proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: A.P.H. Rutgrink),
en
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
(gemachtigde: [naam] ).
Zitting hebben:
- mr. N.E.M. de Coninck, rechter,
- mr. F. Leichel, griffier.
Ter zitting zijn verschenen eiser, vergezeld door zijn zus, en de gemachtigden van eiser en verweerder.
De rechter heeft de zitting geopend en de zaak inhoudelijk besproken met partijen. Daarna heeft de rechter het onderzoek gesloten en meteen uitspraak gedaan als volgt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Verweerder mocht het medisch advies van Calder Werkt van 23 juli 2023 volgen. Er is geen aanleiding om te oordelen dat het advies onzorgvuldig tot stand is gekomen of om te twijfelen aan de inhoud van het advies. Ook is er geen andere medische informatie overgelegd waaruit blijkt dat eiser niet in staat zou zijn om een afstand van meer dan 50 meter te lopen. Dat het medisch advies is opgevraagd in het kader van de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart betekent niet dat verweerder dit niet mocht gebruiken ter beoordeling van de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerplaats. De beoordeling van de medische situatie kan worden gebruikt voor verschillende gehandicaptenparkeervoorzieningen en was nog maar enkele maanden voor de beslissing op de aanvraag verricht.
De rechter heeft erop gewezen dat binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal hoger beroep tegen de uitspraak kan worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van het hogerberoepscollege worden verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Waarvan proces-verbaal.
griffier rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: