497/22 is de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW eveneens van toepassing, maar kan de rechtbank afzien van deze weigeringsgrond. De opgeëiste persoon heeft namelijk de tenlastelegging persoonlijk ontvangen en heeft daarbij een adresinstructie gekregen. De oproep is verzonden naar het door de opgeëiste persoon opgegeven adres.

De beslissing van the District Court in Płock van 31 oktober 2024, waarbij de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf is bevolen, valt niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW. De reden van de tenuitvoerlegging is volgens de uitvaardigende justitiële autoriteit namelijk gelegen in het overtreden van de bijzondere voorwaarden. Subsidiair is artikel 12 OLW niet van toepassing op de in de aanvullende informatie genoemde Nederlandse triggerende veroordelingen. Uit de aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon bij het proces dat heeft geleid tot het vonnis met kenmerk 16-125967-24 in persoon aanwezig is geweest en dat hij bij de processen die hebben geleid tot de vonnissen met de kenmerken 08-263711-23 en 18-308276-23 in persoon is gedagvaard.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het vonnis met kenmerk VII K 49/22 en het arrest met kenmerk V Ka 492/23

Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een procedure in eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de beslissing in de laatste van die procedures relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. De rechtbank zal daarom de beslissing van the Regional Court in Płock van 6 oktober 2023, met kenmerk V Ka 492/23, toetsen aan artikel 12 OLW.

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.

Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.

De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting volgt dat de opgeëiste persoon bij de procedure in eerste aanleg in persoon aanwezig is geweest. Uit de aanvullende informatie blijkt verder dat de gemachtigde advocaat van de opgeëiste persoon namens hem hoger beroep heeft ingesteld. De opgeëiste persoon noch zijn advocaat is op de zitting in hoger beroep verschenen. De oproeping voor de zitting is verzonden naar het laatste door de opgeëiste persoon opgegeven adres. De opgeëiste persoon heeft volgens de aanvullende informatie in persoon een adresinstructie ontvangen, waarbij hij is gewezen op de verplichting om adreswijzigingen door te geven, welke instructie zag op de gehele procedure (dus inclusief het hoger beroep). Gelet op het vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank uit van de juistheid van die informatie. De enkele ontkenning van de opgeëiste persoon ter zitting dat hem kenbaar is gemaakt dat de instructie op de gehele procedure zag, is onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van de verstrekte informatie. De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat de opgeëiste persoon van de procedure tegen hem op de hoogte was. Nu de opgeëiste persoon zijn advocaat heeft gemachtigd om hoger beroep in te stellen mag verondersteld worden dat hij ook van de procedure in hoger beroep op de hoogte was. Na afronding van de procedure in eerste aanleg is de opgeëiste persoon volgens zijn eigen verklaring vrijwel direct naar Nederland verhuisd om te wonen en werken. Het had in die situatie op zijn weg gelegen om contact te onderhouden met zijn advocaat of de Poolse autoriteiten over de datum van de zitting in hoger beroep of om, conform de gegeven adresinstructie, zijn nieuwe adres aan de Poolse autoriteiten door te geven. Als de opgeëiste persoon al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij de zitting in hoger beroep, dan is hij op zijn minst kennelijk onzorgvuldig geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie. Het toestaan van de overlevering levert daarom geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon op, zodat de rechtbank zal afzien van toepassing van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw en ziet geen aanleiding om hierover nadere vragen te stellen.

Ten aanzien van het vonnis met kenmerk II K 497/22

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.

Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.

De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.

Uit de aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon de tenlastelegging persoonlijk heeft ontvangen en dat hem daarbij een adresinstructie is gegeven. De oproep voor de zitting van 12 januari 2024 is verzonden naar het door de opgeëiste persoon bij zijn verhoor van 6 augustus 2022 opgegeven adres, welke door zijn moeder is ontvangen. De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat de opgeëiste persoon van de procedure tegen hem op de hoogte was. Als de opgeëiste persoon al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid, dan is hij op zijn minst kennelijk onzorgvuldig geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie. Het had immers op de weg van de opgeëiste persoon gelegen om ofwel conform de aan hem gegeven adresinstructie zijn nieuwe adres in Nederland aan de Poolse autoriteiten door te geven, ofwel om zich via zijn moeder op de hoogte te houden van correspondentie die naar het door hem opgegeven adres werd gestuurd. Het toestaan van de overlevering levert daarom geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon op, zodat de rechtbank zal afzien van toepassing van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW.

Tenuitvoerlegging eerder voorwaardelijk opgelegde straf

De vrijheidsstraf opgelegd in het vonnis met kenmerk II K 497/22 is voorwaardelijk aan de opgeëiste persoon opgelegd. Bij beslissing van the District Court in Płock van 31 oktober 2024 is de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen.

Een beslissing tot tenuitvoerlegging of toepassing van een eerder opgelegde vrijheidsstraf is in beginsel geen beslissing die moet worden getoetst aan artikel 12 OLW.

Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 23 maart 2023 volgt dat de procedure die heeft geleid tot de veroordeling voor een nieuw strafbaar feit die ten grondslag ligt aan de beslissing tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf ook onderworpen dient te worden aan de toets van artikel 12 OLW. Uit het de aanvullende informatie blijkt dat de veroordelingen door de politierechter Midden-Nederland van 19 april 2024, met parketnummer 16-125967-24, de politierechter Noord-Nederland van 3 mei 2024, met parketnummer 18-308276-23 en de politierechter Oost-Nederland van 26 januari 2024, met parketnummer 08-263711-23 onder meer hebben geleid tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf. Deze veroordelingen moet de rechtbank dus toetsen aan artikel 12 OLW.

Ten aanzien van de beslissing met parketnummer 16-125967-24

De aanvullende informatie vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing.

Ten aanzien van de beslissingen met de parketnummers 08-263711-23 en 18-308276-23

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat in beide zaken de situatie zoals bedoeld in artikel 12, onder a, OLW, niet van toepassing is. Hoewel kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon de dagvaarding in beide zaken in persoon heeft ontvangen, kan niet worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon daarbij is geïnformeerd dat een beslissing kan worden genomen indien hij niet verschijnt.

De rechtbank stelt daarom vast dat de verdachte niet in persoon is verschenen bij de processen die tot deze beslissingen hebben geleid, en dat die beslissingen - kort gezegd - zijn gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.

De rechtbank ziet in dit geval aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. De dagvaarding voor beide zittingen is in persoon aan de opgeëiste persoon betekend. De rechtbank stelt daarom vast dat de opgeëiste persoon van de procedure tegen hem op de hoogte was en wist op welke plaats en tijd de zittingen zouden gaan plaatsvinden. De opgeëiste persoon is niet op de zittingen verschenen. Kennelijk heeft hij afstand gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, zodat het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon oplevert.

5. Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten niet aangeduid als lijstfeiten. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als – kort gezegd – voldaan is aan de vereisten dat voor de feiten een vrijheidsstraf van ten minste vier maanden is opgelegd aan de opgeëiste persoon en de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

telkens: diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

telkens: poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen;

poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd;

diefstal, door twee of meer verenigde personen;

telkens: poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

mishandeling;

diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

6. Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Het is aan de opgeëiste persoon om omstandigheden aan te voeren en aan te tonen waaruit blijkt dat hij dit gevaar ook daadwerkelijk loopt.

Omdat de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

7. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.

8. Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 45, 57, 300, 311, 312 en 350 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7 en 12 OLW.

9. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Płock, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.B.M. Wijnveldt, voorzitter,

mrs. O.P.M. Fruytier en L. Baroud, rechters,

in tegenwoordigheid van E. Mulder en mr. E.A. Harland, griffiers,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 20 oktober 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.B.M. Wijnveldt

Griffier

  • mr. E.A. Harland

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand