ECLI:NL:RBDHA:2025:12669

ECLI:NL:RBDHA:2025:12669, Rechtbank Den Haag, 25-06-2025, NL25.12167

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-06-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.12167
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Dublin, Kroatië, overdrachtsbesluit, MOB, ongegrond

Uitspraak

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. A.S. Sewman)

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: [naam] )

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 6 maart 2025. Met dat besluit heeft verweerder de termijn voor overdracht van eiser aan Kroatië in het kader van de Dublinverordering tot achttien maanden verlengd.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 13 mei 2025 op zitting behandeld. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Eiser is, met voorafgaande bericht, niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiser heeft eerder een asielaanvraag ingediend die niet in behandeling is genomen door verweerder, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van die aanvraag. Het beroep van eiser daartegen is ongegrond verklaard. Eiser zou op 14 maart 2025, met vluchtnummer KL 1967, overgedragen worden aan Kroatië. De overdracht kon vervolgens niet doorgaan, omdat eiser niet aanwezig was bij de voor hem geplande overdracht. Volgens verweerder was er sprake van onderduiken en was dit de reden voor verweerder om de overdrachtstermijn te verlengen tot achttien maanden.

Wat vindt eiser in beroep?

3. Eiser betoogt -kort gezegd- dat de overdrachtstermijn ten onrechte is verlengd, omdat niet is gebleken dat er sprake is van onderduiken.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

4. De vraag ligt hiervoor of verweerder de overdrachtstermijn heeft kunnen verlengen vanwege onderduiken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de overdrachtstermijn op goede gronden verlengt en overweegt hiertoe als volgt.

5. Uit het digitale dossier volgt dat eiser op 14 maart 2025, met vluchtnummer KL 1967, overgedragen zou worden aan Kroatië. Op 6 maart 2025 heeft het COA verweerder laten weten dat eiser zelfstandig de woonruimte heeft verlaten. Niet is gesteld of gebleken dat eiser bij zijn vertrek uit de opvang aan verweerder, het COA, de Avim en/of DT&V heeft doorgegeven waar hij zou gaan verblijven en hoe hij te bereiken zou zijn. Daarvoor was hij feitelijk niet binnen het bereik van verweerder en kon de overdracht niet plaatsvinden. Gelet op deze feiten en omstandigheden heeft eiser de overdracht aan Kroatië doelbewust gefrustreerd en heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat sprake was van onderduiken als bedoeld in artikel 29 van de Dublinverordening. De verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 14 december 2022 kan eiser niet baten. In de zaak was vreemdeling op de dag van de overdracht juist wel binnen het bereik van verweerder en kon om die reden geen sprake zijn van onderduiken. Eiser was verder niet op zitting aanwezig om een en ander nader toe te lichten.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de overdrachtstermijn mocht verlengen.

7. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van K. el Mahsini, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand