ECLI:NL:RBDHA:2025:15792

ECLI:NL:RBDHA:2025:15792, Rechtbank Den Haag, 05-09-2025, 24_8125

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-09-2025
Datum publicatie 10-10-2025
Zaaknummer 24_8125
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verzet tegen uitspraak niet tijdig beslissen waarin beroep gegrond is verklaard.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 september 2025 op het verzet van

[opposant 1] , [opposant 2] en [opposant 3] , te [woonplaats] , opposanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank in hun zaak tegen

de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van opposanten gaat over de uitspraak van

de rechtbank van 14 maart 2025 waarin de rechtbank het beroep van opposanten

gegrond heeft verklaard en verweerder is opgedragen binnen twee weken na de dag van

verzending van de uitspraak alsnog een besluit bekend te maken op het bezwaar.

De rechtbank.heeft het verzet op 19 augustus 2025 op zitting behandeld. Ter zitting

Is [opposant 1] verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard. Dit omdat verweerder niet tijdig op het bezwaar heeft beslist.

3. In deze verzetzaak is op grond van artikel 8:55, eerste lid, van de Awb uitsluitend aan de orde of de rechtbank terecht de zaak niet op een zitting heeft behandeld. De rechtbank kan het beroep pas inhoudelijk behandelen als het verzet gegrond is.

4. Opposanten voeren tegen de uitspraak van de rechtbank onder meer aan dat de rechtbank niet heeft beslist over de verzoeken III t/m VI.

5. In wat opposanten hebben aangevoerd, ziet de verzetsrechter geen aanleiding te oordelen dat de rechtbank niet tot vereenvoudigde behandeling mocht overgaan of de eerdere uitspraak om een andere reden niet in stand kan blijven. Daartoe wordt overwogen dat opposanten beroep hebben ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift van 23 april 2024 dat ziet op inzage in persoonsgegevens. Dit beroep is bij uitspraak van 14 maart 2025 gegrond verklaard en verweerder is opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit bekend te maken.

Het verzet richt zich niet tegen het voorgaande, maar opposanten willen dat inzage wordt verleend in alle persoonsgegevens die voldoen aan het verzoek van 30 april 2022.

De rechtbank is van oordeel dat artikel 6:12 van de Awb alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank heeft daarom bij uitspraak van 14 maart 2025 alleen geoordeeld dat moet worden beslist op het bezwaarschrift van 23 april 2024 dat inzage van persoonsgegevens betreft. Het gegeven dat voor wat betreft de stukken waarover bij het primaire besluit (het besluit waartegen opposanten bezwaar hebben gemaakt) positief is beslist over inzage door verweerder, niet de daadwerkelijke inzage wordt verleend door het Openbaar Ministerie kan niet bij het beroep niet tijdig beslissen aan de orde worden gesteld. De rechtbank had bij uitspraak van 14 maart 2025 kunnen overwegen dat niet kan worden beslist op de verzoeken III tot en met IV, maar dat dit niet is gebeurd houdt niet in dat het verzet gegrond is. De rechtbank heeft immers een oordeel gegevens over datgene waartegen het beroep van artikel 6:12 van de Awb openstaat: het niet tijdig beslissen op het bezwaar van 23 april 2024. Indien de rechtbank zou hebben beslist op de verzoeken III tot en met IV zou zijn geanticipeerd op wat het Openbaar Ministerie zou moeten doen. Dit is niet aan de rechtbank.

Met betrekking tot de inzagewens van eisers geeft de verzetsrechter eisers in overweging dat een verzoek om een voorlopige voorziening kan worden ingediend. Hiermee kan een voorlopige beslissing van de rechter worden gevraagd indien de uitkomst van het inzageverzoek niet kan worden afgewacht vanwege een spoedeisend belang.

Ten aanzien van het standpunt van eisers dat dwangsommen zijn verbeurd maar dat er geen dwangsom is uitbetaald overweegt de verzetsrechter dat de gang naar de burgerlijke rechter hiertoe de aangewezen weg is.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kouwenhoven, rechter, in aanwezigheid van

F.J.M. van den Berg, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 5 september 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E. Kouwenhoven

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand