[verzoeker], verzoeker
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. R.H.T. van Boxmeer),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
In het besluit van 15 november 2024 (bestreden besluit 1) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als ongegrond.
Verzoeker heeft hiertegen beroep (NL25.48975) ingesteld.
In het besluit van 7 augustus 2025 (bestreden besluit 2) heeft verweerder een terugkeerbesluit tegen verzoeker uitgevaardigd en bepaald dat zijn facultatieve tijdelijke bescherming onder de Richtlijn tijdelijke bescherming (2001/55/EG) per 4 maart 2024 is geëindigd.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat hij niet wordt uitgezet en dat hij zijn voorzieningen niet verliest hangende het beroep.
Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid een verweerschrift in te dienen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak buiten zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. In de toewijzing van het verzoek ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 907, bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
Deze uitspraak is gedaan op 4 september 2025 door mr. M.J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.