beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/792392 / FA RK 26/6305
kenmerk: ZM/IND/208769
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 31 augustus 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] (Nigeria),
wonende te [adres],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. K.K. Hansen Löve te Amsterdam-Duivendrecht,
zorgaanbieder: Arkin.
1. Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 12 augustus 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2026 op straat in de buurt van het thuisadres van betrokkene.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- de raadsvrouw;
- mw. [naam 1], arts;
- dhr. [naam 2], SPV.
Bij aanvang van de zitting bleek dat betrokkene niet aanwezig was.
Uit artikel 6:1, eerste lid, Wvggz volgt dat de rechter de betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene daartoe niet in staat of bereid is. De rechtbank constateert dat betrokkene deugdelijk is opgeroepen.
Op 20 augustus 2026 is per aangetekende post een oproep voor de zitting van 31 augustus 2026 aan betrokkene verzonden. De bezorging is niet gelukt en betrokkene heeft de brief niet opgehaald bij het PostNL-punt. De raadsvrouw heeft ter zitting aangegeven ook een brief te hebben gestuurd met de datum van de zitting. De SPV’er heeft aangegeven dat betrokkene twee maanden geleden voor het laatste de deur open deed en betrokkene heeft gesproken. Ze hebben vaak voor de deur gestaan, vaak voor niks. Er zijn wel nieuwe afspraken gemaakt, ook op zijn verzoek maar daar is hij niet gekomen.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat betrokkene in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord, maar dat hij niet bereid is zich te doen horen. De rechtbank heeft daarop besloten om de mondeling behandeling in afwezigheid van betrokkene voort te zetten.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2. Beoordeling
De raadsvrouw heeft aangegeven dat het juridisch gezien niet kan om het verzoek toe te wijzen. Het is de vraag of betrokkene weet van de zitting. Hij is ook niet gesproken door een onafhankelijke psychiater bij de medische verklaring. Primair is het verzoek dus om de zorgmachtiging af te wijzen. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dient de onafhankelijke psychiater het in de Wvggz voorgeschreven medische onderzoek in beginsel aldus te verrichten dat hij de betrokkene in een direct contact, dat wil zeggen in diens fysieke aanwezigheid, spreekt en observeert. Dit is slechts anders indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de betrokkene weigert om aan een onderzoek mee te werken, maar ook andere omstandigheden kunnen meebrengen dat onderzoek in fysieke aanwezigheid van betrokkene niet of slechts beperkt mogelijk is. In die gevallen zal met het oog op de beoogde maatregel, steeds op de best mogelijke manier moeten worden geprobeerd om inzicht te verkrijgen in de actuele gezondheidstoestand van betrokkene en de noodzaak tot het treffen van de beoogde maatregel. De rechtbank dient de beslissing op dit punt voldoende te motiveren en in de beslissing te vermelden op grond van welke omstandigheden zij van oordeel is dat het redelijkerwijs niet mogelijk was om onderzoek van betrokkene in direct contact te laten plaatsvinden.
Uit de medische verklaring blijkt het volgende. De onafhankelijke psychiater heeft op 4 augustus om 13:00 uur, samen met de GGZ behandelaar, geprobeerd betrokkene te onderzoeken ten behoeve van het opstellen van de medische verklaring. De moeder van zijn dochter en een vriend waren ook bij het huis aanwezig. De buren hebben de galerij geopend en er is geprobeerd de voordeur te openen. Het was merkbaar dat betrokkene thuis was, de ramen waren open. Betrokkene maakte geen geluid en opende de deur niet.
Op 6 augustus om 14:30 uur is geprobeerd betrokkene opnieuw te bezoeken, samen met de behandelaar en wederom de moeder van zijn dochter en een vriend. Opnieuw werd met behulp van
buren toegang tot de galerij verschaft en opnieuw was merkbaar dat betrokkene thuis was. De deurklink werd bewogen, maar de deur werd niet open gedaan.
Gelet op de afwijzende houding van betrokkene in het contact met de onafhankelijke psychiater en de ambulante zorg, heeft de onafhankelijke psychiater de medische verklaring opgesteld aan de hand van informatie van behandelaren en de moeder van zijn dochter en een vriend.
De rechtbank stelt op grond van de hiervoor weergeven bevindingen van de psychiater vast dat betrokkene heeft geweigerd aan het onderzoek van de psychiater mee te werken en dat onderzoek in direct contact met betrokkene daarom niet mogelijk was.
Uit de medische verklaring blijkt verder dat de psychiater door onderzoek van het dossier en het verkrijgen van actuele informatie van de behandelaren en de overige betrokken personen, voldoende heeft geprobeerd om inzicht te verkrijgen in de actuele gezondheidstoestand van betrokkene en kennis heeft vergaard over de noodzaak tot het treffen van de beoogde maatregel.
Gelet op het voorgaande heeft het onderzoek naar het oordeel van de rechtbank zorgvuldig plaatsgevonden en kan de medische verklaring bij de beoordeling van het verzoek van de officier van justitie worden betrokken.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische ontregeling in het kader van schizofrenie en stoornis in het gebruik van alcohol.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige financiële schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:
toedienen van medicatie;
het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid;
insluiten (telkens voor maximaal twee weken);
uitoefenen van toezicht op betrokkene (telkens voor maximaal twee weken);
onderzoek aan kleding of lichaam;
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
opnemen in een accommodatie.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Hetgeen namens en door betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] (Nigeria), inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.5 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 28 februari 2027.
Deze beschikking is op 31 augustus 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. J. Kloosterhuis, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 10 september 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.