ECLI:NL:RBDHA:2025:16773

ECLI:NL:RBDHA:2025:16773, Rechtbank Den Haag, 03-09-2025, NL25.41010

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-09-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.41010
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358

Samenvatting

Derdelanders-Oekraïne en de beëindiging van de bevriezingsmaatregel van 4 september 2025. Toewijzing van een voorlopige voorzieningen bij wijze van ordemaatregel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.41010

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. R.W.J.L. Loonen),

en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: T.M. de Greeuw).

Inleiding

1. Op 13 augustus 2025 heeft de minister een terugkeerbesluit opgelegd aan verzoeker. Verzoeker is het daar niet mee eens en heeft daartegen beroep ingesteld. Verder heeft verzoeker de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.i

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De minister stelt zich in het terugkeerbesluit op het standpunt dat verzoeker geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland omdat het recht op tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) is geëindigd op 4 maart 2024 en er geen andere vorm van rechtmatig verblijf is. Tot 4 september 2025 behoudt verzoeker recht op opvang en voorzieningen en mag hij blijven werken vanwege de zogenoemde bevriezingsmaatregel.ii Vanaf 4 september 2025 mag verzoeker niet meer werken en heeft hij vier weken de tijd om te vertrekken uit de opvang en uit Nederland.

3. Omdat de bevriezingsmaatregel op 4 september 2025 eindigt, heeft verzoeker een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

4. Gelet op de korte termijn die nog resteert voor 4 september 2025, is de voorzieningenrechter niet in staat om een voorlopig rechtmatigheidsoordeel te geven over de gronden van het beroep. De voorzieningenrechter is voornemens om het beroep van verzoeker op een zitting te behandelen. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om de gevraagde voorziening toe te wijzen zoals hierna wordt omschreven. Daarbij wordt overwogen dat de voorzieningenrechter toewijzing van het verzoek niet zeer ingrijpend acht. Toewijzing komt in feite slechts neer op een verlenging van de bevriezingsmaatregel bij wijze van ordemaatregel, zonder dat daarbij op enige wijze vooruitgelopen wordt op de uitkomst van het beroep. Het niet treffen van de gevraagde voorziening daarentegen kan leiden tot een situatie waarin de vreemdeling niet meer mag werken, geen recht meer heeft op voorzieningen en Nederland kan worden uitgezet, terwijl de rechtbank zich nog niet heeft uitgelaten over de in geschil zijnde vragen. Niet uitgesloten is dat uitzetting onomkeerbare gevolgen voor verzoeker kan hebben. Onder deze omstandigheden kent de voorzieningenrechter aan het belang van verzoeker om het beroep in Nederland te mogen afwachten doorslaggevend gewicht toe. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om het verzoek - voor zover het betreft het aanpassen van de systemen van de IND of het SIS - toe te wijzen. Door toewijzing van het verzoek voor zover dit het recht om te werken en op voorzieningen betreft, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aan het verzoek tegemoet gekomen.

5. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

03 september 2025

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

i Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

ii Brief van de Minister van Asiel en Migratie aan de Tweede Kamer van 3 juni 2025, Kamerstukken II, 2024-2025, 19 637, nr. 3434.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand