ECLI:NL:RBDHA:2025:16113

ECLI:NL:RBDHA:2025:16113, Rechtbank Den Haag, 28-08-2025, NL25.37360

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-08-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.37360
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Dublin Spanje. Beroep ongegrond.

Uitspraak

2. ECLI:NL:RVS:2024:2548.

Artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening

3 ECLI:NL:RVS:2025:381.

Inbreukprocedure

10. Eiser voert aan dat de Europese Commissie in januari 2023 een inbreukprocedure is gestart tegen Spanje. Uit deze procedure blijkt dat er grote zorgen bestaan over de opvangsituatie in Spanje. Het baart eiser grote zorgen dat de procedure zich nog in een pril stadium bevindt en er niets bekend is over de stand van zaken.

11. De beroepsgrond slaagt niet. De enkele omstandigheid dat er een inbreukprocedure loopt, leidt er niet toe dat niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje kan worden uitgegaan. Het starten van deze procedure is op zichzelf onvoldoende om aan te tonen dat Spanje structurele en ernstige tekortkomingen heeft in de opvangvoorzieningen die meebrengen dat bij overdracht aan Spanje op voorhand sprake is van een reëel risico op een met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest strijdige behandeling. Daar komt bij dat de Europese Commissie de Spaanse autoriteiten de gelegenheid heeft gegeven om de gebrekkige implementatie van de Opvangrichtlijn te herstellen.

12. Eiser stelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij niet is geslaagd om aannemelijk te maken dat sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden. Dit is een motiveringsgebrek. Eiser verwijst hierbij naar een uitspraak van de Afdeling van 12 juni 20245 en de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 12 juli 20246. Eiser vreest voor zijn leven bij overdracht naar Spanje vanwege de mensenhandelaren waar hij eerder mee in aanraking is gekomen. Hij is bang dat zij wraak op hem willen nemen.

13. Paragraaf C2/5.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) bepaalt dat de minister terughoudend gebruik maakt van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming hier te lande te behandelen op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dvo, ook al is Nederland op grond van de in de verordening neergelegde criteria daartoe niet verplicht. De minister gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming hier te lande te behandelen als er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat de overdracht van onevenredige hardheid getuigt.

4. ECLI:NL:RVS:2024:2548.

5 ECLI:NL:RVS:2024:2359, r.o. 6.3.

6 ECLI:NL:RBDHA:2024:10838.

14. De rechtbank oordeelt als volgt. De minister mocht zich op het standpunt stellen dat hij de aanvraag niet onverplicht aan zich had hoeven trekken omdat geen sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat de overdracht aan Spanje onevenredig hard is. De minister heeft in het bestreden besluit toereikend gemotiveerd dat eiser met zijn gestelde ervaringen over de mensenhandelaars in Spanje niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden. De minister wijst er terecht op dat eiser zich bij problemen tot de Spaanse autoriteiten dient te wenden en dat niet gebleken is dat deze hem niet kunnen of willen helpen. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

15. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijkt krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

28 augustus 2025

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand