RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12191290 \ CV EXPL 26-5743
Vonnis van 3 september 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: Lanco Legal,
tegen
UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: het UWV,
gemachtigde: mr. Z. Sahak.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 7 april 2026.- de conclusie van antwoord, met producties,
- het instructievonnis van 9 juli 2026, waarin is bepaald dat schriftelijk zal worden voortgeprocedeerd.
[eiser] heeft, ondanks de gelegenheid daartoe, geen conclusie van repliek genomen. Vervolgens is er een datum voor vonnis bepaald.
2. De feiten
[eiser] is op 15 februari 1999 uitgevallen voor zijn toenmalige werk als [functie]. Hij heeft daarom een arbeidsongeschiktheidsuitkering aangevraagd bij het UWV.
Het UWV heeft bij beschikking van 2 maart 2000 (hierna: het WAO-besluit) aan [eiser], per 14 februari 2000, een uitkering toegekend op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). De loondervingsuitkering is daarbij vastgesteld op 28% van het (dag)loon dat [eiser] verdiende toen hij arbeidsongeschikt werd.
[eiser] is in bezwaar en beroep gegaan tegen het WAO-besluit. Hij heeft het UWV daarbij gevraagd om vergoeding van de materiële en immateriële schade die hij heeft geleden door het WAO-besluit. Ook heeft [eiser] verzocht om herziening van het WAO-besluit door het UWV. De hoogste bestuursrechter (Centrale Raad van Beroep (CRvB)) heeft bij uitspraak van 3 april 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:1065) geoordeeld dat het WAO-besluit in rechte onaantastbaar is geworden. Daarnaast is geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat het UWV een onrechtmatig besluit heeft genomen, waardoor het verzoek om schadevergoeding is afgewezen. Ook het verzoek om herziening van het WAO-besluit is afgewezen. [eiser] heeft de CRvB daarna verzocht om herziening van de uitspraak over zijn verzoek tot herziening van het WAO-besluit, welk verzoek bij uitspraak van 20 juni 2019 is afgewezen (ECLI:NL:CRVB:2019:2015).
Vervolgens is [eiser] in 2021 twee civielrechtelijke procedures bij de rechtbank Rotterdam gestart tegen het UWV waarin hij, onder meer, schadevergoeding heeft gevorderd. [eiser] heeft aan zijn vordering steeds ten grondslag gelegd dat het UWV ten onrechte is uitgegaan van een doorlopend ziekteverzuim (vanwege een eerdere ziekmelding). Volgens [eiser] heeft het UWV daarmee een onrechtmatige daad jegens hem gepleegd, waardoor [eiser] schade heeft geleden. De kantonrechter van de rechtbank Rotterdam heeft de vorderingen, zowel bij kortgedingvonnis van 30 maart 2021 (met zaaknummer 8931112 VV EXPL 20-541) als bij vonnis van 1 oktober 2021 in de bodem (met zaaknummer 9262422 / CV EXPL 21-19516), afgewezen.
[eiser] heeft zich daarna nogmaals tot de (hoogste) bestuursrechter gewend met het verzoek om herziening van de uitspra(a)k(en) over zijn verzoek tot herziening van het WAO-besluit. Die verzoeken zijn bij uitspraak van 21 april 2022 (ECLI:NL:CRVB:2022:1076) en bij uitspraak van 7 juni 2023 (ECLI:NL:CRVB:2023:1069) wederom afgewezen
3. Het geschil
[eiser] vordert, samengevat, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
a. een verklaring voor recht dat het UWV onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld,
b. een verklaring voor recht dat [eiser] aan zijn stelplicht heeft voldaan,
c. vast te stellen dat het UWV aansprakelijk is voor de volledige schade van [eiser],
d. vast te stellen dat de schade van [eiser] tot 1 april 2024 (voorlopig) € 2.160.409,06 bedraagt en dat voor de periode daarna sprake is van doorlopende inkomensschade van € 2.071,43 per maand en wettelijke rente,
e. het UWV te veroordelen tot betaling van € 25.000,- en de proceskosten.
[eiser] legt daaraan ten grondslag dat zijn ziekmelding in de periode van 15 februari 1999 tot en met 22 maart 1999, door het UWV ten onrechte als doorlopend ziekteverzuim is aangemerkt. Volgens [eiser] heeft het UWV daarmee in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en dus onrechtmatig, gehandeld. Dat onrechtmatige handelen heeft ertoe geleid dat [eiser] schade heeft geleden en die schade moet het UWV vergoeden, aldus [eiser].
Het UWV voert verweer. Zij betoogt dat het WAO-besluit formele rechtskracht heeft gekregen, zodat het WAO-besluit niet meer aangevochten kan worden. De CRvB heeft geoordeeld dat het UWV bij het nemen van het WAO-besluit in overeenstemming met het geldende bestuursrecht heeft gehandeld en er zijn geen nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd. Subsidiair, doet het UWV een beroep op het gezag van gewijsde van het vonnis van de kantonrechter van Rotterdam (met zaaknummer 9262422 / CV EXPL 21-19516), omdat daarin al een beslissing is genomen over het voorliggende geschilpunt. En meer subsidiair stelt het UWV dat sprake is van misbruik van (proces)recht.
4. De beoordeling
Gezag van gewijsde 4.1. Hoewel het UWV zich slechts subsidiair beroept op het gezag van gewijsde (artikel 236 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorering (Rv)), is dit naar het oordeel van de kantonrechter haar meest verstrekkende verweer. Dit verweer zal daarom als eerst besproken worden.
Volgens vast rechtspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:2099) kan het gezag van gewijsde worden ingeroepen als in een procedure tussen dezelfde partijen een zelfde geschilpunt wordt voorgelegd als in een eerdere procedure, en de in het dictum van de eerdere uitspraak gegeven beslissing (mede) berust op een beslissing over dat geschilpunt, ongeacht of wat gevorderd wordt hetzelfde is. Heeft de andere procedure (mede) betrekking op andere geschilpunten dan die waarover in de eerdere procedure is beslist, dan strekt het gezag van gewijsde van de beslissing in de eerdere procedure zich niet uit tot die andere geschilpunten. Het antwoord op de vraag of in de eerdere procedure sprake is geweest van beslissingen over een geschilpunt dat dezelfde rechtsbetrekking betreft als in de andere procedure, is afhankelijk van de grondslag van de vordering of het verweer, het processuele debat en de gegeven beslissingen. Dat vergt uitleg van de in de eerdere procedure gedane uitspraak, mede in het licht van de gedingstukken waarop die uitspraak berust.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de uitspraak van de kantonrechter van Rotterdam van 1 oktober 2021 (met zaaknummer 9262422 / CV EXPL 21-19516) in deze procedure gezag van gewijsde heeft. De beslissing in die uitspraak ziet namelijk op hetzelfde geschilpunt dat dezelfde rechtsbetrekking (gebaseerd op dezelfde grondslag) tussen dezelfde partijen betreft, en is vervat in een vonnis waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat. Bovendien heeft [eiser] – die geen conclusie van repliek heeft genomen – niet weersproken dat sprake is van gezag van gewijsde. Om die reden heeft de voornoemde uitspraak bindende kracht tussen partijen, zodat moet worden uitgegaan van de juistheid van het in die uitspraak gegeven oordeel over de aansprakelijkheid van het UWV.
De kantonrechter komt dan ook tot de conclusie dat – zoals is overwogen in rechtsoverweging 2.4. van de uitspraak van de kantonrechter van Rotterdam met zaaknummer 9262422 / CV EXPL 21-19516 – het WAO-besluit rechtmatig is en er geen sprake is van een onrechtmatige daad van het UWV. De vorderingen van [eiser] worden dan ook afgewezen.
De proceskosten 4.5. [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van het UWV worden begroot op: € 721,-, bestaande uit het salaris van de gemachtigde (1 punt x €577,-) en de nakosten (€ 144,-).
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 721,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M.E. Zwart da Silva Palma, griffier, op 3 september 2026.
64183