Gezag
Beschikking op het op 16 januari 2024 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D. Vurdelja te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat voorheen: mr. L.M.J. Duijverman te ’s-Gravenhage,
advocaat nu: mr. M.W. Kuiper te ’s-Gravenhage.
Procedure
Bij beschikking van deze rechtbank van 28 februari 2025 is, voor zover hier relevant:
- ten aanzien van de vakanties en feestdagen bepaald dat:
- het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt aangehouden tot 1 augustus 2025 pro forma, waarbij de man vóór de genoemde pro forma datum de akte van erkenning aan de rechtbank doet toekomen.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook het F9-formulier 27 juni 2025 van de man met als bijlage de akte van erkenning.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Partijen zijn het erover eens dat zij het gezamenlijk gezag over [minderjarige] zullen uitoefenen.
Nu de rechtbank de akte van erkenning heeft ontvangen en daarmee gebleken is dat de erkenning tot stand is gebracht, kan de rechtbank het verzoek tot gezamenlijk gezag in behandeling nemen en beslissen op het verzoek tot gezamenlijk gezag. De rechtbank zal het verzoek van de man tot gezamenlijk gezag toewijzen.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat voortaan aan de man en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2023 te [geboorteplaats] , en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, bijgestaan door mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 juli 2025.