ECLI:NL:RBAMS:2026:10712

ECLI:NL:RBAMS:2026:10712

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 15-10-2026
Datum publicatie 30-10-2026
Zaaknummer C/13/768699 en C/13/792079
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Echtscheiding, huurrecht echtelijke woning, afwikkeling huwelijksvermogensregime. Artikel 1:99 lid 1 sub b BW. Peildatum voor de omvang en samenstelling niet ter vrije bepaling van partijen. Verzoekschrift gericht aan onjuiste partij. Alleen verzoekschrift gericht aan de man kan leiden tot echtscheiding. Datum indiening van juiste verzoekschrift als peildatum. Dat partijen het eens zijn over een andere peildatum maakt geen verschil.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummers: C/13/768699 / FA RK 25-3285 (echtscheiding)

C/13/792079 / FA RK 26-6144 (verdeling)

Beschikking van 15 oktober 2026 betreffende echtscheiding met nevenvoorzieningen

in de zaak van

[de vrouw] ,

hierna te noemen de vrouw,

wonend in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. Z. Taspinar uit Amsterdam,

en

[de man] ,

hierna te noemen de man,

wonend in [woonplaats 2] .

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift van de vrouw, ontvangen op 29 april 2025;

het aangepaste verzoekschrift van de vrouw, ontvangen op 6 mei 2025;

het verweerschrift van de man, met daarin zelfstandige verzoeken, ontvangen op 27 augustus 2025;

het verweerschrift van de vrouw op de zelfstandige verzoeken van de man, ontvangen op 8 oktober 2025;

het F2-formulier van de man waaruit blijkt dat de voormalig advocaat van de man zich onttrekt als zijn advocaat, ontvangen op 19 juni 2026;

aanvullende bijlagen van de vrouw, ontvangen op 25 augustus 2026;

aanvullende bijlagen van de vrouw, ontvangen op 7 september 2026.

De zitting heeft plaatsgevonden op 17 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

de vrouw met haar advocaat en een doventolk, mevrouw A. Zwaal ;

de man, die met toestemming van de vrouw eveneens werd bijgestaan door de doventolk van de vrouw, mevrouw A. Zwaal .

2. Wat vaststaat

Partijen zijn met elkaar gehuwd op [trouwdag] 2006 in [plaats] .

3. De verzoeken

De vrouw verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad:

- tussen partijen gehuwd op [trouwdag] 2006 te [plaats] de echtscheiding uit te spreken.

De man voert hiertegen geen verweer. De man verzoekt zelfstandig, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

tussen partijen de echtscheiding uit te spreken;

te bepalen dat de man enige huurder zal zijn van de echtelijke woning aan [adres] en het huurrecht van de echtelijke woning aan hem toe te wijzen;

dat overgegaan dient te worden tot scheiding en deling van de gemeenschap van goederen waarin partijen zijn gehuwd zoals genoemd onder het kopje “ten aanzien van de verdeling van de huwelijkse gemeenschap”, te weten de inboedelgoederen, de banktegoeden en schulden in het verweerschrift;

kosten rechtens.

De vrouw voert verweer en concludeert tot afwijzing van de verzoeken van de man, behalve de verzoeken met betrekking tot de echtscheiding en het huurrecht van de echtelijke woning.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Echtscheiding

De vrouw vindt dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht en verzoekt daarom de echtscheiding uit te spreken. De man verzet zich daar niet tegen en verzoekt de rechtbank eveneens de echtscheiding uit te spreken.

De rechtbank wijst de verzoeken van partijen toe en spreekt de echtscheiding tussen hen uit.

Huurrecht echtelijke woning

De man verzoekt te bepalen dat hij voortaan huurder van de echtelijke woning is. De vrouw heeft de woning verlaten op 19 mei 2025 en sindsdien verblijft zij niet meer in de woning en daarom meent de man dat hij het meeste belang heeft bij toewijzing van het huurrecht van de echtelijke woning. De vrouw stemt in met het verzoek van de man.

De rechtbank wijst het verzoek van de man toe en bepaalt dat hij vanaf de datum van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand huurder is van de echtelijke woning.

Afwikkeling van het huwelijksvermogensregime

Partijen zijn in 2006 gehuwd. Nu niet is gesteld of gebleken dat zij huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt, moet gelet op artikel 1:93 BW en 1:94 lid 1 (oud) BW worden aangenomen dat tussen partijen een algehele gemeenschap van goederen bestaat. Dit betekent dat de gemeenschap op grond van artikel 1:100 BW in beginsel bij helfte dient te worden verdeeld.

Peildatum voor de omvang en samenstelling

De vrouw stelt zich op het standpunt dat als peildatum dient te gelden 29 april 2025, de dag waarop zij het verzoekschrift heeft ingediend bij de rechtbank. Dit verzoekschrift was abusievelijk gericht aan de vader van de man in plaats van aan de man, maar dat heeft de vrouw hersteld met haar aangepaste verzoekschrift dat zij op 6 mei 2025 heeft ingediend. Zij stelt dat daarom dient uit te worden gegaan van de datum van haar initiële verzoekschrift, te weten 29 april 2025. De man sluit zich hierbij aan.

Op grond van artikel 1:99 lid 1 sub b BW wordt de gemeenschap van goederen van rechtswege ontbonden op datum van indienen van het verzoekschrift tot echtscheiding en geldt die datum als peildatum. In deze zaak heeft de vrouw een verzoekschrift ingediend op 29 april 2025. Toch geldt die datum niet als peildatum voor de omvang en samenstelling van de gemeenschap. Dit verzoekschrift was namelijk niet gericht aan de man, maar aan een ander (de vader van de man). Het aangepaste verzoekschrift dat de vrouw op 6 mei 2025 heeft ingediend, is wel gericht aan de man. Alleen dat verzoekschrift kan leiden tot echtscheiding en daarom is 6 mei 2025 de – wettelijke – peildatum. Dat partijen het eens zijn over een andere peildatum maakt geen verschil. De peildatum voor de omvang en samenstelling staat namelijk niet ter vrije bepaling van partijen.

Peildatum voor de waardering

De peildatum voor de waardering van de bestanddelen van de gemeenschap is in beginsel de datum waarop de verdeling plaatsvindt, tenzij partijen anders overeenkomen of op grond van de redelijkheid en billijkheid een andere datum moet worden aangehouden.

Samenstelling van de gemeenschap

Gelet op de hiervoor genoemde datum van ontbinding van de gemeenschap van goederen moet voor de verdeling gekeken worden naar de goederen en schulden die op 6 mei 2025 aanwezig waren. Door de man zijn de volgende bestanddelen genoemd:

de inboedelgoederen in de echtelijke woning aan [adres] ;

de banktegoeden;

de schulden.

Ad a) de inboedelgoederen in de echtelijke woning aan [adres]

De man verzoekt de rechtbank te bepalen dat de helft van de waarde van de inboedel, geschat op € 1.000,-, aan de man toekomt. De vrouw voert aan dat de inboedelgoederen al tussen partijen bij helfte zijn verdeeld en dat de man niets heeft te vorderen van de vrouw.

Ter zitting heeft de man aangegeven dat hij het eens is met de vrouw dat de inboedelgoederen al tussen partijen bij helfte zijn verdeeld. Partijen hebben ter zitting vervolgens beiden aangegeven dat zij over en weer niets meer van elkaar te vorderen hebben. Gelet hierop gaat de rechtbank ervan uit dat de man zijn verzoek niet langer handhaaft.

Ad b) de banktegoeden

De man stelt dat de saldi van de betaal- en spaarrekeningen van partijen in privé per peildatum 29 april 2025 gelijkelijk tussen partijen dienen te worden verdeeld. De vrouw heeft een bankafschrift overgelegd waaruit het saldo van haar enige bankrekening blijkt per 29 april 2025. Zij voert aan dat ook de man zijn banksaldo op de peildatum dient te overleggen. Zij stelt dat ieder recht heeft op de helft van het banksaldo op zijn of haar bankrekening.

De rechtbank zal bepalen dat ieder zijn of haar eigen bankrekening(en) en de saldi op die rekening(en) behoudt, onder verrekening met de ander van de helft van het verschil tussen de saldi per de peildatum. Zoals de rechtbank eerder al heeft overwogen, is de peildatum 6 mei 2025.

Ad c) de schulden

De man verzoekt de schulden onder productie 4 tot en met 6 te verdelen en daarom heeft de man nog een vordering op de vrouw van € 987,84. De vrouw betwist de door de man gestelde schulden en zijn vordering dient dan ook te worden afgewezen.

Ter zitting heeft de man aangegeven dat hij afziet van zijn vordering en dat de vrouw hem geen bedrag meer is verschuldigd in verband met deze schulden. Gelet hierop gaat de rechtbank ervan uit dat de man zijn verzoek niet langer handhaaft.

Proceskosten

De rechtbank bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt zoals dit gebruikelijk is in familiezaken.

5. De beslissing

De rechtbank:

in de procedure met zaaknummer C/13/768699 / FA RK 25-3285:

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [trouwdag] 2006 in [plaats] ;

bepaalt dat de man huurder is van de woning aan het adres [adres] vanaf de datum van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand;

verklaart de beslissing ten aanzien van het huurrecht uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat elke partij de eigen kosten van deze procedure draagt;

in de procedure met zaaknummer C/13/792079 / FA RK 26-6144:

stelt de verdeling van de huwelijksgemeenschap als volgt vast:

- bepaalt dat ieder zijn of haar eigen bankrekening(en) en de saldi op die rekening(en) behoudt, onder verrekening met de ander van de helft van het verschil tussen de saldi per 6 mei 2025;

bepaalt dat elke partij de eigen kosten van deze procedure draagt;

verklaart de beslissing ten aanzien van de verdeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.G. Bertsch, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. A.F. Hulskes, griffier, op 15 oktober 2026.

Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D.G. Bertsch

Griffier

  • mr. A.F. Hulskes

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand