ECLI:NL:RBDHA:2025:12681

ECLI:NL:RBDHA:2025:12681, Rechtbank Den Haag, 15-07-2025, NL25.9260

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.9260
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0006358 BWBR0011823 CELEX:32013R0604 EU:32013R0604

Samenvatting

Dublin, Tsjechië, beroep gegrond, verzet gegrond, artikel 17 Dublinverordening

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[opposante 1] , [opposante 2] en [opposante 3] , V-nummer: [v-nummer] , opposante

de Minister van Asiel en Migratie,

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.9260

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),

en

Procesverloop

Bij besluit van 25 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van opposante tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Tsjechië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Opposante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Deze rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 4 april 2025 ongegrond verklaard en het connexe verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft opposante verzet ingediend op 16 mei 2025.

De rechtbank heeft het verzet en het beroep op 3 juni 2025 op zitting behandeld. Opposante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen T.M. Butt. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het verzet gegrond;

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder uiterlijk vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak.

Overwegingen

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), waarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Tsjechië een verzoek om terugname gedaan. Tsjechië heeft dit verzoek aanvaard.

Ten aanzien van het verzet.

Opposante heeft kort na de uitspraak medische stukken ingebracht die zien op de al eerder gestelde medische situatie van de dochter van opposante. Gelet op de inhoud van deze medische verklaringen is de rechtbank van oordeel dat de rechtbank het beroep van opposante niet buiten redelijke twijfel kennelijk ongegrond heeft kunnen verklaren. De stukken schijnen mogelijk een ander licht op de vraag of overdracht aan Tsjechië in het belang is van het kind en in het kader van artikel 17 van de Dublinverordening. De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat het verzet gegrond is. Dit betekent dat de uitspraak van 4 april 2025 vervalt en het onderzoek wordt hervat in de stand waarin zich dat bevond voordat die buiten zitting uitspraak werd gedaan.

Ten aanzien van het beroep.

Ten tijde van het nemen van het bestreden besluit waren er geen medische stukken ter onderbouwing van de stelling van de dochter van eiseres medische klachten heeft. Er zijn in beroep echter wel medische stukken ingebracht en deze zijn niet betrokken bij de beoordeling of overdracht aan Tsjechië in het belang is van het kind en in het kader van artikel 17 van de Dublinverordening. Gelet op de ex nunc toetsing in zaken als deze moeten deze stukken wel betrokken worden bij de beoordeling van het beroep. Nu er geen standpunt is van verweerder over de medische stukken, is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op in het nieuw te nemen besluit de stukken over de medische situatie van de dochter van eiseres te betrekken bij de vraag of overdracht in het belang van het kind is en in het kader van artikel 17 van de Dublinverordening.

Verweerder wordt veroordeeld in de door eiseres gemaakte proceskosten. De proceskosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2721,- (1 punt voor het indienen van het verzetschrift, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op zitting, met een waarde per punt van € 907,- en wegingsfactor 1).

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2025 door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van K. El Mahsini, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.D. Gunster

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand