RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/787832 / KG ZA 26-399 NB/GR
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 28 augustus 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij in conventie bij dagvaarding van 20 mei 2026,
gedaagde partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. A.E. Muller,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. B. van der Wolf.
Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.P. Raats als griffier.
1. De procedure
Op 28 mei 2026 verschenen partijen ter zitting met hun advocaten. [eiser] heeft de dagvaarding toegelicht en [gedaagde] heeft verweer gevoerd aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie. [eiser] heeft verweer gevoerd tegen de reconventionele vorderingen. Na verder debat is de zaak voor vier weken (pro forma) aangehouden voor uitlaten partijen.
Bij brieven van 26 juni 2026 hebben partijen de voorzieningenrechter geïnformeerd over de stand van zaken van hun geschil over de verkoop van hun gemeenschappelijke woning. Op 29 juni 2026 heeft de voorzieningenrechter een voortzetting van de mondelinge behandeling bevolen. Partijen zijn op 8 juli 2026 tegen 28 augustus 2026 opgeroepen voor deze voortzetting.
Op 28 augustus 2026 verschenen partijen ter zitting met hun advocaten. Partijen hebben nadere producties in het geding gebracht, deze producties toegelicht, en vragen van de voorzieningenrechter beantwoord.
Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de voorzieningenrechter na een korte schorsing in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt dat op 10 september 2026 aan partijen is afgegeven.
2. Inleiding
Partijen zijn op 22 mei 2015 met elkaar gehuwd en hebben samen twee dochters. Partijen zijn ieder voor de onverdeelde helft eigenaar van de woning aan het [adres 1]
(hierna: de woning). Bij beschikking van deze rechtbank van 5 februari 2025 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Kort daarna heeft [eiser] een andere woning ( [adres 2] ) gekocht en betrokken. [gedaagde] heeft [eiser] verzocht gedurende het verkooptraject de woning te mogen bewonen. [eiser] heeft daarmee ingestemd en sindsdien woont [gedaagde] in de woning. [eiser] beschikt sindsdien ook niet meer over een sleutel. Partijen delen de zorg voor hun dochters.
Bij brief van 5 februari 2026 van de Rabobank (hypotheekhouder) aan [eiser] is aangedrongen op verkoop van de woning. Onder meer bij brief van 16 februari 2026 heeft de advocaat van [eiser] bij [gedaagde] aanspraak gemaakt op betaling van de volledige lasten voor de woning vanaf november 2025. Daarnaast is [gedaagde] dringend verzocht het verkooptraject voor de woning in gang te zetten. Gewezen is op het feit dat [eiser] voor twee woningen de lasten draagt, waarvoor het financieel draagvlak ontbreekt, en op het feit dat de Rabobank heeft aangedrongen de woning in de verkoop te zetten. Bij brief van 8 april 2026 van de Rabobank aan [eiser] is een veiling van de woning in het vooruitzicht gesteld.
Bij dagvaarding van 24 maart 2026 is [eiser] bij deze rechtbank een kort geding gestart. De voorzieningenrechter heeft op 22 april 2026 vonnis gewezen. Het desbetreffende dictum luidt onder meer als volgt:
De voorzieningenrechter
in conventie
veroordeelt [gedaagde] — voor zover zij dit nog niet heeft gedaan — om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen aan de verkoopopdracht van de woning aan Dstrct,
veroordeelt [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, alle
medewerking in de ruimste zin te verlenen, in ieder geval doch niet uitsluitend inhoudende:
- het aanwijzen van makelaarskantoor Dstrct te Amsterdam als verkopend makelaar;
- het toelaten van de aangewezen makelaar en potentiële kopers c.q. bezichtigingen in de
woning;
- het toelaten van de makelaar of derden die nodig zijn voor het eventueel maken van
aanvullende foto's, het mogelijk nader inmeten van de woning en alles meer wat nodig is
volgens de makelaar in het kader van een voorspoedig verkoopproces;
- het vaststellen van een vraag- en laatprijs in overleg met de makelaar, waarbij het advies
van de makelaar leidend zal zijn;
- het verkoopklaar maken van de woning, waarbij het advies van de makelaar wordt gevolgd
(opruimen en schoonmaken) en de kosten van het verkoopklaar maken bij helfte worden
gedeeld;
- het toestaan van ‘te koop’ borden in de tuin dan wel op de ramen van de woning en deze te
laten staan c.q. hangen;
- te bepalen dat de woning schoon en netjes wordt achtergelaten door [gedaagde] uiterlijk twee
weken voorafgaande aan de datum van overdracht en levering aan de koper(s),
bepaalt dat indien [gedaagde] niet binnen de in 5.2 genoemde termijn van zeven dagen de
vier herstelpunten heeft verholpen die de makelaar in de e-mail van 7 april 2026 (zie 2.10)
heeft genoemd en de woning niet binnen die termijn is opgeruimd en schoongemaakt
[eiser] gerechtigd is dit te doen, waarbij [gedaagde] [eiser] in het bezit moet stellen van een
sleutel van de woning en waarbij [eiser] zijn bezoek aan de woning tenminste 24 uur van
te voren moet aankondigen per WhatsApp en/of e-mail,
bepaalt dat [gedaagde] een dwangsom verbeurt van € 500,- voor iedere dag dat zij een of
meerdere verplichtingen zoals hiervoor opgenomen onder 5.1 tot en met 5.3 niet nakomt,
met een maximum van € 25.000,
bepaalt dat wanneer [gedaagde] weigert om haar medewerking tot verkoop en levering
van de woning te verlenen, dit vonnis direct in de plaats treedt van een voor de verkoop en
levering benodigde machtiging van [gedaagde] ,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad[.]
