ECLI:NL:RBDHA:2025:13259

ECLI:NL:RBDHA:2025:13259, Rechtbank Den Haag, 16-07-2025, NL25.15075

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.15075
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Asiel, Ethiopië (Tigray), geloofwaardig asielrelaas, discriminatie, vrees voor rekrutering, artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn, beroep ongegrond, mondelinge uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.15075

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. D. de Heuvel),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M.K. Ruijzendaal).

Procesverloop

Bij besluit van 27 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2025 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser heeft verklaard dat hij de Ethiopische nationaliteit heeft en dat hij tot de bevolkingsgroep Irob behoort. Hij heeft aangevoerd dat hij in Irob veel last heeft gehad van discriminatie door Tigreeërs. Hij heeft ook aangevoerd dat hij vreest voor ernstige schade bij terugkeer naar Irob omdat hij zal worden gerekruteerd door Eritrese troepen.

2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen. Verweerder gelooft het asielrelaas van eiser, maar heeft overwogen dat de discriminatie niet zodanig is geweest dat hij daardoor ernstig in zijn bestaansmogelijkheden is beperkt. Verweerder heeft ook verwezen naar het Algemeen ambtsbericht Ethiopië januari 2024, waaruit niet blijkt dat de aanwezige Eritrese troepen in Irob de plaatselijke bevolking rekruteren om in het Eritrese leger te dienen.

3. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat zijn persoonlijke problemen onvoldoende zijn beoordeeld in combinatie met de door hem overgelegde landeninformatie. De rechtbank leidt uit de overgelegde landeninformatie af dat er in Tigray sinds 2022 een wapenstilstand geldt, maar dat die fragiel is. Uit de landeninformatie blijkt evenwel niet dat er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn, zoals eiser op de zitting heeft betoogd. Eiser heeft dat standpunt ook niet onderbouwd. Niet gebleken is dus dat er in Irob/Tigray sprake is van situatie waarbij eiser als gevolg van willekeurig geweld een risico loopt op ernstige schade, louter door zijn aanwezigheid.

4. De rechtbank volgt verweerder verder in zijn standpunt dat eiser ook vanwege de door hem persoonlijk ondervonden discriminatie geen aanspraak maakt op een asielvergunning. Eiser heeft immers zelf verklaard dat hij tot aan zijn vertrek heeft gewerkt als hotelmanager en uit zijn verklaringen blijkt dat hij verder ook heeft kunnen functioneren ondanks die discriminatie. De rechtbank volgt verweerder ook in zijn standpunt dat er geen reden is om aan te nemen dat er een reëel risico bestaat dat eiser in zijn land van herkomst zal worden gerekruteerd door de Eritrese autoriteiten. Daarvoor biedt de landeninformatie geen aanknopingspunten.

5. De rechtbank concludeert dat verweerder de asielaanvraag terecht heeft afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.F.Th. de Roos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand