ECLI:NL:RBDHA:2025:11665

ECLI:NL:RBDHA:2025:11665, Rechtbank Den Haag, 02-07-2025, NL25.28004

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.28004
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823 BWBR0011825 CELEX:32008L0115 EU:32008L0115

Samenvatting

Vreemdelingenbewaring – eerste beroep – buiten zitting – lichter middel – beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.28004

(gemachtigde: mr. G.A. Dorsman),

en

(gemachtigde: mr. H. Toonders).

Procesverloop

Bij besluit van 24 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, b en c, van de Vw opgelegd.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Eiseres heeft desgevraagd ingestemd met een schriftelijke afdoening van het beroep. Eiseres heeft op 25 juni 2025 de gronden van het beroep ingediend. Op 26 juni 2025 heeft verweerder een reactie op de gronden van het beroep ingediend. Op 1 juli 2025 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiseres stelt te zijn geboren op [datum] 1987 en de Chinese nationaliteit te hebben.

2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiseres en met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag. Verweerder heeft als zware gronden vermeld dat eiseres:3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en zij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;3i. te kennen heeft gegeven dat zij geen gevolg zal geven aan haar verplichting tot terugkeer;

en als lichte gronden vermeld dat eiseres:4a. zich niet aan een of meer andere voor haar geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Tevens heeft verweerder in de maatregel van bewaring overwogen dat eiseres (1°) in bewaring werd gehouden in het kader van een terugkeerprocedure uit hoofde van de Terugkeerrichtlijn, (2°) reeds de mogelijkheid van toegang tot de asielprocedure heeft gehad en (3°) op redelijke gronden kan worden aangenomen dat zij de aanvraag louter heeft ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen.

3. De rechtbank stelt vast dat eiseres de gronden die aan de bewaring ten grondslag liggen niet uitdrukkelijk betwist. De rechtbank is van oordeel dat deze gronden feitelijk juist zijn en voor zover nodig voldoende zijn toegelicht in de maatregel van bewaring. De gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen, zodat het risico op onttrekking aan het toezicht daarmee is gegeven.

4. Eiseres voert aan dat de gronden van de maatregel, voor zover deze juist zijn, niet redengevend zijn voor het risico op onttrekking aan het toezicht. Er kan volstaan worden met een verblijf in een asielzoekerscentrum, al dan niet met een meldplicht.

5. Deze beroepsgrond slaagt niet. Zoals onder 3 is overwogen, kunnen de gronden de maatregel dragen en volgt uit deze gronden het risico op onttrekking aan het toezicht. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat dit risico onvoldoende kan worden ondervangen door een lichter middel dan bewaring. Verweerder heeft overwogen dat de meldplicht en het voeren van vertrekgesprekken niet ertoe heeft geleid dat eiseres zelfstandig Nederland heeft verlaten en dat is gebleken dat zij ook niet voornemens is om uit eigen beweging te vertrekken. Niet is gebleken dat de maatregel onevenredig bezwarend is voor eiseres.

6. Tot slot leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan op 2 juli 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. K.M. de Jager

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand