beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/792456 / FA RK 26/6350
kenmerk: ZM/IND/211568
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 31 augustus 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats] (Sovjet-Unie),
wonende te [adres 1],
verblijvende te [adres 2],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. S.L.J. Swart te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin.
1. Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 13 augustus 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door een tolk in de Russische taal;
- de raadsman;
- mw. [naam], arts.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2. Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een depressieve stoornis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:
toedienen van medicatie;
het verrichten van medische controles, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
opnemen in een accommodatie.
Ter zitting is besproken de verplichte zorgvorm ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten’ toe te voegen omdat ook in een ambulant kader de zorgmachtiging van belang is. De rechtbank wijst daarom tevens toe verplichte zorg in de vorm van ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam’.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Betrokkene wil graag naar huis en vindt zes maanden lang. De advocaat heeft aangegeven dat als het FACT-team betrokken is de zorgmachtiging ook ambulant kan doorlopen.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats] (Sovjet-Unie), inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 28 februari 2027.
Deze beschikking is op 31 augustus 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. J. Kloosterhuis, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 10 september 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.