ECLI:NL:RBDHA:2025:14174

ECLI:NL:RBDHA:2025:14174, Rechtbank Den Haag, 30-07-2025, NL25.32849

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.32849
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 6 zaken
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Bewaring, vervolgberoep, Marokko, zicht op uitzetting, voortvarend handelen, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie.

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.32849

(gemachtigde: mr. W.R.S. Ramhit),

en

Procesverloop

De minister heeft op 6 april 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld.

De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring eerder getoetst. Op het eerste beroep is beslist bij uitspraak van 17 april 2025. Bij uitspraak van 16 juni 2025 is beslist op het eerste vervolgberoep.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft op 24 juli 2025 het vooronderzoek gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

Toetsingskader

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

Uit de uitspraak van 16 juni 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek (op 11 juni 2025) onrechtmatig is.

Ontbreekt het zicht op uitzetting?

2. Eiser voert aan dat het zicht op uitzetting binnen een redelijk termijn ontbreekt.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt voorop dat zicht op uitzetting naar Marokko in het algemeen niet ontbreekt. De rechtbank ziet verder ook geen aanleiding voor het oordeel dat zicht op uitzetting naar Marokko in het geval van eiser binnen een redelijke termijn ontbreekt. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat een laissez-passer (lp) aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten nog loopt. Uit de voortgangsrapportage blijkt ook dat de minister maandelijks en voor het laatst op 4 juli 2025 op die aanvraag heeft gerappelleerd.

Handelt de minister voldoende voortvarend?

3. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende voortvarend handelt. De minister heeft namelijk alleen een bericht gestuurd naar het consulaat, terwijl eiser aangeeft mee te willen werken.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat de minister maandelijks rappelleert op de lp-aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten. Daarbij merkt de rechtbank op dat het aan de minister is om te bepalen welke wijze van rappelleren in een specifiek geval het meest geschikt is. Daarnaast is er maandelijks en voor het laatst op 11 juli 2025 een vertrekgesprek met eiser gevoerd. De rechtbank acht deze handelingen in het geval van eiser toereikend. De enkele stelling dat eiser wil meewerken aan zijn vertrek, wordt niet gevolgd. Tijdens zijn laatste vertrekgesprek heeft eiser namelijk verklaard dat hij niets heeft gedaan om zijn terugkeer te bespoedigen. Van eiser mag dit wel worden verwacht.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

4. De rechtbank ziet in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. N. El-Amrani, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand