RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [v-nummer] , verzoeker
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.16165
(gemachtigde: mr. J.I.T. Sopacua),
en
Procesverloop
1. Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Bij besluit van 28 maart 2025 heeft verweerder deze aanvraag in de algemene procedure niet-onvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
Bij bericht van 2 mei 2025 heeft verzoeker het beroep met kenmerk NL25.16163 ingetrokken. De rechtbank heeft verzoeker op 21 mei 2025 en 26 juni 2025 gevraagd of hij het verzoek om een voorlopige voorziening wil handhaven. Hier is niet op gereageerd. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat verzoeker zijn verzoek wil handhaven.
Nu eiser zijn beroep heeft ingetrokken, zal het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard vanwege een gebrek aan connexiteit.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Garabitian, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.