ECLI:NL:RBDHA:2025:13130

ECLI:NL:RBDHA:2025:13130, Rechtbank Den Haag, 27-06-2025, NL25.26591

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-06-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.26591
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Bewaring; volgberoep; Nigeria; ongegrond; niet verschenen op presentatie; Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister in de gelegenheid dient te worden gesteld om het lp traject bij de Nigeriaanse autoriteiten af te wachten, te meer omdat niet gebleken is dat deze autoriteiten te kennen hebben gegeven geen lp te zullen verstrekken ten behoeve van eisers uitzetting; uit het verslag blijkt dat eiser niet meewerkt; rechtsplicht; relevante documenten; verkorte belangenafweging

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. N. den Ouden),

de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins).

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.26591

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

en

Procesverloop

De minister heeft op 25 april 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

Vervolgens heeft de minister een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1992.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 13 mei 2025 (in de zaak NL25.19449) volgt dat de maatregel

van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.

4. Over hetgeen eiser heeft aangevoerd, wat erop neerkomt dat de bewaring volgens hem onrechtmatig voortduurt, overweegt de rechtbank als volgt.

5. Uit de voortgangsgegevens blijkt dat het onderzoek bij de Nigeriaanse autoriteiten loopt. De minister rappelleert regelmatig naar de stand van zaken met betrekking tot de afgifte van een laissez passer (lp) bij deze autoriteiten, laatstelijk op 12 juni 2025. Eiser zou op 5 juni 2025 in persoon gepresenteerd worden bij de Nigeriaanse autoriteiten. Eiser is niet verschenen op deze presentatie. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister in de gelegenheid dient te worden gesteld om het lp traject bij de Nigeriaanse autoriteiten af te wachten, te meer omdat niet gebleken is dat deze autoriteiten te kennen hebben gegeven geen lp te zullen verstrekken ten behoeve van eisers uitzetting. Daarnaast heeft de minister op 27 mei 2025 een vertrekgesprek gevoerd met eiser. Uit het verslag van dit vertrekgesprek blijkt dat eiser te kennen heeft gegeven niet mee zullen werken aan zijn terugkeer naar Nigeria. De rechtbank benadrukt dat op eiser de rechtsplicht rust Nederland te verlaten. Deze plicht brengt onder meer mee dat hij actieve en volledige medewerking aan zijn uitzetting dient te verlenen. De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat eiser die medewerking verleent, bijvoorbeeld bij het verkrijgen van relevante documenten. Over wat eiser in het kader van de belangenafweging aanvoert, oordeelt de rechtbank dat er geen feiten of omstandigheden zijn die – gelet op de duur van

deze bewaring – voor de minister aanleiding hadden moeten zijn de bewaring bij een afweging van de belangen op te heffen. De beroepsgrond slaagt niet.

Ambtshalve toetsing

6. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, is de rechtbank van oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet op enig moment onrechtmatig was.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Verduijn, rechter, in aanwezigheid van

N. Dayerizadeh, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

27 juni 2025

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand