proces-verbaal
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/792123 / KG ZA 26-710 LV/EB
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 14 september 2026
in de zaak van
[eiser] ,
domicilie kiezend te [plaats] ,
eisende partij in conventie bij dagvaarding van 11 augustus 2026,
verweerder in reconventie,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. J. de Koning,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eiseres in reconventie,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. T.A.A.J.M. Weierink,
Het kort geding wordt gehouden in de rechtbank Amsterdam.
Tegenwoordig zijn mr. L. Voetelink, voorzieningenrechter, en mr. E. van Bennekom, griffier.
Na uitroeping van de zaak zijn verschenen partijen en hun advocaten.
Ter zitting van 14 september 2026 heeft de man een toelichting gegeven op de vorderingen in de dagvaarding. De vrouw heeft verweer gevoerd en een tegenvordering (eis in reconventie) ingesteld, alles overeenkomstig de tevoren door haar ingediende akte. Na debat op de zitting is de behandeling van de zaak gesloten en mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is ingevolge artikel 29a Rv dit proces-verbaal opgemaakt, dat aan partijen is afgegeven op 15 september 2026.
1. Inleiding
Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van de woning aan de [adres 1] . Ter beoordeling staat of de vrouw moet meewerken aan verkoop van de woning aan een derde, zoals de man vordert, of dat de man moet meewerken aan overname door de vrouw van zijn aandeel in de gezamenlijke eigendom, zoals de vrouw vordert.
2. De mondelinge uitspraak
Partijen zijn begin 2026 gescheiden. Deze rechtbank heeft op 26 februari 2026 in een beschikking bepaald dat de vrouw de woning mag overnemen mits zij binnen drie maanden na de taxatie kan berichten aan de man, onderbouwd met bewijsstukken, dat de financiering daarvoor rond is. Op 16 maart 2026 is de woning getaxeerd op € 765.000. Dat betekent dat de termijn afliep op 16 juni 2026. Op 29 mei 2026 heeft de advocaat van de vrouw aan de advocaat van de man laten weten dat de Rabobank akkoord is, maar dat zij een voorbehoud maakt voor nog te verrichten activiteiten. Op 23 juni 2026 heeft de advocaat van de vrouw aan de advocaat van de man als bijlage onder meer een financieringsvoorstel van de Rabobank toegestuurd en op 16 juli 2026 hebben de Rabobank en de vrouw overeenstemming bereikt over de offerte. Op enig moment daarna is de man daarover geïnformeerd.
De man zegt dat sprake is van een termijnoverschrijding en dat hem dat het recht geeft de woning zelfstandig aan een derde te verkopen met tussenkomst van een makelaar. De vrouw is het daarmee niet eens. Zij vordert medewerking van de man aan de verkoop van zijn aandeel in de woning aan haar, inclusief het opheffen van de levensverzekering.
Aan de man kan worden toegegeven dat de termijn niet is gehaald. Die termijnoverschrijding is echter niet zodanig dat de vrouw haar recht heeft verspeeld om het aandeel van de man in de woning te kopen. De rechtsrelatie tussen ex-echtelieden wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid. Dat betekent onder meer dat van partijen mag worden verwacht dat zij op constructieve wijze meewerken aan verdeling van de woning. Het enkele verstrijken van een termijn leidt er niet zonder meer toe dat de woning nu aan derden moet worden verkocht, als het beroep op de termijnoverschrijding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dat is hier het geval, gezien de onevenredigheid tussen het belang van de vrouw bij het behoud van de woning voor zichzelf en voor de kinderen van partijen en het belang van de man bij een mogelijk hogere verkoopopbrengst. Dat geldt te meer nu verkoop aan de vrouw aanstonds gerealiseerd kan worden, en het door de man voorgestane traject nog zeker enkele maanden in beslag zal nemen.
Dat betekent dat de vordering in conventie wordt afgewezen en de vordering in reconventie wordt toegewezen behoudens de proceskosten; die worden zowel in conventie als in reconventie gecompenseerd.
De toegewezen vorderingen worden uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
3. Beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie
weigert de gevraagde voorzieningen,
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in reconventie
veroordeelt de man om op een door de notaris vast te stellen datum en tijdstip te verschijnen ten kantore van Actus Notarissen, gevestigd en kantoorhoudende te Hoorn aan het adres [adres 2] en zijn volledige medewerking te verlenen aan het passeren van de akte van levering waarbij zijn aandeel in de voormalige echtelijke woning, gelegen aan de [adres 1] , aan de vrouw wordt geleverd;
veroordeelt de man tot het tijdig verstrekken en ondertekenen van alle documenten, verklaringen en overige stukken die noodzakelijk zijn voor de juridische levering van zijn aandeel in de woning aan de vrouw;
veroordeelt de man tot het verlenen van zijn medewerking aan het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de aan de woning verbonden hypothecaire geldlening, voor zover daarvoor zijn medewerking of handtekening vereist is;
veroordeelt de man tot het verlenen van zijn medewerking aan de beëindiging van de aan de hypotheek gekoppelde ASR-levensverzekering, polisnummer [nummer] , waaronder begrepen het ondertekenen van de daartoe door de Rabobank verlangde toestemmingsverklaring;
bepaalt dat als de man niet (tijdig) voldoet aan de veroordelingen onder 3.3 tot en met 3.6, dit vonnis op de voet van artikel 3:300 lid 1 BW in de plaats treedt van de door hem te verrichten rechtshandelingen;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzieningenrechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.