Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 20 mei 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. da Silva in 's-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 15 juli 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder bijgestaan door haar advocaat en de vader.
Feiten
Verzoek en verweer
De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft op de zitting mondeling verweer gevoerd.
De moeder heeft in het gewijzigd verzoekschrift haar verzoek tot vervangende toestemming ingetrokken, omdat de vader toestemming heeft verleend.
Beoordeling
Verdeling van de vakanties en feestdagen
De rechtbank overweegt dat de moeder haar verzoek tot vervangende toestemming vakantie heeft ingetrokken omdat de vader toestemming heeft gegeven. De vakantiezaak was gepland op een spoedplek van 20 minuten, gelet op de naderende vakantiedatum van 8 augustus 2025. De dag voor de zitting heeft de moeder haar verzoek gewijzigd in een verdeling van de vakanties en feestdagen. De vader was hierop niet voorbereid, had geen advocaat en de behandelduur van de zitting was onvoldoende om het gewijzigde verzoek van de moeder volledig te behandelen. Onder regie van de rechter hebben partijen daarom een voorlopige afspraak gemaakt ten aanzien van de naderende zomervakantie. [minderjarige] zal als volgt bij de vader zijn in de zomervakantie:
De overige dagen van de zomervakantie zal [minderjarige] bij de moeder zijn. De vader heeft op de zitting aangeboden dat, als [minderjarige] terug is uit de Dominicaanse Republiek en de moeder moet werken, de moeder hem altijd kan benaderen om te kijken of het mogelijk is dat [minderjarige] naar de vader gaat.
De rechtbank zal het bovenstaande opnemen in het dictum en zal het verzoek voor het overige aanhouden tot nader te noemen zittingsdatum.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat [minderjarige] in de zomervakantie 2025 als volgt bij de vader is:
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting van 23 september 2025 om 15:15 uur bij mr. A. Emmens, tegen welke zitting, de moeder, de vader en de Raad voor de Kinderbescherming worden opgeroepen.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 29 juli 2025.