3. Het geschil
In conventie:
[eiser] vordert bij voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
Onder in stand laten van het vonnis d.d. 22 april 2026 zulks met uitzondering van randnummer 5.3 (in conventie), [gedaagde] te veroordelen om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, de woning met al het hare en de haren te verlaten en te ontruimen en verlaten te houden;
Onder in stand laten van het vonnis d.d. 22 april 2026 zulks met uitzondering van randnummer 5.3 (in conventie), [gedaagde] te veroordelen om gelijktijdig met de ontruiming, althans binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, alle sleutels, tags, afstandsbedieningen, parkeertoegangsmiddelen en overige toegangsmiddelen tot de woning aan [eiser] af te geven;
Onder in stand laten van het vonnis d.d. 22 april 2026 zulks met uitzondering van randnummer 5.3 (in conventie), hem te machtigen om, indien [gedaagde] niet vrijwillig aan de veroordeling tot ontruiming van de woning voldoet, de ontruiming te doen bewerkstelligen door een deurwaarder, zo nodig met behulp van de sterke arm;
hem te machtigen om de sloten van de woning te laten vervangen en de kosten daarvan, voor zover deze het gevolg zijn van het niet afgeven van sleutels of toegangsmiddelen door [gedaagde] , op [gedaagde] te verhalen;
te bepalen dat hij, althans de door hem aan te wijzen derde(n), gerechtigd is/zijn om de woning te betreden, te inspecteren, op te ruimen, schoon te maken, te herstellen, verkoopklaar te maken, verkoopstyling aan te brengen, foto's te laten maken, de woning te laten inmeten, bezichtigingen te laten plaatsvinden en alle overige handelingen te verrichten die noodzakelijk of dienstig zijn voor het verkooptraject;
te bepalen dat hij vervangende toestemming verkrijgt voor verkoop en levering van de woning, althans de door hem aan te wijzen makelaar van Dstrct, en om hem exclusief te belasten met de praktische coördinatie van het verkooptraject, waaronder begrepen het plannen van afspraken met Dstrct, klussers, stylisten, fotografen, taxateurs, potentiële kopers, notarissen en overige derden, alsmede de woning tijdelijk te verhuren (indien noodzakelijk in overleg met de bank);
[gedaagde] te verbieden de woning na ontruiming opnieuw te betreden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van [eiser] of de makelaar, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor de notariële levering of uitvoering van een rechterlijk bevel;
[gedaagde] te verbieden het verkooptraject van de woning op welke wijze dan ook te belemmeren, te vertragen of te frustreren, waaronder begrepen het annuleren of wijzigen van afspraken met Dstrct of andere derden, het weigeren of verhinderen van bezichtigingen, het doen van mededelingen aan potentiële kopers die de verkoop kunnen schaden, of het verwijderen dan wel beschadigen van verkoopstyling, meubels of andere zaken in de woning;
[gedaagde] te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, de zonder toestemming van [eiser] verwijderde roerende zaken terug te plaatsen in de woning, althans aan [eiser] af te geven, waaronder in ieder geval de lederen bank van Flexform, de eetkamertafel van Magis, de eetkamerstoelen van Muuto, de reprint van de foto van [naam 1] , het marmeren tafelblad van de terrastafel en alle overige zaken die zichtbaar zijn op de verkoopfoto’s en zonder toestemming van [eiser] zijn verwijderd;
subsidiair, voor zover terugplaatsing of afgifte van de roerende zaken niet mogelijk is, [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan de man van een voorschot van € 15.000 op de schade en/of kosten van vervangende verkoopstyling en vervangende inrichting, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag;
[gedaagde] te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis schriftelijk aan [eiser] opgave te doen van de locatie en verblijfplaats van de onder IX genoemde roerende zaken en van de personen die deze zaken onder zich hebben of hebben gehad;
te bepalen dat [gedaagde] een dwangsom verbeurt van € 2.500 per dag of dagdeel dat zij geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft met naleving van het onder I tot en met XI gevorderde, met een maximum van € 50.000;
[gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
althans een zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie juist acht.
In reconventie:
[gedaagde] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
[eiser] te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis schriftelijk aan [gedaagde] en aan DSTRCT te bevestigen op welke dagen hij beschikbaar is om - in afstemming met haar en DSTRCT - de herstelpunten te (laten) uitvoeren, zulks op straffe van een dwangsom van € 500 per dag, met een maximum van € 10.000, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie juist te bepalen dwangsom en maximum;
[eiser] te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de contactgegevens van het bedrijf dat de scheurvorming eerder heeft hersteld alsmede de aankoopbewijzen en leveranciersgegevens van de BORA kookplaat aan haar en aan DSTRCT te verstrekken, of binnen de gestelde termijn zelf contact op te nemen met het bedrijf die de scheurvorming kan verhelpen en de leverancier van de BORA kookplaat, zulks onder schriftelijk bewijs aan [gedaagde] van het contact, op straffe van een dwangsom van € 500 per dag, met een maximum van € 10.000, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie juist te bepalen dwangsom en maximum;
[eiser] te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de aannemer [naam 2] een akkoord c.q. opdracht te verlenen om de herstelpunten die [gedaagde] heeft aangekaard te komen herstellen, op straffe van een dwangsom van € 500 per dag, met een maximum van € 10.000, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie juist te bepalen dwangsom en maximum.
te bepalen dat indien [eiser] enige vorm van medewerking, toestemming of akkoord weigert te verlenen aan alle handelingen ten aanzien van het verkooptraject die noodzakelijk of dienstig zijn voor dit traject, [eiser] een dwangsom dient te betalen van € 500 per dag dat hij geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie juist te bepalen dwangsom en maximum;
te bepalen dat zij gerechtigd is de vier herstelpunten zelf te laten uitvoeren op een door haar te bepalen moment indien [eiser] niet binnen 24 uur na betekening zijn medewerking verleent conform het voorgaande, met een kostenverdeling bij helfte of zodanige verdeling als de voorzieningenrechter in goede justitie juist acht, waarbij [eiser] de facturen zal voorschieten en het bedrag wordt verrekend met de overwaarde;
[eiser] te veroordelen de sleutels van de gemeenschappelijke woning welke de jongste dochter in of rondom de woning van [eiser] verloren is, af te geven aan [gedaagde] dan wel aan de dochter zelf;
[eiser] te veroordelen in de kosten van dit geding, inclusief nakosten (ter hoogte van € 4.493,43) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf zeven dagen na betekening van dit vonnis.
4. De mondelinge uitspraak
De voorzieningenrechter constateert dat partijen elkaar al een tijd gevangen houden in de afwikkeling van de samenleving en dat er nu doorgepakt moet – en ook kan – worden. Zo kan worden teruggegrepen op het kortgedingvonnis van 22 april 2026, met zaaknummer C/13/784906 / KG ZA 26-193 EAM/MV, waarin de voorzieningenrechter al heeft gezegd dat [eiser] de regie krijgt over de verkoop en het herstel van de woning. Bij de mondelinge behandeling van 28 mei 2026 is het idee ontstaan dat een en ander wel zijn vervolg zou krijgen, maar drie maanden later lijkt dat dat niet het geval is.
De voorzieningenrechter geeft [eiser] de regie over de verkoop en het herstel van de gebreken in de woning. Dit betekent dat [gedaagde] de woning moet verlaten, waarbij zij een ontruimingstermijn krijgt van drie weken na betekening van dit vonnis. Als [gedaagde] niet aan de ontruiming binnen drie weken na betekening van dit vonnis voldoet, heeft [eiser] het recht om met behulp van de sterke arm (van de politie en justitie) de woning te ontruimen.
Omdat [eiser] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling te kennen heeft gegeven dat zijn minderjarige dochters niet dakloos zullen worden aangezien zij, in het geval dat [gedaagde] niet tijdig over vervangende woonruimte kan beschikken, bij hem kunnen intrekken, is geen sprake van een noodsituatie als bedoeld in de jurisprudentie van de Hoge Raad.
In conventie:
Vorderingen I tot en met VIII zijn in grote lijnen toewijsbaar. Het verdient de voorkeur dat partijen het eens worden over de makelaar, maar als zij daarover geen overeenstemming bereiken mag [eiser] beslissen welke makelaar het wordt.
Vorderingen IX, X en XI zien op de roerende goederen en de geldvorderingen en/of de schades die daarmee te maken hebben, en zijn niet toewijsbaar. Onvoldoende helder is geworden wat nu de feitelijke situatie is, zodat nader onderzoek vereist is. Deze vorderingen hebben bovendien betrekking op de scheiding en de deling, waarover in kort geding bij gebrek aan spoedeisend belang geen beslissing kan worden genomen.
De dwangsom zoals gevorderd onder XII wordt toegewezen, maar zal worden beperkt zoals vermeld in de beslissing. De dwangsomveroordeling in het vonnis van 22 april 2026 komt daarmee te vervallen.
In reconventie:
Een deel van de vorderingen in reconventie (vorderingen ii, iv en vii) is (achterhaald en daarom ook) ingetrokken. Een ander deel van deze vorderingen (iii, v en vi) zal worden afgewezen; hetzij omdat [eiser] heeft toegezegd dat hij daaraan meewerkt, hetzij omdat [gedaagde] daar om andere redenen geen belang meer bij heeft.
In conventie en in reconventie:
Gelet op de relatie tussen partijen als voormalig samenwoners/partners zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie:
veroordeelt [gedaagde] om binnen 21 dagen na betekening van dit vonnis de woning met al het hare en de haren te verlaten en te ontruimen en verlaten te houden,
veroordeelt [gedaagde] om gelijktijdig met de ontruiming alle sleutels, tags, afstandsbedieningen, parkeertoegangsmiddelen en overige toegangsmiddelen tot de woning aan [eiser] af te geven,
machtigt [eiser] om, indien [gedaagde] niet vrijwillig aan de veroordeling tot ontruiming van de woning voldoet, de ontruiming te doen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie,
machtigt [eiser] vanaf de 21ste dag na betekening van dit vonnis de sloten van de woning op eigen kosten te laten vervangen,
bepaalt dat [eiser] , althans de door hem aan te wijzen derden, gerechtigd zijn om de woning te betreden, te inspecteren, op te ruimen, schoon te maken, te herstellen, verkoopklaar te maken, verkoopstyling aan te brengen, foto's te laten maken, de woning te laten inmeten, bezichtigingen te laten plaatsvinden en alle overige handelingen te verrichten die noodzakelijk of dienstig zijn voor het verkooptraject,
verleent aan [eiser] vervangende toestemming voor verkoop en levering van de woning, inclusief het aanwijzen van een makelaar,
belast [eiser] exclusief met de praktische coördinatie van het verkooptraject, waaronder begrepen het plannen van afspraken met de makelaar, klussers, stylisten, fotografen, taxateurs, potentiële kopers, notarissen en overige derden,
verbiedt [gedaagde] de woning na de ontruiming opnieuw te betreden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van [eiser] of de makelaar, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor de notariële levering of uitvoering van een rechterlijk bevel;
verbiedt [gedaagde] het verkooptraject van de woning op welke wijze dan ook te belemmeren, te vertragen of te frustreren, waaronder begrepen het annuleren of wijzigen van afspraken met de makelaar of andere derden, het weigeren of verhinderen van bezichtigingen, het doen van mededelingen aan potentiële kopers die de verkoop kunnen schaden, of het verwijderen dan wel beschadigen van verkoopstyling, meubels of andere zaken in de woning,
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 250 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan één of meer veroordelingen voldoet, tot een maximum van € 25.000 is bereikt,
verklaart deze uitspraak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie:
weigert de gevraagde voorzieningen,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de voorzieningenrechter.