ECLI:NL:RBDHA:2025:11566

ECLI:NL:RBDHA:2025:11566, Rechtbank Den Haag, 01-07-2025, NL25.22203

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.22203
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

vrijheidsbeperkende maatregel, artikel 56 Vw, maatregel opgeheven, geen beroep ingesteld tegen plaatsingsbesluit, geen beoordeling over grondslag, gronden die zien op COa-opvang treffen geen doel omdat deze betrekking hebben op het in rechte onaantastbaar geworden plaatsingsbesluit, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.22203

geboren op [geboortedatum] ,

van Sierra Leoonse nationaliteit,

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. V. Senczuk),

en

(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).

Procesverloop

1. Bij besluit van 16 april 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, als bedoeld in artikel 56 van de Vw (hierna: de vrijheidsbeperkende maatregel).

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Op 12 mei 2025 heeft de minister de vrijheidsbeperkende maatregel opgeheven wegens beëindiging van opvang.

De rechtbank heeft het beroep op 27 juni 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Overwegingen

2. Omdat de vrijheidsbeperkende maatregel is opgeheven, beperkt de beoordeling daarvan zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van vrijheidsbeperking op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank, als de vrijheidsbeperking al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de vrijheidsbeperkende maatregel, aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

3. De rechtbank overweegt eerst dat de minister eiser door middel van de vrijheidsbeperkende maatregel verplicht heeft om met ingang van 16 april 2025 te verblijven in de HTL in Hoogeveen. Daarmee hangt samen het plaatsingsbesluit van het COa van 16 april 2025. Het COa heeft de opvang op 12 mei 2025 beëindigd. De vrijheidsbeperkende maatregel is diezelfde dag opgeheven.

De rechtbank stelt verder vast dat tegen het plaatsingsbesluit geen beroep is ingesteld en dat de termijn daarvoor inmiddels is verstreken. Hierdoor staat het plaatsingsbesluit in rechte vast en dient de rechtbank uit te gaan van de rechtmatigheid daarvan.

Beroepsgronden eiser

4. Eiser voert aan dat aan hem ten onrechte dan wel op onjuiste wettelijke grondslag een vrijheidsbeperkende maatregel is opgelegd. De reden voor de opheffing van de maatregel is volgens eiser dat gebleken is dat eiser al ten tijde van het opleggen van de maatregel geen recht op COa-opvang meer had. Eiser betoogt - samengevat - dat als ten tijde van het opleggen van de maatregel al vaststond dat eiser geen opvangrecht had dan wel vast had moeten staan, de feitelijke grondslag voor een HTL-plaatsing ontbrak waardoor de vrijheidsbeperkende maatregel ook onrechtmatig is geweest. Eiser verzoekt om het beroep gegrond te verklaren, een schadevergoeding aan hem toe te kennen en de minister te veroordelen in de proceskosten.

Beoordeling door de rechtbank

5. Eisers beroepsgronden slagen niet. De oplegging van de onderhavige vrijheidsbeperkende maatregel houdt verband met het inmiddels in rechte onaantastbaar geworden plaatsingsbesluit van 16 april 2025. Nu de rechtbank moet uitgaan van de rechtmatigheid van het plaatsingsbesluit, kan niet geoordeeld worden dat de vrijheidsbeperkende maatregel, waaraan het plaatsingsbesluit ten grondslag ligt, ten onrechte of op onjuiste grondslag is genomen. Het betoog van eiser dat gezien de brief van 12 mei 2025 helemaal geen opvang geboden had mogen worden, is een gepasseerd station omdat het plaatsingsbesluit al in rechte onaantastbaar is geworden, als gevolg waarvan dit betoog faalt. De enkele mededeling in de brief van 12 mei 2025 dat eiser al op 19 december 2023 een negatieve asielbeschikking heeft ontvangen, maakt het voorgaande niet anders. Verder treffen de gronden van eiser die zien op COa-opvang, geen doel omdat deze betrekking hebben op het in rechte onaantastbaar geworden plaatsingsbesluit.

Conclusie

6. Het beroep is ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.M. van Waterschoot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand