ECLI:NL:RBDHA:2025:12611

ECLI:NL:RBDHA:2025:12611, Rechtbank Den Haag, 14-07-2025, NL25.29119

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.29119
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823 BWBR0011825

Samenvatting

Bewaring. Eerste beroep. Iraanse. Gebruik handboeien. Lichter middel. Ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.29119

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. D. Matadien),

en

(gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).

Procesverloop

Bij besluit van 30 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Verweerder heeft op 3 juli 2025 de maatregel van bewaring opgeheven.

De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2025 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1989 en de Iraanse nationaliteit te hebben.

2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

3. Allereerst stelt de rechtbank vast dat eiser de gronden tegen de staandehouding, ophouding en het voortvarend handelen op zitting heeft laten vallen.

Gebruik handboeien

4. Eiser voert aan dat ten onrechte handboeien zijn gebruikt tijdens de overbrenging nu daar geen reden toe was..

5. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling. Uit het proces-verbaal van staandehouding van 30 juni 2025 blijkt namelijk dat de verbalisant bij de overbrenging van eiser handboeien heeft gebruikt, omdat eiser eerder meermaals suïcide-uitingen en eenmaal een suïcidepoging heeft gedaan, hij verder heeft aangegeven met de politie het gevecht aan te gaan als hij wordt uitgezet en de ramen kapot heeft geslagen bij het AZC. De handboeien zijn terecht gebruikt om de veiligheid van eiser, van medewerkers van de DV&O en derden te waarborgen.

Maatregel van bewaring

6. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig was, omdat een concreet aanknopingspunt bestond voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en een significant risico bestond dat eiser zou onderduiken. Als zware gronden zijn in de maatregel vermeld dat eiser:

En als lichte gronden zijn in de maatregel vermeld dat eiser:

7. Eiser betwist alle zware en lichte gronden. Hiertoe voert hij aan dat hij een asielzoeker is en om die reden deze gronden niet kunnen worden tegengeworpen. De Zweedse autoriteiten hebben zijn paspoort in beslag genomen. Verder heeft hij psychische problemen waarvoor hij geen passende zorg heeft gehad. Deze omstandigheden maken dat geen sprake is van een significant risico op onderduiken.

8. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt dat voor het opleggen van onder meer de zware gronden 3a en 3k alleen is vereist dat deze gronden feitelijk juist zijn en dat verweerder daarop – als dat het geval is – geen nadere toelichting op hoeft te geven. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht de zware gronden 3a en 3k aan de maatregel van bewaring ten grondslag heeft gelegd. Deze zware gronden zijn feitelijk juist en voldoende toegelicht om aan te nemen dat sprake was van een significant risico op onderduiken. Deze gronden konden de maatregel van bewaring dragen. De overige gronden behoeven daarom geen bespreking meer.

Lichter middel

9. Eiser voert verder aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel, zoals een meldplicht. Eiser heeft medische problemen en heeft toegezegd zich te houden aan een meldplicht. Verder voldoet het detentiecentrum Rotterdam niet aan artikel 16, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn.

10. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend kon worden toegepast. Hierbij acht de rechtbank van belang dat de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd voldoende zijn om een significant risico op onderduiken aan te nemen. Verder heeft verweerder bij de belangenafweging terecht overwogen dat de medische zorg in het detentiecentrum gelijkwaardig is aan de medische zorg in de vrije maatschappij. Verweerder heeft daarnaast voldoende gemotiveerd dat evenmin is gebleken van omstandigheden die detentie voor eiser onredelijk bezwarend maken.

11. Verder volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling dat het detentiecentrum Rotterdam als een speciale inrichting voor bewaring als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn kan worden aangemerkt. In wat eiser heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding nu anders te oordelen.

Ambtshalve toets

12. Tot slot leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie

13. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan op 14 juli 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand