ECLI:NL:RBDHA:2025:12612

ECLI:NL:RBDHA:2025:12612, Rechtbank Den Haag, 14-07-2025, NL25.29230

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.29230
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823 BWBR0011825 CELEX:32003R0343 CELEX:32013R0604 EU:32003R0343 EU:32013R0604

Samenvatting

Bewaring. Eerste beroep. Chinese. Voortvarend handelen. Lichter middel. Ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.29230

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. G.S.S. de Kok),

en

(gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).

Procesverloop

Bij besluit van 2 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [datum] 2000 en heeft de Chinese nationaliteit.

Maatregel van bewaring

2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag, met name indien sprake is van een risico op onttrekking. Als zware gronden zijn in de maatregel vermeld dat eiser:

En als lichte gronden zijn in de maatregel vermeld dat eiser:

3. Eiser betwist zware grond 3a. Hiertoe voert hij aan dat hij in het kader van de Dublinverordening vanuit Noorwegen is overgedragen aan Nederland.

4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in ieder geval terecht de zware gronden 3b en 3c aan de maatregel van bewaring ten grondslag heeft gelegd. Eiser heeft op 5 oktober 2024 een asielaanvraag ingediend. Hij is vervolgens op 16 april 2025 met onbekende bestemming vertrokken. Op 10 mei 2025 is eisers asielaanvraag vervolgens afgewezen. Dit besluit betreft tevens een terugkeerbesluit. De gronden 3b en 3c zijn daarmee feitelijk juist en deze gronden zijn reeds voldoende om aan te nemen dat sprake is van een risico dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen. De overige gronden behoeven daarom geen bespreking.

Voortvarend handelen en lichter middel

5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend handelt. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat eiser op 10 juli 2025 wordt gehoord op zijn asielaanvraag. De stelling van eiser dat het gehoor eerder ingepland had moeten worden, volgt de rechtbank niet.

6. Verder voert eiser aan dat de maatregel van bewaring onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Zo blijkt uit de motivering dat zicht op uitzetting aanwezig is en China meewerkt aan gedwongen terugkeer terwijl in eisers geval sprake is van een asielprocedure. Gelet hierop had verweerder moeten volstaan met een lichter middel.

7. Ter zitting erkent verweerder dat ten onrechte overwegingen zijn opgenomen ten aanzien van terugkeer. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat uit de maatregel van bewaring voldoende blijkt dat sprake is van een lopende asielprocedure en verweerder gedurende de procedure niet zal overgaan tot uitzetting. Verder heeft verweerder voldoende gemotiveerd waarom een lichter middel niet doeltreffend kan worden toegepast. Uit de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd, volgt een risico op onttrekking aan het toezicht. Daarnaast is eiser op 16 april 2025 met onbekende bestemming vertrokken.

Ambtshalve toets

8. Tot slot leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie

9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan op 14 juli 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand