ECLI:NL:RBDHA:2025:17714

ECLI:NL:RBDHA:2025:17714, Rechtbank Den Haag, 24-09-2025, NL25.19384

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-09-2025
Datum publicatie 26-09-2025
Zaaknummer NL25.19384
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Opvolgende asielaanvraag, homoseksuele geaardheid, bewustwordingsproces niet inzichtelijk, relatie niet inzichtelijk, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.19384

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Kurt-Gecoglu),

en

(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).

Procesverloop

Met het besluit van 24 april 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 14 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2001 en de Iraakse nationaliteit te hebben. Op 26 april 2024 heeft hij een opvolgende asielaanvraag ingediend. Hieraan legt hij ten grondslag dat hij homoseksueel is.

2. Verweerder acht eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Verweerder acht de homoseksuele geaardheid niet geloofwaardig. Hierbij wordt overwogen dat eiser vaag en wisselend heeft verklaard over hoe en wanneer hij er achter kwam dat hij op mannen valt en hoe dit voor hem was. Verder heeft eiser wisselend en vaag verklaard over zijn relatie met [naam 1] en heeft hij geen inzicht gegeven in de reden dat de relatie met [naam 1] voor hem niet voldoende was om tot het besef te komen dat hij homoseksueel was. Eiser heeft daarnaast oppervlakkig verklaard over andere contacten. Het is bovendien aan eiser om, los van de vragen tijdens het gehoor hierover, over eventuele belangrijke personen te verklaren. Ook heeft eiser geen inzicht gegeven in hoe hij zich, ondanks zijn depressieve gevoelens, staande heeft weten te houden in Irak en hoe hij met zijn gevoelens om is gegaan. Verder heeft eiser oppervlakkig verklaard over zijn deelname aan LHBTI-gerichte activiteiten in Nederland, zodat deze onvoldoende zijn om de seksuele geaardheid aannemelijk te maken. Daarnaast blijkt uit de reacties op het YouTube-interview dat eiser heeft gegeven niet dat hij hierdoor door bekenden wordt gezien als homoseksueel of dat eiser wordt bedreigd. Tot slot mag van eiser terughoudendheid worden verwacht.

3. Eiser kan zich niet vinden in het bestreden besluit en voert daartoe aan dat hij wel voldoende duidelijk heeft verklaard over hoe hij erachter kwam dat hij op mannen valt. Hierbij is van belang dat het vrije relaas niet goed is vertaald en dat er misverstanden tussen de tolk en eiser kunnen zijn ontstaan. Ook is geen rekening gehouden met het referentiekader van eiser en dit is in strijd met werkinstructie 2019/17 (hierna: WI 2019/17). Hierbij heeft eiser een onderzoeksrapport van 12 augustus 2025 en een brief van 13 augustus 2025 van LGBT Asylum Support overgelegd. Eiser werd zich bewust van zijn seksualiteit door zijn omgang met [naam 1]. Pas toen hij ook relaties met anderen aanging, werd hij zich bewust van zijn geaardheid. Over zijn seksuele contacten zijn in het gehoor geen vragen gesteld. Ter zitting vult eiser hierover aan dat er te snel werd gevraagd naar liefde, relaties en zijn gevoelens. Dat eiser andere seksuele contacten heeft draagt echter bij aan de aannemelijkheid van de seksuele geaardheid van eiser. Eiser heeft bovendien verklaard dat hij bij de deelname aan LHBTI-gerichte activiteiten het gevoel krijgt dat er liefde voor hem is zoals hij is en dat hij zich met zijn deelname wil profileren als homoseksueel. Verweerder heeft de beslissing om een YouTube-interview te geven ten onrechte in eisers nadeel uitgelegd. De stelling dat van eiser terughoudendheid mag worden verwacht bij terugkeer, doet bovendien geen recht aan alle omstandigheden die door eiser naar voren zijn gebracht. Tot slot had het inreisverbod moeten worden opgeheven, vanwege zijn relatie met [naam 2] in Nederland. Ter onderbouwing van deze relatie heeft eiser een brief van [naam 2] overgelegd.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Tolk

4. Niet is gebleken dat de tolk de verklaringen van eiser onvoldoende of onjuist heeft vertaald. Uit het verslag van het gehoor en de verklaring van verweerder ter zitting volgt dat eiser korte antwoorden gaf op vragen. Daarnaast zijn verschillende controlevragen gesteld, waarbij niet is gebleken dat de tolk verkeerd zou hebben vertaald. Bovendien heeft eiser zowel aan het begin als aan het eind van het gehoor verklaard de tolk goed te hebben begrepen en verstaan.

Toetsingskader

5. Het toetsingskader in LHBTI-zaken wordt gevormd door Werkinstructie (WI) 2019/17 en rechtspraak van de Afdeling. Het zwaartepunt in de beoordeling door verweerder ligt bij het persoonlijke, authentieke verhaal dat een vreemdeling vertelt over en vanuit zijn eigen ervaringen. Verweerder dient daarbij de verklaringen van een vreemdeling over de verschillende in WI 2019/17 genoemde thema’s in hun onderlinge samenhang én in het licht van de overige verklaringen en eventueel overgelegd bewijsmateriaal te bezien. Hierbij moet verweerder ook rekening houden met het referentiekader van de vreemdeling.

Referentiekader

6. Verweerder heeft voldoende rekening gehouden met eisers referentiekader bij de beoordeling van eisers gestelde homoseksuele geaardheid. Uit het bestreden besluit volgt dat verweerder eisers leeftijd ten tijde van het ontdekken van de gestelde seksuele geaardheid en eisers culturele achtergrond heeft meegewogen. Van eiser mocht desondanks worden verwacht dat hij inzichtelijker kan verklaren. Hierbij heeft verweerder mogen betrekken dat eiser inmiddels volwassen is, hij al langere tijd in Nederland is en het een opvolgende asielaanvraag betreft. De stelling ter zitting dat hij onvoldoende ruimte heeft gekregen om voldoende te verklaren, wordt niet gevolgd. Uit het nader gehoor blijkt dat op verschillende momenten is doorgevraagd of dat vragen zijn gesteld ter verduidelijking. Eiser heeft tijdens het gehoor niet aangegeven dat het gehoor te snel ging of dat hij niet goed heeft kunnen verklaren.

Homoseksuele geaardheid

7. Verweerder heeft zich niet ten onrechte en voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij er achter is gekomen dat hij homoseksueel is en zijn gevoelens daarbij. Zo heeft verweerder het ongerijmd kunnen vinden dat eiser enerzijds heeft verklaard dat hij zich al tijdens de relatie met [naam 1] bewust was van zijn geaardheid, terwijl hij ook verklaart dat hij zich hiervan pas bewust is geworden toen hij naar andere jongens keek. Verder heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom de relatie met [naam 1] niet voldoende was om tot het besef te komen dat hij homoseksueel was. Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij depressieve gevoelens had als gevolg van zijn geaardheid. Verweerder heeft kunnen overwegen dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij met deze gevoelens is omgegaan, gedurende de vier jaar dat hij hierna nog in Irak heeft verbleven. De enkele verklaring dat het zwaar was en dat hij voetbalde ter afleiding heeft verweerder hiervoor onvoldoende kunnen vinden.

8. Van eiser mag verder verwacht worden dat hij meer inzicht geeft in waarom het voor hem belangrijk is deel te nemen aan de LHBTI-activiteiten en hoe hij de deelname aan LHBTI-activiteiten heeft ervaren. De verklaring dat hij zich wil profileren als homoseksueel heeft verweerder onvoldoende mogen vinden. Verder heeft verweerder kunnen overwegen dat eiser te oppervlakkig heeft verklaard over zijn beleving van de activiteiten. De stelling in beroep dat eiser het gevoel heeft dat er liefde voor hem is, leidt niet tot een ander oordeel. Verweerder heeft zich ter zitting niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaringen over de activiteiten de homoseksuele geaardheid alleen geloofwaardig kunnen maken als er sprake is van twijfel over de geloofwaardigheid. In het geval van eiser heeft verweerder echter de verklaringen over de persoonlijke ervaringen reeds niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht.

9. Verweerder heeft ook niet ten onrechte overwogen dat niet is gebleken dat eiser door het Youtube-interview te vrezen heeft voor vervolging. Hierbij is van belang dat niet is gebleken dat eiser door bekenden zal worden gezien als homoseksueel. Verder heeft verweerder niet ten onrechte tegengeworpen dat van eiser terughoudendheid mag worden verwacht, nu zijn homoseksuele geaardheid niet geloofwaardig is geacht. Eiser heeft ook niet onderbouwd dat het voor hem onmogelijk is om zijn kleding aan te passen.

Inreisverbod

10. Tot slot heeft verweerder in de gestelde relatie met [naam 2] geen aanleiding hoeven zien voor het opheffen van het inreisverbod. Daarbij heeft verweerder terecht overwogen dat eiser pas na het opleggen van het inreisverbod de gestelde relatie is aangegaan.

Conclusie en gevolgen

11. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 25 september 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.J. Schouw

Griffier

  • mr. E.C. Jacobs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand